‘Hoe konden wij de waarheid weten`; De Nederlandse vriendenvan de DDR

In de jaren dat hij zijn opleiding als DDR-diplomaat volgde was Nederland in de ban van de raket. Het fenomeen ‘Hollanditis’ kreeg ruime aandacht in de scholing van de 32-jarige cultureel attache van de DDR-ambassade in Den Haag, M. Winkler: ‘ De vredesbeweging werd als een bondgenoot van onze staat beschouwd.’ Sinds zijn komst naar Nederland, vier jaar geleden, zou hij ontdekken dat het genuanceerder lag.

Hij behoort tot het kleine groepje dat volgende week het licht in de ambassade mag doven. ‘Een treurige toestand’, hij heeft geloofd in de DDR - en wat het laatste jaar allemaal naar buiten is gekomen: ‘ Ik kan het nog altijd moeilijk geloven.’ Terwijl ze op de ambassade geld bijeen moesten schrapen om de kosten van een etentje met een Nederlandse gast te betalen, verrijkte de bestuurlijke elite van het land zich.

Hij voelt zich verlaten. De Nederlanders die vroeger kind aan huis waren bij de ambasade - neem de mensen van de vereniging Nederland-DDR - zijn tegenwoordig in geen velden of wegen meer te bekennen. De collega’s van de Westduitse ambassade wantrouwen hem. Overal ter wereld worden de DDR-ambassademedewerkers ontslagen, Winkler dus ook. Deze zomer zocht hij vergeefs een baan in de DDR. ‘ Ik word vereenzelvigd met de partij.’

Voorzichtig maakt Winkler duidelijk dat hij zich verwondert over het gemak waarmee sommige Nederlanders het einde van de DDR accepteren. Neem de mensen van de vredesbeweging. ‘ Ze waren misschien niet onze bondgenoten, maar ze steunden ons toch?’

Stop de bom

‘We waren een instrument voor de DDR. Dat wisten we’

geen sierletter indien VM of VR loopt De communisten-watchers van de BVD beleefden in 1977 spannende tijden. Dan ging CPN-kamerlid Joop Wolff weer via Moskou naar Berlijn, dan boekte zijn broer Jaap weer eens een retourtje richting oostblok; partijvoorzitter Hoekstra toog erheen, evenals het Amsterdamse raadslid R. Walraven. De bezoeken zouden later in een BVD-rapport worden verklaard: A hidden factor in the Dutch discussion on nuclear weapons.

Het ging om de acties tegen de Amerikaanse neutronenbom, een wapen dat mensen doodt, maar gebouwen laat staan. De CPN organiseerde er via het officieel onafhankelijke ‘samenwerkingsverband Stop de N-bom/Stop de kernwapenwedloop’, acties tegen die massaal aansloegen. Ze vormden de opmaat voor het brede vaderlandse verzet tegen de nucleaire afschrikking. Stop de N-bom was toen inmiddels prominent lid van het KKN, het Komitee Kruisraketten Nee.

De BVD wilde in het rapport niet beweren dat het nationale verzet tegen de nucleaire afschrikking door ‘buitenlandse interventie’ was ingegeven - een half miljoen demonstranten is ook wat veel om door de Rus gezonden te worden -, maar stelde vast dat de organisatie van de acties zijn oorsprong in de Sovjet-Unie en de DDR vond. De leiding van de CPN en de vredesbeweging wezen de analyse detijds met kracht van de hand. Mensen als Joop Wolff, H. Hoekstra en Nico Schouten, CPN’er en secretaris van Stop de N-bom, doen dat nu nog, maar er zijn nu ook andere geluiden uit CPN-kring op te tekenen.

Oud-CPN’er G. von der Fuhr, die destijds bij Stop de N-bom werkte: ‘ De Oostduitsers en de Russen deden het regelmatig voorkomen dat zij te vertellen hadden hoe wij moesten handelen.’

