P. Bukman; Vergaderbeul als minister

Dat staatssecretaris drs. Pieter Bukman (economische zaken), de bewindsman die zich slechts in het buitenland 'minister' mocht noemen, opnieuw een echte CDA-minister wordt en ir. G. J. M. Braks opvolgt als minister van landbouw en visserij zal hem zeker tot veel vreugde stemmen. Vooral omdat uitgerekend hij vorig jaar bij de verdeling van ministerposten in het derde kabinet-Lubbers het slachtoffer werd van de nog altijd bestaande bloedgroepen in het CDA, waar hij als partijvoorzitter (1980-1986) altijd tegen had gestreden.

In Bukman krijgt het ministerie van landbouw en visserij zijn vijftiende bewindsman van CDA-signatuur in 32 jaar. De band tussen die partij en dit ministerie is sterk, bijna iedereen is er lid van het CDA. En zijn ze het niet van het CDA, dan toch van het Corps Diplomatique Agricole, zoals oud-minister Braks trots placht te zeggen.

Piet Bukman (56) is een jaar jonger dan zijn voorganger en komt evenals Braks voort uit het groene front. Zij het met dit belangrijke culturele verschil dat hij geen katholieke boer van de zandgronden is maar een protestants-christelijke tuinderszoon uit het Westland. Voor de fusie (1980) van de KVP, de ARP en de CHU tot het CDA behoorde hij tot de kring der antirevolutionaire mannenbroeders. Met die broederbond brak Bukman volledig omdat hij als partijvoorzitter het CDA tot een echte eenheidspartij zonder bloedgroepen wilde maken, iets waarin hij tien jaar geleden redelijk geslaagd leek te zijn.

Dat succes lag vooral aan zijn harde optreden. In de partij herinnert men zich voorzitter Bukman nog altijd als een manager pur sang en als een vergaderbeul. Men spreekt nog steeds waarderend over zijn weinig omfloerste aanpak van de dissidenten in de Tweede Kamerfractie van het CDA. In navolging van Lubbers werd hij een no nonsense-bestuurder bij uitstek, iemand die weinig tegenspraak duldde en meer van een straffe leiding dan van lange, inhoudelijke discussies hield.

In 1981 werd Bukman, toen nog partijvoorzitter en commissaris bij de Rabobank, het verzekeringsconcern Aegon en het dagblad Trouw, lid van de Eerste Kamer. Hij bleef senator tot 1986, het jaar waarin hij in het tweede kabinet-Lubbers als zesde CDA-minister van ontwikkelingssamenwerking ging optreden. Bukmans eerste taak was rust in de tent van zijn voorganger, mevrouw Schoo (VVD), te brengen en korte metten te maken met lastige ambtenaren. Onbevangen trad hij op, goed luisterend naar wat er binnen het ministerie leefde. De minister hield niet van ideologische ontwikkelingsbetogen maar meer van besluiten nemen. Ontwikkelingssamenwerking kreeg geen nieuw gezicht, maar ging in politiek Den Haag wel weer meetellen, vooral omdat de minister er voor zorgde dat zijn begroting voor het eerst sinds jaren niet meer bij voorbaat van de bezuinigingen en ombuigingen van Financien bleef uitgesloten.

Verwacht wordt nu dat de nieuwe landbouwminister, net als hij bij Ontwikkelingssamenwerking deed, zijn ministerie tot rust zal brengen en zal afrekenen met de daar heersende vierde macht. Zo gaat de sociaal-geograaf Piet Bukman, oud-voorlichter, oud-secretaris en oud-voorzitter van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond en voormalig voorzitter van het Landbouwschap, vandaag terug naar af. Naar de landbouwveste aan de Bezuidenhoutseweg. Maar op een plaats van waar hij het zijn boerennest nog heel moeilijk moet maken: zowel met de liberalisering van het Europese landbouwbeleid als ook met de door staatssecretaris Gabor te behartigen zorg voor natuur en milieu.

    • Frits Groeneveld