Doodvonnis niet ingetrokken; Brits-Iraanse betrekkingen zijnhersteld

LONDEN, 28 sept. Iran en Groot-Brittannie hebben gisteren besloten hun diplomatieke betrekkingen te herstellen. Wijlen imam Khomeiny's oproep tot moord op de Britse schrijver Salman Rushdie, de aanleiding tot de breuk in maart 1989, is niet formeel ingetrokken.

Iraanse autoriteiten hebben in plaats daarvan gezegd dat Iran het internationaal recht ten volle respecteert en zich niet zal mengen in de interne aangelegenheden van andere landen. 'Je moet hier tussen de regels doorlezen', hield de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, gisteren wachtende journalisten in New York voor. Hurd heeft vandaag bij de Verenigde Naties in New York een eerste bespreking met zijn Iraanse collega Ali Akbar Velayati.

Volgens een gezamenlijke Brits-Iraanse verklaring is het besluit tot herstel van betrekkingen gegrond 'op basis van wederzijds respect'. Iran uitte al eerder zijn ingenomenheid met een brief van Hurd aan een Engels parlementslid, waarin hij zijn achting voor de islam verwoordde.

Hurd maakte gisteren duidelijk dat voor de Britse regering de opstelling van Iran in 'de grote coalitie tegen Saddam Hussein' zozeer de doorslag heeft gegeven, dat de Britten hebben afgezien van hun aanvankelijke eis dat Iran eerst een substantieel gebaar van goede wil zou maken. De mogelijke vrijlating van de als spion veroordeelde Britse zakenman Roger Cooper uit een gevangenis in Teheran en die van drie overblijvende Britse gijzelaars in Libanon, is daarmee een zaak van goed vertrouwen geworden.

De hervatting van diplomatieke betrekkingen en het besluit om binnen een maand ambassades in elkaars hoofdsteden te heropenen, viel gisteren uitgerekend samen met het eerste televisie-interview van Salman Rushdie sinds zijn vlucht voor de het Iraanse doodvonnis. De opname wordt later uitgezonden, maar Rushdie zegt in het vraaggesprek dat het hem spijt dat hij mensen bezeerd heeft met zijn boek De Duivelsverzen. Over de woede bij moslims over de inhoud van zijn boek, zegt hij: 'Ik dacht dat dit boek ging over dingen van de geesten. Dat heb ik kennelijk verkeerd gedacht' en 'Ik heb de wereld waar ik uit voortkom, nooit verworpen. Om op mijn beurt (door die wereld) verworpen te worden, is een gruwelijk iets.'

Het Rushdie-steuncomite heeft meteen een beroep op de Britse regering gedaan om de politiebewaking van de schrijver voort te zetten, omdat het voor zijn veiligheid blijft vrezen. Uitlatingen van Iraniers in Londen, zoals het hoofd van het Iranian News Agency, wijzen erop dat die vrees gegrond is.

Pag.5: Vervolg