Een afgeronde zeshoek; De ontwerpen van Gio Ponti

Gio Ponti (1891-1979) is een van die architecten die alleen in Italie lijken voor te komen. Net als zijn collega en vriend Carlo Mollino was Ponti een echte homo universalis die zich niet wenste te beperken tot een stijl of discipline. Hij ontwierp niet alleen gebouwen, maar ook meubels, stoffen, serviezen, lampen, wc-potten, kranen, sierglaswerk, kostuums voor operavoorstellingen en auto's. Verder maakte hij fresco's en schilderijen, richtte in 1928 het nog steeds bestaande tijdschrift DOMUS op en schreef onder 22 pseudoniemen artikelen voor het blad Stile. Enzovoort, enzovoort: bij mensen als Ponti krijg je altijd het gevoel dat je zelf je tijd op een verschrikkelijke manier verknoeit.

Kreeg Mollino een paar maanden geleden een grote tentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut, Gio Ponti moet het nu doen met een rijk geillustreerd boek over zijn complete oeuvre. Zijn bekendste werk, de Pirelli-toren in Milaan uit 1956, wordt natuurlijk het meest uitgebreid behandeld in het boek. De wolkenkrabber is misschien de beste illustratie van Ponti's opvatting dat een gebouw 'een eindige, gesloten vorm' moest hebben. De betonconstructie is zo ontworpen dat er later geen extra verdiepingen opgezet zouden kunnen worden en de zeshoekige vorm van het gebouw maakt een mooie, afgeronde indruk die geen toevoegingen toelaat.

Het boek moet het vooral hebben van de talrijke illustraties, want de teksten zijn teleurstellend. Het voorwoord van Germano Celant, oud-medewerker van DOMUS en tegenwoordig curator van het Guggenheim Museum in New York, bestaat grotendeels uit onleesbare bombast en het door Ponti's dochter geschreven portret ontaardt in een hagiografie. Haar toelichtingen bij de chronologisch gepresenteerde projecten zijn gelukkig zakelijker, al kan ze het ook hierin af en toe niet laten om haar vader heilig te verklaren.

Het grootste bezwaar tegen het boek is dat niet duidelijk wordt wat de plaats en betekenis van het werk van Ponti is in de Italiaanse en Europese architectuur. Het is of Ponti de enige Italiaan was die in de jaren twintig classicistisch bouwde en in de jaren dertig overging tot een zakelijke, rationalistische stijl met klassieke elementen. Ook krijg je uit het boek de indruk dat alleen Ponti in de jaren vijftig en zestig van die ingenieuze meubels en interieurs maakte. Wie het gestuntel van Jacques Tati met moderne interieurs in de film Mon Oncle heeft gezien, weet wel beter.

    • Bernard Hulsman Lisa Licitra Ponti