Oorlogsgetroffenen klagen over ervaringen bij aanvraaguitkering

DEN HAAG, 28 sept. 'Verschrikkelijk', zegt een man over het indienen van een aanvraag voor een uitkering waarop oorlogsgetroffenen recht hebben. 'Vooral toen de Raad vroeg om bewijzen, waarom ik van mening was dat mijn klachten waren ontstaan door de oorlog. Ik heb specialisten, huisartsen, een professor en maatschappelijk werkers afgelopen om maar iets te verzamelen. Dit kostte, naast de slechte lichamelijke en geestelijke toestand waarin ik verkeerde, erg veel energie.'

Deze reactie, typerend voor de ervaringen van veel oorlogsgetroffenen bij het aanvragen van een uitkering, is te vinden in 'Met veel geduld wacht ik nog steeds af'. Het deze week verschenen boekje geeft de ervaringen weer van 1.744 oorlogsgetroffenen met de uitvoering van de verschillende uitkeringswetten op dat gebied. Het onderzoek is een bewerking van materiaal uit de vorig jaar in opdracht van het ministerie van WVC gehouden studie 'Hulpverlening aan oorlogsgetroffenen'.

Drs. F. A. Begemann van het Informatie- en Coordinatie-orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen (ICODO) stelt in 'Met veel geduld wacht ik af' vast dat het aantal aanvragers van een uitkering dat negatief denkt over de procedure drie maal zo groot is als het aantal met een positieve mening. Het meest frequent komen klachten voor over de lange duur van de aanvraagperiode soms jarenlang en over het belastende karakter daarvan. 'Zenuwslopend', zegt een oorlogsgetroffene over de aanvraag. 'Het heeft heel wat van mijn krachten gekost.' Een ander: 'Heel vermoeiend, teleurstellend, ziekmakend.'

Het kost mensen die een uitkering aanvragen, bijvoorbeeld op grond van de Wet Uitkeringen Burgeroorlogsslachtoffers (WUBO) of de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers (WUV), soms veel moeite te bewijzen dat de oorzaak van hun klachten haar oorsprong in de oorlog vindt. 'Er zijn na zoveel jaren weinig getuigen meer over', zegt een van hen. 'Het recht van de twijfel gaat dan niet naar mij, maar naar hen die niets kunnen weten.'

De lange wachttijden voor beslissingen over het toekennen van uitkeringen geven de aanvragers soms de indruk dat hun oorlogservaringen niet serieus worden genomen, zo blijkt uit de publikatie van Begemann.

Dat daar verandering in moet komen is ook de mening van minister d'Ancona, die gisteren in Leiden de opening verrichtte van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Tot het instellen van deze raad, die al enkele maanden aan het werk is, werd vorig jaar door het kabinet besloten omdat de achterstanden bij de diverse organisaties die zich tot voor kort met de uitkeringen bezighielden te groot waren. Ook de vele klachten van de aanvragers, niet in de laatste plaats over de lange wachttijden, speelden een rol bij de kabinetsbeslissing. De uitvoering van alle uitkeringswetten voor oorlogsgetroffenen gebeurt nu geheel onder verantwoordelijkheid van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Minister d'Ancona schetste gisteren in Leiden nog eens het doel van de raad: 'Een betere en snellere wetsuitvoering. Deze verplichting hebben wij aan de verzetsdeelnemers en de oorlogsgetroffenen. Op het invullen van deze verplichting zal men u en mij beoordelen'.