Wereldbank wil oliedollars voor slachtoffers Golf

WASHINGTON, 28 sept. Als ontwikkelingslanden in acute problemen komen door een langdurig hoge olieprijs zullen het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank gezamenlijk een oliefaciliteit vormen om deze landen te helpen. Ze hopen hiervoor financiele bijdragen te krijgen van landen die profiteren van de hoge olieprijzen.

Dit zei Barber Conable, de president van de Wereldbank, gisteren na afloop van de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank.

Michel Camdessus, de directeur van het IMF, heeft voorgesteld om met vrijwillige bijdragen een olie-faciliteit te vormen om de normale rente die het IMF voor zijn leningen berekent, te subsidieren.

Volgens Conable gaat het om een fonds dat gekoppeld zal worden aan IDA, de afdeling van de Wereldbank die leningen tegen zeer gunstige voorwaarden verstrekt aan de armste landen. Het oliefonds zou evenwel ook bestemd zijn voor zogenoemde midden-inkomenslanden, zoals de landen in Oost-Europa, Marokko, en mogelijk Brazilie.

'Het gaat om een grotere groep dan de landen die recht hebben op IDA-leningen', aldus Conable. Hij zei dat voor financiering een beroep zal worden gedaan op landen die een windfall profit hebben dank zij de hoge olieprijzen.

Conable sloot uit de winst van de Wereldbank (jaarlijks een miljard dollar) te gebruiken om landen te helpen die door de hoge olieprijzen in problemen komen. De winst moet volgens hem aan de reserves worden toegevoegd, om de hoogste kredietwaardigheidsstatus voor de Wereldbank te garanderen.

Conable onderstreepte dat voorlopig gezocht zal worden naar grotere flexibiliteit om met de bestaande fondsen van de Wereldbank en IDA ontwikkelingslanden tegemoet te komen. Er bestaan volgens hem mogelijkheden om geld sneller uit te lenen.

IMF en Wereldbank willen bij hun leningen aan landen die zijn getroffen door de Golfcrisis vasthouden aan hun normale voorwaarden. Hiermee verschillen ze van de noodhulp die verstrekt zal worden door een coordinatiegroep van een groot aantal industrielanden. Deze groep is deze week op Amerikaans initiatief begonnen te onderzoeken hoe snel geld zal worden gegeven aan de frontlijnstaten.