Publiek VS wankelt pas als er doden vallen

ROCHESTER, 28 sept. Amerikaanse kiezers hebben zich zelden opgewonden over troepen die zich vervelen in het buitenland. Soldaten hebben zich een halve eeuw verveeld in West-Europa en in Korea en dus houden ze het ook wel een tijdje uit in Saoedi-Arabie. Maar zodra er vijandelijkheden uitbreken en er veel Amerikaanse soldaten sneuvelen, zal de steun voor de president sneller afkalven dan ten tijde van Vietnam, denkt John Mueller, hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Rochester en schrijver van het boek 'Oorlog, presidenten en publieke opinie'.

Hij heeft het volgende advies voor president Bush: 'De president zal met de publieke opinie geen problemen hebben over de voortzetting van de boycot tegen Irak en over de militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabie. Toch is een oorlog heel problematisch voor de publieke opinie. In het begin zullen de mensen zich achter hem opstellen. Maar daarna zal de steun snel wegvallen. Ze beginnen nu al met vredesbewegingen.'

Het huidige beleid van de president, wachten tot de sancties van de Verenigde Naties werken, vindt Mueller het verstandigst. Hij verwacht geen oorlog. De president heeft geen reden om een incident uit te lokken en Saddam Hussein komt nog verder klem te zitten als hij een aanval pleegt.

Een begrip als 'Vietnamtrauma' heeft voor Mueller geen betekenis. Evenmin hecht hij geloof aan de stelling dat de Amerikaanse televisie de Vietcong de eindoverwinning bezorgde. De meest bepalende factor voor publieke steun is het aantal slachtoffers. Het maakt weinig uit of die op de televisie zijn te zien. 'Je hebt geen plaatjes nodig om te weten dat mensen zijn gesneuveld', zegt Mueller. In andere landen waar camera's niet bij de gevechten zijn toegelaten, speelden de aantallen slachtoffers ook een grote rol in de meningsvorming. Sovjet-president Gorbatsjov noemde de Russische interventie in Afghanistan een 'open zweer'. De publieke schok ten gevolge van een groot aantal slachtoffers is niet uniek Amerikaans.

Een half jaar na de Amerikaanse interventie in Korea had president Truman al de steun van de meerderheid verloren. Het aantal gesneuvelde Amerikanen was toen tot boven de 40.000 gestegen. Uiteindelijk ging het tot boven de 100.000. De bijval voor de oorlog was gezakt van 65 tot onder de 40 procent om daarna nooit meer te herstellen (Gallup). Andere peilingen kwamen tot andere resultaten maar vertoonden een zelfde patroon. Op de Vietnamoorlog reageerde de publieke opinie langzamer dan op het conflict in Korea, omdat het aantal slachtoffers minder snel opliep. Mueller leidt daaruit de regel af dat elke keer dat het aantal slachtoffers vertienvoudigt, de steun in de publieke opinie met 15 procent daalt.

Na de wapenstilstand in Korea zijn er tot op de dag van vandaag 50.000 man Amerikaanse troepen gebleven, ondanks soms barre omstandigheden in een land, dat de langste tijd een ontwikkelingsland is geweest. Maar het aantal incidenten bleef beperkt, dus was er weinig oppositie. In zijn boek vergelijkt Mueller vooral de Koreaanse met de Vietnamese oorlog en neemt hij ook de Eerste en de Tweede wereldoorlog als orientatiepunten.

Mueller resideert in een van de neoklassieke gebouwen van de University of Rochester. Rochester ligt in de staat New York aan het Ontario-meer. Mueller draagt een trui en ribbroek en heeft zwartgrijs haar met een kort baardje. Naast politieke wetenschappen doceert hij ook Fred Astaire, zijn wijze van dansen en de muziek. Dit soort vakken worden vaak gegeven in Amerikaanse colleges die een ratatouille van vakken presenteren. Hij schreef een rijkelijk met zwart-wit-foto's geillustreerd boek over Astaire.