De secretaris van de Oostduitse Vredesraad, W. Rumpel, was kind aan huis bij Stop de N-bom. ‘ As we iets organiseerden nam hij de DDR-televisie altijd mee. De DDR had belang bij onze acties, vandaar dat ze ons waar dat kon steunden. We waren een instrument voor hun buitenlandse politiek. En dat wisten we.

We hadden, zoals we dat noemden, een ‘binnen-’ en een ‘buitenstrategie’. Voor de buitenwereld bepaalden we zelf onze standpunten, en dat was ook wel zo, maar het gebeurde ook dat we statements afgaven enkel omdat de Oostduitsers ons vroegen dat te doen.’

Niet alleen vanuit het landelijke kantoor waren er internationale contacten. De traditioneel orthodoxe Groningse CPN zette haar eigen stappen op het internationale politieke platform. B. Woltjer, secretaris van Stop de N-bom aldaar: ‘ Er ging ook wel eens iemand van ons naar Moskou. En er kwam ook wel eens een Rus hier. In beide gevallen betaalden de Russen de reis. Maar dat ging om kleine bedragen, het zou me niets verbazen als er op landelijke schaal veel meer geld door de Russen of de Oostduitsers is betaald. Het zou me eigenlijk meer verbazen als bleek dat het niet is gebeurd. We steunden hun buitenlandse politiek - daar moesten ze wat voor over hebben.’

Von der Fuhr weet hoe het werkte. ‘ Er zijn dingen gebeurd met bankrekeningen. Voor iedere actie werd een aparte bankrekening geopend. Zo hielden we een heel duur internationaal forum in Amsterdam, daar kwamen allemaal hoge Russen en Oostduitsers, en die moesten dan formeel hun eigen verblijfskosten betalen. Voor dat forum is er zeker een ton betaald door de Vredesraden uit de Sovjet-Unie en de DDR - die Vredesraden waren een verlengstuk van de partij. Dat werd angstvallig geheim gehouden.’

Schouten, die zich bijzonder ergert aan ‘al die aandacht voor bijzaken terwijl niemand een bewijs kan leveren’, kijkt ‘zonder enige spijt’ terug. Hij en zijn organisatie hebben de internationale ontspanning dichterbij gebracht. ‘ Juist dankzij onze uitstekende contacten met bijvoorbeeld de Oostduitse Vredesraad. Dat was een verlengstuk van de SED, ja, en wat dan nog? Ik ben ervan overtuigd dat de Vredesraad werd gesteund door de Oostduitse massa. Dat blijkt voor mij uit het feit dat de PDS bij de verkiezingen, die ze ingingen in de meest deplorabel denkbare electorale positie, toch nog 15 procent van de stemmen haalde.’

DDR-BEDRIJVEN IN NEDERLAND

‘De winst ging naar de SED. Uiteraard’

geen sierletter indien VM of VR loopt ‘ Kent u de Nederlandse DDR-bedrijven die door voormalig staatssecretaris Schalck-Golodkowski zijn genoemd toen hij aan de Westduitse inlichtingendienst de omvang van het DDR-bedrijvenimperium in het westen bekendmaakte?’ vraagt W. Schmidt, de Nederlandse adjunct-directeur van de Oostduitse handelsfirma Intact in Hilversum (zie kader/schema).

‘ Dan moet het zijn opgevallen dat Intact - en we zijn honderd procent Oostduits - op die lijst niet voorkomt.

Ik heb namelijk kunnen aantonen dat ik niet corrupt was. Na de Wende heb ik schriftelijk op het ministerie van Landbouw kunnen bewijzen dat een Nederlands bedrijf uit het Schalck-imperium - ik noem geen naam - een order had gekregen terwijl onze offerte twintig procent lager was. Dat ging in dit geval om 1,4 miljoen gulden, die te veel aan dat bedrijf werden betaald om door te sluizen aan een Nederlandse groep die sympathieen voor de DDR koesterde. Zulke zaken hebben zich veel voorgedaan.’

