Japans vredescorps bedoeld om 'vastberadenheid' te tonen

DEN HAAG, 28 sept. 'Japan verwerpt voor altijd oorlog en de dreiging met of het gebruik van geweld als middel voor het oplossen van internationale conflicten', zo staat geschreven in artikel 9 van de Japanse grondwet, in 1946 gedicteerd door de Verenigde Staten. Nooit, zo was het stellige voornemen van de Amerikaanse generaal Douglas McArthur, mochten de Japanners weer een kans krijgen op militaire avonturen, nooit willen we die kans meer hebben, beloofden de Japanners.

Al in de jaren vijftig, onder de toenemende dreiging van het oosterse communisme (Volksrepubliek China, Noord-Korea) werd op aandrang van Washington artikel 9 soepel geinterpreteerd: Japan kreeg een nieuw leger, eufemistisch Zelfverdedigingsmacht genoemd, die zich ontwikkelde tot een goed-getrainde macht, nog steeds onder het goedkeurend oog van de Amerikanen. Het Golf-conflict heeft voor een nieuw interpretatieprobleem van het gewraakte grondwetsartikel gezorgd: mogen Japanners zich in een militair uniform, al dan niet gewapend buiten de eigen landsgrenzen begeven? Ja, zegt premier Toshiki Kaifu, die gisteren na lang aarzelen met een wetsvoorstel kwam voor de vorming van een permanent Japans vredescorps van 2.000 man dat kan worden ingezet in situaties zoals de Golfcrisis. Op 12 oktober komt de Kokkai, het Japanse parlement, bijeen in een buitengewone zitting om zich te buigen over het plan. Zeker is nu al dat de linkse oppositie zich krachtig zal verzetten. Kaifu zei nadrukkelijk dat het corps los moet worden gezien van de 'zelfverdedigingsmacht' en dat de militairen zich in het buitenland niet met gevechtshandelingen zullen bezighouden. Welke rol de vredesengelen wel zouden kunnen spelen liet hij in het midden, evenals de vraag of de troepen zullen worden bewapend. 'Wij Japanners moeten onze vastberadenheid tonen', zei Kaifu. De Japanse ambassade in Den Haag meent dat het plan-Kaifu niet in tegenspraak is met artikel 9, aangezien het Japanse vredescorps alleen zal opereren in Verenigde Naties-verband. Premier Kaifu komt vandaag in de Verenigde Staten aan waar in een ontmoeting met president Bush, morgen, verdere informatie zal geven over het plan. Volgende week reist de Japanse regeringsleider naar het Midden-Oosten voor bezoeken aan Egypte, Jordanie, Turkije, Saoedi-Arabie en Oman.

Overrompeld

Japan werd in augustus, zoals zovele landen, totaal overrompeld door de Iraakse agressie tegen Koeweit en de gevolgen die het confict had voor de Japanse diplomatie en economie. De Iraakse president Saddam Hussein spaarde de Japanners in zijn land en het bezette Koeweit niet: 340 van hen bevinden zich onder de duizenden die vastzitten in de twee landen; 141 zouden behoren tot de 'uitverkoren' gijzelaars die door Saddam op strategische plaatsen zijn gestationeerd als menselijk schild. Tokio, dat zich in het verleden bij grote internationale conflicten steeds bijzonder terughoudend opstelde, stond in de huidige crisis vooraan in zijn veroordeling van de Iraakse inval. Ondanks de grote afhankelijkheid van olie uit Irak en Koeweit sloot de Japanse regering zich zeer snel aan bij de strafmaatregelen van de Verenigde Naties. De concrete bijdrage van Tokio aan een oplossing van het conflict bleef niettemin vooralsnog beperkt tot het financiele vlak. Kaifu zegde in eerste instantie een miljard dollar toe voor hulp aan de internationale militaire operatie en aan landen die door de Golfcrisis het ergste hebben te lijden. Na verontwaardigde Amerikaanse reacties werd de inzet verhoogd tot vier miljard dollar. In het Amerikaanse Congres is veel kritiek geleverd op Japans terughoudende militaire opstelling in het algemeen en die in de Golf-crisis in het bijzonder. Op 12 september had een verhit debat plaats in het Congres, waarbijde Republikeinse senator D'Amato uitriep: 'Het is het oude liedje met de Japanners, ze worden gedreven door hebzucht, gierigheid en winst. Hun houding is volstrekt verwerpelijk.' Veel Amerikanen vinden het maar moeilijk te verteren dat Japan als grote verliezer van de oorlog de overwinnaar van de naoorlogse economische strijd werd. In de Amerikaanse volksmond wordt het Japanse 'Wirtschaftswunder' mede toegeschreven aan het ontbreken van militaire inspanningen: zorgt het Amerikaanse leger niet al decennia voor de verdediging in het oosten?

Sterk leger

De militaire deskundigen in de VS weten dat het anders ligt. De Amerikaanse militaire inspanningen in de Japanse archipel (50.000 GI's) worden voor een niet onaanzienlijk deel door Tokio betaald. Het aandeel van 40 procent wordt nu verhoogd tot 60 procent. Japan heeft zelf een sterk leger, dat dankzij een uitpuilende staatskas kan beschikken over het op vijf na grootste militaire budget ter wereld: 29 miljard dollar. Het Japanse 'Defensieagentschap' streeft naar een geavanceerde strijdmacht, met zoveel mogelijk 'hi-tech' van eigen bodem. De industrie ontwikkelt een radarsysteem dat over de horizon kan 'kijken' voor de Ogasawara-eilanden, er worden Aegis anti-onderzeebootschepen gebouwd. De VS leveren AWACS-radarvliegtuigen, terwijl de gezamenlijke produktie met General Dynamics van het FSX-gevechtsvliegtuig doorgaat. Uitgerekend die gezamenlijke produktie van de FSX stuitte in de VS op problemen. In militaire kringen speelde de oude angst voor het Japanse gevaar op, de leergierige kopieerlustige Japanners zouden niet te veel kennis van militaire technologie mogen krijgen. In het geheim wordt voorts gewerkt aan de bouw van een eigen gevechtshelikopter. Ook op het gebied van de ruimtevaart bestaan ambitieuze plannen. Bovendien is de Japanse overheid in het geheel niet gekant tegen verdergaande militaire inspanningen. De krachtige elektronica-industrie staat te springen om nieuwe uitdagingen en het maken van wapens is er een van formaat. Japan heeft immers de reputatie een produktielijn van gekopieerde tweederangs spullen binnen enkele jaren te kunnen ontwikkelen tot de aflevering van geavanceerde topfabrikaten.

    • Lolke van der Heide