Sjevardnadze en Baker bijna eens over wapenakkoord

NEW YORK, 28 sept. De ministers van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, Baker en Sjevardnadze, hebben een grote mate van overeenstemming bereikt over een akkoord ter reductie van de conventionele strijdkrachten in Europa. Overeenstemming op dit punt was voorwaarde voor het doorgaan van de topconferentie van de Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking van 19 tot 21 november in Parijs.

Minister Sjevardnadze zei: 'We hebben een zeer produktieve discussie gehad en aanzienlijke vooruitgang geboekt. We zullen nu natuurlijk onze bondgenoten moeten raadplegen, maar op bilaterale basis zijn we een flink stuk verder gekomen.' De twee ministers werden het onder meer eens over het maximale aandeel dat een land afzonderlijk mag hebben binnen het militair bondgenootschap waartoe het behoort. In verband met het uit elkaar vallen van het Warschaupact stelde Moskou bij de CFE-besprekingen in Wenen onlangs als nieuwe eis, dat een land maximaal veertig procent van de bewapening en de omvang van de strijdkrachten mag leveren. De Verenigde Staten stelden zich tot dusver op het standpunt dat dit dertig procent zou moeten zijn. Minister Baker, die aankondigde dat hij nu eerst nader overleg met zijn collega's van de NAVO-landen zou voeren, zei na afloop van de besprekingen dat op dit punt een compromis was bereikt. Dat compromis zou, zo verluidt in New York, afzonderlijke percentages voor manschappen en categorieen materieel omvatten. Over de aantallen gevechtsvliegtuigen zijn de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie het nog niet eens geworden, al werd op dit punt ook vooruitgang geboekt. Het centrale probleem daarbij vormen de te land gestationeerde Sovjet-marinevliegtuigen die Moskou buiten een akkoord wil houden. De ministers van buitenlandse zaken van de Europese landen, Canada en de Verenigde Staten komen maandag in New York bijeen. (Reuter, AFP)