Het heeft Intact geen nadeel berokkend: ‘ We zijn nu aangewezen als coordinator van de land- en tuinbouw in de DDR. Hopelijk kunnen we daardoor overleven.’

Als ‘commercieel geschoolde jongen’ kreeg Schmidt dertien jaar geleden een baan bij Intact aangeboden. Het bedrijf richtte zich naar zijn wens in de breedste zin op im- en export van en naar de DDR. Aardewerk, piano’s, glas, hazelnootpasta, sanitairvoorzieningen - als er in het Westen een markt voor was zorgde hij in overleg met de DDR dat het produkt hier gebracht kon worden.

‘ Ik heb me altijd volstrekt onafhankelijk opgesteld. Ze stuurden vanuit de DDR consequent een directeur die boven me werd gesteld, maar die kerels - ik heb er zes gehad; er kwam om de twee a drie jaar een andere - hadden niet het geringste vermoeden wat er hier omging, dus daar trok ik me niets van aan.

Het waren altijd SED’ers. Die mensen kenden hier niemand. En ‘snachts en in het weekeinde moesten ze vaak naar de ambassade: wachtlopen, ja, echt! Na drie jaar gingen ze terug voor politieke scholing. Bij alle Oostduitse bedrijven in Nederland werkte dat zo. Ze zaten hier echt niet voor hun vakkennis.’

Schmidt noemt zichzelf ‘een echte VVD’er’. ‘ Het was dus duidelijk dat ik geen enkele politieke affiniteit met de DDR had. Ik heb wel ieder jaar de contributie aan de vereniging betaald, zeshonderd gulden, we waren verplicht lid, dat werd ons vanuit Berlijn opgelegd.’

Ondanks zijn afkeer van ‘alles wat met linkse politiek te maken heeft’, merkte hij wel dat vooral die linkse politici een stevige vinger in de pap konden hebben. ‘ Als zo’n PSP-mevrouw riep dat het in de DDR helemaal oke was, kreeg ik meteen meer orders uit de DDR.’ Andersom maakte hij het eveneens mee. Toen Honecker enige jaren geleden Nederland bezocht en het contact met Lubbers niet al te hartelijk verliep, merkte Schmidt dat onmiddellijk in zijn orderportefeuille. ‘ Honecker zat bij wijze van spreken nog niet in het vliegtuig of vanuit Oost-Duitsland kwam al het bericht dat een aantal exportorders werd afgelast. Zo werkte het, te gek natuurlijk, maar ik paste me aan.’

Als hij er zo’n afkeer van had, waarom werkte hij er dan voor? Schmidt: ‘ Ik had er lol in. Dat is het enige. Ik begon met niets, in het begin liep Intact heel moeizaam, maar het ging steeds beter. In die eerste jaren maakte je mee dat je zei tegen die Oostduitsers: zwart servies is in de mode, kun je dat leveren? Dat is goed, riepen ze dan, over drie jaar beginnen we volgens de planning met zwart - oke?

Maar na verloop van tijd heb ik schitterende dingen meegemaakt. De introductie van het ‘fluitje’ als bierglas in de Nederlandse horeca - om een voorbeeld te noemen. De firma Brand wilde dat hebben omdat ze een aureool van kwaliteitsbier nastreefden. Wat bleek? Door de verouderde staat van de machines in de DDR bleken ze die glazen daar moeiteloos en snel te kunnen maken, terwijl alle bedrijven hier gewend waren juist dikker glas te maken op verzoek van de horeca: anders braken ze te snel bij het stapelen. Zodoende hebben we die hele markt kunnen pakken. En zodoende heb ik ook gemerkt dat je dat land een weliswaar geheel verziekte topstructuur had, maar dat daaronder een heleboel mensen werkten die geweldig inventief waren. Voor die mensen heb ik in de loop der jaren een groot respect gekregen.’

Hij heeft de Oostduitse aandeelhouders laten weten dat hij wil doorgaan: ze kunnen hem de aandelen verkopen, anders laat hij de zaak failliet gaan en begint hij voor zichzelf.

