Tegen de goede smaak

De kitsch verovert de moderne kunstwereld. Daarover handelt het omslagartikel van het septembernummer van het Duitse kunstblad Art. Het toppunt van de hedendaagse moderne kitsch-kunst siert het omslag: het vergulde porseleinen beeld van Michael Jackson met zijn aapje Bubbles gemaakt door de Amerikaan Jeff Koons. Zijn levensgroot uitgevoerde kitsch-varken, geflankeerd door engeltjes veroorzaakte onlangs een rel toen het aangekocht werd door het Stedelijk Museum in Amsterdam. Terecht is ook dit beeld opgenomen in de serie moderne kitsch-kunstfoto's die het omslagartikel verrijken. De Nederlandse schilder Rob Scholte is met twee schilderijen vertegenwoordigd, ondermeer met het grote schilderij van een standbeeldje van een Venetiaanse kitschschilder, dat hij maakte als bijdrage voor de Biennale in Venetie dit jaar.

Kunstcriticus Wolfgang Max Faust schrijft een essay over de oprukkende kitsch in de moderne kunst, getiteld 'Opstand tegen de goede smaak' (Aufstand gegen den guten Geschmack). Kitsch is zo'n beetje het laatste taboe dat moderne kunstenaars kunnen doorbreken, redeneert Faust. Hij trekt een lijn van de opkomst van de wilde schilders, eind jaren zeventig, naar de vloedgolf van kitsch in de moderne kunst nu. Het is een van de uitingen van het einde van de avant-garde, stelt hij. De kitsch-kunstenaars als Scholte, Koons, Knap en anderen stellen de grenzen van de moderne kunst aan de orde. Ze exploreren bovendien een door de serieuze moderne kunst nog onbetreden terrein, de kitsch. In dat opzicht sluiten ze aan bij de grote moderne kunst traditie, waarin steeds nieuwe terreinen (conceptkunst: taal, Popart: media) bij de kunst ingelijfd werden, aldus Faust.

Voorts in Art een artikel over de gevolgen van de Duitse eenwording voor de culturele instellingen als musea en theaters in Oost- en Westberlijn. De bankroete Oostberlijners denken dat alles goed komt als Berlijn snel hoofdstad van het verenigde Duitsland wordt. Pikant is het artikel over de controverse tussen de naamgever en geldschieter van het bekende Keulse museum, Peter Ludwig en de (onafhankelijke) directeur van het Ludwigmuseum, Siegfried Gohr. Ludwig wil graag dat zijn collectie Oostduitse kunst in 'zijn museum' getoond wordt, maar Gohr voelt daar niets voor, omdat de Oostduitse kunstenaars meelopers van het communistische regime waren. Eveneens in Art een artikel over de moeizame restauratie van de Parthenon-tempel van de Acropolis in Athene.

    • Das Kunstmagazin. Nr. 9
    • Paul Steenhuis Art
    • September 1990. Prijs Fl.17