Ritzen verhoogt basisbeurs niet met 5,1 maar met 2,2procent

ROTTERDAM, 28 sept. De basisbeurs gaat op 1 januari niet met 5,1 maar met 2,2 procent omhoog. Gisteren is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een wetsvoorstel om de verhoging van de studiefinanciering als compensatie voor de hogere kosten van levensonderhoud te beperken. Minister Ritzen (onderwijs) kan ruim negentig miljoen gulden op studiefinanciering bezuinigen nu hij studenten een lagere basisbeurs geeft dan begin augustus nog is meegedeeld. Voor een student op kamers is het verschil ruim 16 gulden per maand, voor degene die thuis woont bijna acht gulden.

Deze wetswijziging was nodig om een gat van ruim zeventig miljoen te dichten dat anders in de onderwijsbegroting voor het komend jaar was ontstaan. Dit zou het gevolg zijn van het niet voldoende doorberekenen in de begroting van de prijscompensatie voor studiefinanciering. Als de minister de regels van de wet op de studiefinanciering ongewijzigd had gehanteerd zouden de beurzen op 1 januari met 5,1 procent omhoog moeten gaan, het percentage waarmee de kosten van levensonderhoud in de periode juli 1989 - juni 1990 zijn gestegen.

Na aftrek van de kosten voor de openbaar-vervoerskaart zou de basisbeurs voor de student op kamers dan 586,58 gulden hebben bedragen en voor degene die bij zijn ouders woont 242,92 gulden. Nu de wetswijziging gisteren door de Tweede Kamer werd goedgekeurd, worden die bedragen 570 respectievelijk 235 gulden.

Het verlagen van de prijsin-dexatie met 2,9 procent levert de minister in 1991 een besparing van 93 miljoen gulden op. Daarvan wil hij 25 miljoen gebruiken voor de financiering van een ziektekostenverzekering voor studenten. Ritzen verwacht dat die op 1 augustus 1991 kan worden ingevoerd.

De resterende besparing (68 miljoen) op de uitgaven voorkomt dat de minister komend jaar met een overschrijding op de begroting wordt geconfronteerd. In de rijksbegroting was voor de compensatie voor de hogere kosten van levensonderhoud een bedrag van 75 miljoen opgenomen. Dat is het bedrag dat een verhoging van de beurzen en aanvullende financiering met 2,2 procent kost. Tot begin september hoopte Ritzen dat minister Kok (financien) het tekort zou willen bijpassen en werden er geen beslissingen genomen over aanvullende maatregelen. Afgelopen vrijdag ging het kabinet akkoord met de wetswijziging.

De Kamer leverde gisteren scherpe kritiek op de minister, omdat zij met grote haast het wetsvoorstel moest behandelen. Volgens Ritzen is die haast geboden omdat de Informatiseringsbank voor 1 oktober moet weten waar zij aan toe is, om een goede uitkering van de studiefinanciering op 1 januari te kunnen regelen. Eerder indienen was, aldus Ritzen in de Kamer, niet mogelijk doordat hij pas op 15 augustus zou hebben gehoord met welk percentage de studiefinanciering op 1 januari zou moeten stijgen.

Deze verklaring is opmerkelijk omdat de Informatiseringsbank met medeweten van de minister al op 5 augustus mededeelde dat de beurzen komend jaar met 5,1 procent zouden stijgen.