‘ We zullen veel markten afstoten. Van de tweehonderd bedrijven waarmee we zaken plachten te doen blijven er, hoop ik, zo’n zestig over. En dan is er nog de landbouw. Dat gaat erg goed voor ons.’

Schmidt heeft zich razendsnel aangepast. ‘ We hebben momenteel geweldig succes met het volgende. De Oostduitse burger wil geen landbouwprodukten uit eigen land meer kopen. Het moet Westers zijn. Wat doen we? We doen een Nederlandse verpakking om de Oostduitse groenten en tulpenbollen. Loopt als een trein.’

Er is voor Intact niettemin een probleem, zegt hij. ‘ Alle Oostduitse bedrijven die voor de Wende vanuit Nederland al in de DDR zaken deden hebben een besmet verleden. Oostduitsers neigen er sterk toe die bedrijven uit te sluiten van samenwerking. Dat geldt voor bijvoorbeeld IMOG, dat geldt zelfs voor ons.’

Een paar dagen later zijn we in Rotterdam, bij W. Deelstra en J. van der Valk, Nederlandse directeuren van IMOG (Internationale Maatschappij tot het overnemen van Goederen) met 120 werknemers het grootste Nederlande bedrijf wiens aandelen in meerderheid in Oostduits bezit zijn. Voor Deelstra is IMOG een levenswerk: hij begon er 35 jaar geleden onderaan in de hierarchie.

Deelstra is geergergd. ‘ Sinds het verhaal dat we op de lijst van Schalck-Goldkowski staan (wat het geval is - red.), moeten we ons teweer stellen tegen de meest grove beschuldigingen. Dat zijn we beu, dat zijn we vreselijk beu.’

IMOG - het werd in 1954 opgericht en specialiseerde zich in transport naar het oostblok, vooral de DDR - is een bedrijf waarvan de aandelen in meerderheid in Oostduitse handen zijn. Weliswaar van Volkseigene Betriebe, maar ja: ‘ Dat is natuurlijk synoniem aan SED’, zegt Van der Valk. ‘ Onze winst kwam in de partijkas terecht. Uiteraard.’

Het bedrijf had - en heeft - een Oostduitse directeur, steevast een SED’er (‘vakmensen’, zegt Deelstra), en soms werd het ook voor minder oogstrelende DDR-zaken ingezet.

Zo trad IMOG begin jaren ’80 op als transporteur op van uit Japan afkomstige apparatuur voor in de DDR gestationeerde FROG-7-raketten - de voorloper van de SS-21.

Van der Valk: ‘ Dat is gebleken, ja. Maar daar wisten wij niets van. Wij transporteerden heel veel naar en uit de DDR. Dit bleek er ook tussen te zitten. Maar als transportfirma kunnen wij niet weten dat we iets anders vervoeren dan ons is opgegeven. Dat probleem kennen alle transportbedrijven’.

F. Danisch, de laatste handelsattache van de DDR in Nederland: ‘ Weet u wat me opvalt aan het Nederlandse bedrijfsleven? Dat men zo gemakkelijk overspringt. Dat er geen loyaliteit is. Vroeger verzocht men mij te bemiddelen in zaken, waarbij men zich vriendelijk tegenover mij en ons systeem opstelde, en nu wil men niets meer met mij te maken wil hebben. Althans de meesten. Die doen nu alsof ik hun vijand ben, en dat ik dat altijd ben geweest. Die vertellen u ook de verhalen dat ik wist van het Schalck-imperium, terwijl zij ervan op de hoogte waren, en wij niet. Ik ben niet tegen het kapitalisme, begrijpt u me, maar het laatste jaar hier valt me tegen. Dit had ik niet verwacht.’

Teleurgesteld zijn ook sommige Nederlanders in de kleine wereld van de Nederlandse DDR-bedrijven. Zij werkten ten behoeve van de de socialistische zaak voor een Oostduits bedrijf in Nederland, en merken thans dat de Oostduitse dankbaarheid daarvoor bestaat uit ontslag, althans waarschijnlijk, althans op termijn.

