Elfde revue van Andre van Duin is veel venijniger dan devorige tien

De nieuwe revue met Andre van Duin, sinds gisteravond in roulatie, is de elfde. De show bestaat, net als de vorige tien, uit bonte balletten, zangnummers en sketches. De tv-serie over Walden en Muyselaar, die deze zomer door de Avro werd uitgezonden, toonde aan dat het genre in wezen altijd hetzelfde is gebleven: geen van die drie elementen mag ontbreken en in de orkestbak hoort het de hele avond feestelijk te tetteren. Ook ditmaal wordt aan alle eisen voldaan. En toch is er, binnen dat kader, sprake van een ontwikkeling. Deze elfde is anders dan de tiende. Sneller vooral, venijniger en veel minder goedmoedig dan vroeger.

Er is zelfs een poging gedaan de per definitie losse elementen aan elkaar te verbinden. In de openingsscene wordt een pretfabriek geintroduceerd, waar geheel amuserend Nederland zijn grappen kan bestellen. Dat biedt mogelijkheden voor komieke scenes, zang en dans die in de eerste helft van de revue ruimschoots worden benut. Alles lijkt voort te vloeien uit het vorige en iets te maken te hebben met het volgende.

Na de pauze is die lijn verdwenen, waardoor de opeenvolging van taferelen opeens in vergelijking met het begin een rommelig karakter krijgt, inclusief een flets slot dat volstrekt uit de lucht komt vallen (een loflied op de Europese eenwording) en dat niet in de schaduw kan staan van de aanstekelijke pauzefinale, waaraan een logische opbouw voorafging. Wonderlijk dat zo'n sterk idee zo halfhartig is uitgewerkt.

Maar natuurlijk gaat het allereerst om de populairste volkskomiek van Nederland, die nauwelijks meer zijn half-debiele vermommingen van voorheen nodig heeft om de vereiste lach te scoren. De broeken die hij draagt, zijn nog wel vaak iets te kort, maar scheef dichtgeknoopte regenjassen en over de oren getrokken hoedjes draagt hij niet meer. De rollen die hij speelt, doen er niet meer toe. Hij is Andre van Duin, die met het grootste gemak in en uit een rol schiet, commentaar levert op zijn eigen optreden en ontkent dat het decor de realiteit zou verbeelden. Vooral in dat laatste is hij een meester: als hij ontdekt dat de deur een nepdeur is en dat je ook in een andere kamer kan komen zonder die deur te gebruiken, maakt hij daar zonder een woord te zeggen een nummer van dat ver uitsteekt boven de zeer oude moppen die als vanouds in de teksten zijn verwerkt.

Als aangever fungeert nu Rene van Vooren, die de zieke Frans van Dusschoten vervangt. Hij draagt meer autoriteit met zich mee dan zijn voorganger en blijft dat beter volhouden. In deze revue komt de slappe-lach-van-de-aangever, een al te voorspelbaar middel om succes te oogsten, niet meer voor. Ook dat draagt bij tot het hogere tempo en het ontbreken van de al te bedaagde gezelligheid. In het zwierige ensemble debuteert Marjolein Sligte kordaat als leading lady; het brede showgebaar en de koddige sketch-rolletjes gaan haar met even vanzelfsprekend gemak af.

En dat er in allerlei scenes breeduit naar de sponsors wordt verwezen, is minder nieuw dan het lijkt. Dat gebeurde in de jaren twintig ook al.

Voorstelling: De nieuwe Andre van Duin Revue. Muzikale leiding: Koos Mark; decor: Norman Adams; produktie: Joop van den Ende; choreografie en regie: Dougie Squires. Gezien: 25/9 Carre, Amsterdam. Aldaar t/m 28/10, daarna elders.

    • Henk van Gelder