Najaarsoverleg

ALS ER LANGZAMERHAND iets steeds voorspelbaarder wordt in dit land, zijn het wel de bewegingen van werkgevers, werknemers en de overheid aan de vooravond van hun traditionele halfjaarlijkse overleg over het te voeren sociaal-economische beleid. De stellingen worden telkens volgens hetzelfde patroon betrokken: de vakbeweging die dreigt met extra looneisen als centrale afspraken uitblijven, werkgevers die wel in Den Haag willen komen praten mits er geen bindende afspraken worden gemaakt en ten slotte de overheid die bij monde van diverse ministers zegt dat sociale partners want zo blijven ze heten het nu toch eindelijk eens zouden moeten worden, omdat anders wettelijke maatregelen volgen.

Zo kabbelt het gesprek tussen de partijen door van voorjaarsoverleg naar najaarsoverleg en van najaarsoverleg naar voorjaarsoverleg. Met een tripartite werkgroep hier en een aanbeveling daar worden de achterbannen tevreden, danwel gerust gesteld. Natuurlijk heeft het overleg een functie, al was het maar omdat partijen die praten geen ruzie maken. Nederland is sinds jaar en dag een oase van arbeidsrust. Internationaal wordt Nederland geprezen wegens zijn gematigde loonontwikkeling, het tastbaarste resultaat van de overlegeconomie. Maar het wordt tijd de vraag te stellen hoe verstarrend aan de andere kant de halfjaarlijkse bijeenkomsten in het SER-gebouw werken. De vaste sjablonen waarlangs het overleg zich voltrekt lijken steeds verlammender te werken.

DE ZICH VAN overleg naar overleg voortslepende discussie over de WAO is daarvan ongetwijfeld een van de schrijnendste voorbeelden. Terwijl de opmars naar het miljoen arbeidsongeschikten onverdroten voortgaat, zit het gesprek tussen werkgevers en werknemers over mogelijke oplossingen opnieuw muurvast. Dat de WAO een volkomen uit de hand lopende regeling aan het worden was, werd reeds aan het eind van de jaren zeventig vastgesteld, maar maatregelen om de groei in te dammen bleven uit. Het wederzijdse belang van werkgevers en werknemers heeft een fundamentele aanpak tot nu toe in de weg gestaan. Nog steeds wordt de WAO gebruikt als verkapte werkloosheidsregeling en zolang de twee partijen daar belang bij hebben blijft de 'grote leugen'. De beide zondaars moeten het zien eens te worden, anders komen er wettelijke maatregelen, zegt minister De Vries van sociale zaken opnieuw, maar zeiden zijn voorgangers dat ook niet?

WANNEER DURFT het kabinet zijn verantwoordelijkheid echt te nemen? 'De politiek dreigt handelingsonbekwaam te worden, waarschuwde PvdA-fractievoorzitter Woltgens begin deze week. Inderdaad lijkt het daar wel eens op, en de sociale partners gedragen zich ernaar. Ze willen graag tijdig overleg met het kabinet omdat anders 'het risico' wordt gelopen 'dat allerlei Kamerleden zich er tegen aan gaan bemoeien', zoals FNV-voorzitter Stekelenburg het eind vorig jaar uitdrukte.

Stekelenburg heeft voor dit jaar opnieuw zijn zin gekregen. Het najaarsoverleg wordt gehouden voordat de Tweede Kamer zich over de sociaal-economische plannen van het kabinet heeft kunnen uitspreken. Maar, om met Woltgens te spreken, het mag niet zo zijn dat als de werkgevers en werknemers hebben gesproken de politiek geen alternatieven meer heeft. Overeenstemming met de sociale partners is een groot goed, maar er is meer. Waar anderen stilstaan, danwel uitblinken in een gebrek aan creativiteit, wordt het tijd dat de politiek haar verantwoordelijkheid neemt. Per slot van rekening zijn de politici daarvoor ook gekozen.