Zo is er B. Woltjer, de voormalige secretaris van Stop de N-bom in Groningen. Hij is tegenwoordig sales-manager bij Mebama in Hellevoetsluis, welke handelsfirma door Schalck-Goldkowski ook is aangeduid als onderdeel van zijn imperium.

Woltjer kwam via de vredesbeweging met Mebama in contact. Begin jaren ’80 leerde hij een der directeuren van Mebama’s moedermaatschappij Melcher Gmbh kennen, een in Elmshorn, West-Duitsland, gevestigde handelsfirma die voornamelijk zaken deed met de DDR en werd geleid door een lid van de DKP, de Westduitse communistische partij.

Halverwege de jaren ’80 gaf hij zijn werk in Groningen op - hij doceerde aan de Sociale Academie - en trad in dienst bij het Westduitse bedrijf om geschoold te worden tot manager met kennis van de Oostduitse markt. Als de vrede niet via het slechten van de koude oorlog kon worden bereikt, dan via een verbetering van de handelsbetrekkingen tussen Oost en West; dat was het idee.

Vorig jaar, de Berlijnse muur stond er nog stevig, had Woltjer zijn scholing afgerond en verkaste hij volgens plan naar Mebama, dat zich eveneens volledig op de Oostduitse markt richt.

De Westduitse communist M. Melcher, directeur van de gelijknamige Westduitse firma: ‘ Dat mijn bedrijven deel uitmaakten van het Schalck-imperium was Woltjer onbekend, want ikzelf wist het niet eens. De enige aanwijzing die er voor bestond was het feit dat we bij iedere transactie drie tot vijf procent provisie aan het ministerie van Schalck moesten overmaken. Maar dat moest iedereen die handel dreef met de DDR, dat was een publiek geheim.

Be Woltjer had zeker ook ideele overwegingen om bij Mebama te gaan werken. Hij wilde de vrede dichterbij brengen.’

Die taak lijkt goeddeels achterhaald. Melcher: ‘ De toekomst is onzeker. De markt voor Mebama is weg. Ik was communist, ik blijf communist, zodat we ons nu orienteren op de Poolse en Russische markt. Maar ik ben ook zakenman. Ik weet niet zeker of Mebama blijft bestaan.’

Woltjer wil er niet over praten: de zaak ligt te precair.

DE VERENIGING

‘We kregen geld uit de DDR mits we vriendelijk waren’

geen sierletter indien VM of VR loopt Oud-voorzitter van de Vereniging Nederland-DDR, D. van der Meer: ‘ Die Oostduitsers zagen ons als instrument: we kregen goederen toegestopt op voorwaarde dat we vriendelijk bleven. Ze wilden dat we afhankelijk van ze waren, zodat ze ons konden gebruiken wanneer dat nodig was.’

Als Van der Meer in de jaren ’70 bij zijn Oostduitse bezoeken Honecker de hand schudde, voelde hij zich een hele vent, zegt hij cynisch. Van der Meer had een speciale band met de DDR-leider. Hij maakte deel uit van de latere (communistische) verzetsgroep-Gouloose, die Honecker in 1934 een vals Nederlands paspoort verschafte. ‘ Honecker herinnerde daar altijd aan. Hij kon er romantisch over praten: dat waren nog eens tijden.’

Tot 1980 hief Van der Meer regelmatig het glas met de Oostduitse leider. Nadien niet meer. Van der Meer kreeg te verstaan dat de vereniging zijn diensten niet langer op prijs stelde.

De vereniging, die zich volgende week opheft, had onmiskenbaar een ideele basis. Men bezocht elkaar, men was wederzijds begripvol, men streefde naar vrede en medemenselijkheid. Maar eind jaren ’70 merkte de ex-CPN’er Van der Meer, inmiddels lid van de PvdA, waar de grenzen van de medemenselijkheid lagen. ‘ Ik ben uit de vereniging gegooid omdat ik te kritisch was.’