Zijn laatste werk gaat over wat hij noemt de 'Hollandisering' van de wereld: het feit dat steeds minder landen oorlog zien als middel om hun conflicten op te lossen. Net zoals slavernij vroeger ziet hij oorlog langzaam uitsterven. De resulterende vrede is zeker niet synoniem met het geluk op aarde.

Van een ding is hij zeker: een oorlog om Koeweit zal minder populair zijn dan de strijd tegen het communisme in Vietnam of in Korea indertijd. De oorlogen in Vietnam en Korea vonden aanvankelijk veel bijval, hoewel de communistische dreiging in Korea en in Vietnam veel minder gevolgen had voor het dagelijkse leven van de Amerikanen dan de bezetting van Koeweit. Mueller: 'Men wilde toen een einde maken aan het communisme. Communisme was er volgens hen op uit om de Verenigde Staten en het kapitalisme te overmeesteren. 'Als we hier niet tegen de communisten vechten dan moeten we dat elders doen', was de redenering. Veel mensen geloofden dat. Het bleek ook duidelijk uit de peilingen.'

Met de ideologische wrijving is ook de belangstelling voor conflicten in afgelegen delen van de wereld weggevallen. Amerikanen maken zich nauwelijks zorgen over de burgeroorlog in Liberia. Waarom zouden ze zich dan wel bekommeren over een verre, lokale Iraakse 'schurk' die wel het Midden-Oosten maar niet de wereld wil overheersen. Niemand ziet Saddam als een dreiging voor Europa of voor de Verenigde Staten. Hij is een Hitler met een kleine h. Dan blijft de snel stijgende prijs van benzine aan de pomp over als een mager oorlogsmotief. Amerikanen vinden de prijs van een vat olie volgens Mueller de opoffering van mensenlevens niet waard. Het is soms moeilijk om de reden voor een oorlog duidelijk te maken aan het publiek, zelfs als die oorlog zo populair is als de Tweede wereldoorlog. Bij een langdurige oorlog is algemene motivatie belangrijk maar een half jaar na de Japanse aanval van Pearl Harbor wist de helft van de Amerikanen niet waarom hun land in de Tweede Wereldoorlog was verzeild geraakt. In 1944, vlak voor de invasie in Normandie, wilden een stevige minderheid van Amerikanen het al op een akkoordje gooien met Hitler als die dat zou wensen.

Zodra de president een militair initiatief neemt, steunen de mensen hem, ook al waren ze eerst tegen militair optreden. Evenals in de Korea-oorlog trad Amerika in de Koeweit-crisis eerst zelfstandig op, omdat er sprake was van een onmiddellijke dreiging. In beide gevallen werd de Amerikaanse actie later gelegitimeerd door de Verenigde Naties. En zo werd het in beide gevallen een Amerikaanse inspanning met internationale betrokkenheid. De internationale morele bijstand is nu veel groter dan in de tijd van Korea; indertijd zaten de Sovjet-Unie en China aan de andere kant. Het militaire aandeel van bondgenoten is ongeveer even groot als toen. Er is nu wel meer economische hulp. De steun van de bondgenoten speelt wel een rol maar is niet doorslaggevend voor de meningen over de Amerikaanse betrokkenheid in de Golf. Al sinds het ontstaan van het bondgenootschap hebben NAVO-leden gekibbeld over de grootte van elkaars bijdragen en steun en het heeft nooit tot een diepe crisis geleid. De meningen over steun van de bondgenoten zijn ook tweeslachtig volgens Mueller: 'Er zou zeker wrok zijn als men zou denken dat wij alle kosten zouden betalen maar de discussie is toch enigszins bizar: aan de ene kant zeggen ze, we willen leiderschap tonen, anderzijds willen ze dat andere landen ook betalen, maar tegelijkertijd heet het 'we gaan rond met de collectebus voor steun'.'