De minister-president is geen formateur

Formateur Lubbers had vorig jaar twaalf dagen nodig om de veertien ministers en de tien staatssecretarissen van zijn derde kabinet te verzamelen. Diezelfde Lubbers, maar nu als premier van datzelfde kabinet, had maar liefst acht dagen nodig om de vacature-Braks te vervullen. Weliswaar werkte het verlangen om de vacante portefeuille toe te delen aan een minister plus een staatssecretaris complicerend en dus tijdrovend, maar dat is niet de enige reden voor de wanverhouding tussen de twaalf dagen van vorig jaar en de acht dagen van nu.

De echte reden ligt in de andere positie van Lubbers. Een premier is geen formateur; een premier heeft met andere factoren rekening te houden dan een formateur en als hij die over het hoofd ziet (zoals Lubbers kennelijk heeft gedaan) komt hij in moeilijkheden.

Minister-president Lubbers begint steeds meer te lijken op een echte regeringsleider. In Brussel gaat hij op gelijke voet om met de Duitse bondskanselier en de Britse prime-minister (die allebei ook formeel de baas van hun kabinetten zijn). In Den Haag is hij de eerst verantwoordelijke voor de uitvoering van het regeerakkoord, de belangrijkste coordinator van het beleid, mede-ondertekenaar van vele belangrijke nota's, vaste vertolker en verdediger van het beleid en de bekwame regelaar achter de schermen van allerlei grote en kleine problemen.

Voor zo iemand moet het een koud kunstje zijn om een minister te vervangen en een extra staatssecretaris te laten aanschuiven zeker als het gaat om een beleidsterrein waar coalitiepartners van het CDA van oudsher weinig hebben in te brengen. Braks is van het CDA, Bukman is van het CDA, Van der Linden is van het CDA, Van Rooy is van het CDA, de landbouw is van het CDA, de visserij is van het CDA en het CDA is van Lubbers. Dus wat let hem om snel even orde op zaken te stellen en bovendien voor pechvogel Van der Linden nog iets aardigs te doen? In Londen en Bonn zou men met zoiets inderdaad snel klaar zijn.

Armslag

Maar in Den Haag niet. Juist in zo'n geval blijkt de armslag van de minister-president opmerkelijk klein. Hoe komt het dat een zeer succesvolle ex-formateur, eenmaal premier geworden, een jaar later als quasi-formateur zo loopt te stuntelen? Als het premierschap de bekroning is van een geslaagd formateurschap, waarom kan hij dan tijdens de rit niet even terugvallen in iets dat lijkt op een formateurschap, een quasi-formateurschap voor de bezetting van anderhalve ministerspost? Hoe heeft Lubbers kunnen denken dat hij echt net zo machtig was als premier Thatcher, of ongeveer zo machtig als de Nederlandse formateur van vorig jaar? De vraag ligt voor de hand want als er een persoon is die uit deze hele affaire beschadigd tevoorschijn komt dan is het wel de premier zelf.

Het antwoord kon wel eens liggen in de wat onoverzichtelijke legitimatie van het Nederlandse premierschap. Lubbers was vorig jaar tijdens de formatie niet alleen de winnaar van de verkiezingen, de lijsttrekker van het CDA en de fractievoorzitter, maar ook de door iedereen aanbevolen en door de Koningin aangewezen informateur en formateur, de eindredacteur van het regeerakkoord en de man met de meeste invloed op de personele bezetting.

Het gaat te ver om te beweren dat zijn wil als wet gold, maar wie hem werkelijk wilde dwarsbomen moest van heel goeden huize komen. Dat alles maakte Lubbers vorig jaar tot iemand met een ijzersterke legitimatie, sterker wellicht dan die van enige vorige informateur of formateur. Nu, een jaar later, is zijn positie anders. Weliswaar premier van een centrum-links coalitiekabinet, maar niet meer de dominante figuur in de fractie, bovendien een politicus die, naar wordt aangenomen, aan zijn laatste termijn bezig is maar die niet in de positie verkeert om met voortijdig heengaan te dreigen voor het geval hij zou worden gedwarsboomd. Geen premier immers vertrekt als hij in een kwestie als Bukman/ Van der Linden zijn zin niet krijgt. Al met al is de legitimatie dus heel wat zwakker dan vorig jaar.

Grenzen

Men zou het ook anders kunnen zeggen: in het afgelopen jaar is Lubbers, nogal ongemerkt, onderdeel geworden van de nieuwe samenhang en de onderlinge afhankelijkheid die sinds de voltooiing van de formatie is ontstaan. Hij is premier van een coalitiekabinet maar ook niets meer dan dat. Als het gaat om zijn premierschap beschikt hij over een groot prestige maar zodra hij probeert uit dat premierschap een quasi-formateurschap af te leiden loopt hij tegen de grenzen op. De legitimatie als formateur eindigde met de formatie van het kabinet en heeft dus kennelijk een tijdelijk karakter. Het nogal eenzijdig willen creeren van een nieuw staatssecretariaat en het openlijk pousseren van een kandidaat voor die functie, zijn handelingen die kennelijk niet onder het Nederlandse premierschap vallen.

Zij vallen onder de bevoegdheden van een premier die ook formeel regereringsleider is, en niet alleen feitelijk, zoals de Nederlandse premier. Het gedrag van Lubbers was eigenlijk dat van iemand die over het hoofd ziet dat hij zijn mandaat alleen maar ontleent aan parlementaire instemming en net doet alsof zijn machtsbasis ergens anders, buiten het parlement ligt. Want alleen in dat geval kan een premier een parlement voor voldongen feiten stellen.

De werkwijze van Lubbers moest wel tot fricties leiden. Zijn voorganger De Jong had hem dat kunnen vertellen: toen deze in 1970 de tussentijds afgetreden minister van economische zaken De Block wilde vervangen door een kandidaat van eigen keuze, lag de KVP-fractie met succes dwars, zodat de premier de kandidaat van de fractie (Nelissen) wel moest accepteren.

De afloop van de kwestie Braks lijkt daar sterk op. De instelling van het nieuwe staatssecretariaat en de personele invulling ervan kwamen pas tot stand nadat Lubbers het probleem had overgelaten aan dezelfde gremia die vorig jaar de ruimte gaven aan formateur Lubbers maar deze week niet aan premier Lubbers: dat wil zeggen aan de regeringsfracties en vooral de fractievoorzitters, Brinkman en Woltgens die goed beschouwd de enigen zijn die door deze gebeurtenis aan positie hebben gewonnen.