Steden positief over plan voor agglomeraties

DEN HAAG, 28 sept. Het kabinetsplan voor een nieuwe bestuursvorm voor de grote stedelijke agglomeraties is door vrijwel alle burgemeesters van de betrokken steden positief ontvangen.

Volgens burgemeester Van Kemenade (Eindhoven) blijkt uit het plan dat minister Dales en staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) gisteren aan de Tweede Kamer hebben gestuurd heel duidelijk dat de belangen van de grote stedelijke gebieden worden erkend en dat het rijk inziet dat daarvoor passende bestuurlijke constructies moeten komen.

Ook Van Thijn (Amsterdam) is verheugd dat het kabinet de positie van zijn stad en andere grootstedelijke gebieden wil versterken. Bovendien blijkt volgens de Amsterdamse burgemeester dat wordt ingezien dat efficient bestuur op agglomeratieniveau een voorwaarde is om mee te kunnen doen in de Europese concurrentieslag van de jaren '90.

Voor de Haagse burgemeester Havermans betekent het standpunt van het kabinet een reactie op het in 1989 uitgebrachte rapport van de commissie-Montijn over de noodzakelijke krachtsvergroting van de grote steden vooral dat binnen de Haagse regio gemeentegrenzen moeten worden veranderd om zijn gemeente meer ruimte te geven, iets waartegen omliggende gemeenten zich steeds fel hebben verzet.

Rotterdam vindt het een goede zaak dat het kabinet de toekomst van de grote stedelijke agglomeraties in het kader van de Europese ontwikkelingen plaatst. De gemeente Rotterdam herinnert zich nog het bovengemeentelijk bestuur door het openbaar lichaam Rijnmond, waardoor zij in haar drang tot expansie werd tegengehouden. Rijnmond werd enkele jaren geleden opgeheven.

B en W van de Maasstad steunen het kabinet dat zijn ideeen wettelijk wil afdwingen, want 'daardoor wordt duidelijk dat het rijk de problemen en de mogelijkheden van de stedelijke regio's echt wil aanpakken'. Verder meent het college dat de bestuurlijke voorstellen van het kabinet goed aansluiten bij het deze week verschenen rapport 'De stad en de rand' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarin op meer zelfstandigheid van de grote steden wordt aangedrongen. De provincie Zuid-Holland zegt daarentegen dathet kabinet te veel bevoegdheden bij gemeenten en provincies wil weghalen omdat het een nieuwe, vierde bestuurslaag in gedachten heeft. Zuid-Holland is echter wel met het kabinet eens dat de huidige Wet gemeenschappelijke regelingen (op basis waarvan er in Nederland een groot aantal bestuurlijke samenwerkingsvormen bestaan) te vrijblijvend van opzet is om aan stedelijke agglomeraties soelaas te bieden.