‘ Natuurlijk waren we een klein gezelschap reislustige idealisten, maar toch zaten er mensen tussen waarvan ik achteraf denk: die waren niet te vertrouwen. Zij haalden gratis goederen in de DDR op, die in Nederland werden verkocht. We hadden een paar honderd leden, de contributie die daarvan binnenkwam was veel te weinig om ons pand te betalen - dat wist iedereen.’

‘ Financiele steun uit de DDR?’ Penningmeester W. van Nobelen van de verenging vindt het lachwekkende flauwekul. ‘ We maken allemaal nogal treurige dagen door. Dat zal er bij Van der Meer wel achter steken. Ik had ook nooit gedacht dat die mensen in de DDR de voorkeur gaven aan een bloemetjesjurk boven zo’n keurige grijze jurk. Maar moeten we daarom elkaar nou zwart gaan maken?’

Secretaris F. Neijts wordt het zwaar te moede wordt als hij verneemt wat Van der Meer zoal vertelt. ‘ Van der Meer is een stalinist!’ Later herstelt hij zich: ‘ Maar dat kan ik hem eigenlijk moeilijk verwijten, ik ben zelf ook stalinist geweest.’

Met die geldelijke steun zat het ongeveer zo, zegt de man die van de eerste tot de laatste dag het secretariaat van de vereniging voerde: ‘ Vanuit de DDR werden gratis grammofoonplaten, boeken, fototoestellen en meer van zulks ter beschikking gesteld, en de vereniging verkocht die hier. Het was kruimelwerk, ‘ hij begrijpt niet goed waarom Van Nobelen het nog langer weerspreekt.

‘ En ons pand konden we betalen omdat talloze Nederlandse gemeenten en hier gevestigde Oostduitse bedrijven lid waren. Die droegen allemaal een paar duizend gulden af. IMOG bijvoorbeeld, een Oostduits bedrijf in Rotterdam, betaalde vijf a tienduizend gulden per jaar. Maar uiteindelijk kwamen we altijd geld tekort. Gebedeld heb ik om meer te krijgen. Maar nee hoor, in de DDR vonden ze ons te kritisch, ze wilden alleen meer geven als we ons minder kritisch zouden gedragen.’ Over de mensenrechten ging het in de publicaties van de vereniging overigens zelden, het verenigingsblad bevatte artikel na artikel waarin de positieve ontwikkelingen in de DDR werden beschreven.

‘ Weten jullie wie veel geld kregen?’ verlegt hij het thema. ‘ Die mensen van de vredesbeweging, van Stop de N-bom. Die werden gefeteerd in de DDR. Als je wil weten wie het meest ver zijn gegaan in samenwerking met het DDR-regime, dan moet je daar zijn.’

De vereniging Nederland-DDR liet zich evenmin onbetuigd. Het verenigingsblad bevatte artikel na artikel waarin de positieve ontwikkelingen in de DDR werden beschreven. Intussen dreef de zoon van Neijts handel in DDR-speeldgoed (‘ dat zal nu wel voorbij zijn’), en werd vader Frits door Honecker persoonlijk onderscheiden wegens zijn verdiensten voor ‘vrede en ontspanning’.

Neijts: ‘ Wij hebben ons vergist. Goed. Maar hoe komt dat? Ik geef een voorbeeld. Als wij een school bezochten en alle kinderen waren vrolijk en nijver aan het werk, hoe konden wij dan weten dat het fake was? Er is ons van alles op de mouw gespeld. Nooit hebben wij de waarheid over de Stasi gehoord, over de persoonlijke verrijkingen, over de wijze waarop de economie ontwricht raakte. Ik ben een paar weken geleden nog eens teruggeweest. Mensen vertellen dat ze ons de waarheid niet durfden te zeggen, uit angst voor de Stasi, maar hoe konden wij dan de waarheid weten?’

    • Tom-Jan Meeus
    • Lolke van der Heide