Biografie van D. H. Lawrence; Glinsterend van wit vuur

Aan biografen heeft het in geval van David Herbert Lawrence die zestig jaar geleden, 44 jaar oud, aan tuberculose overleed, bepaald niet ontbroken. De boeiendste, omvangrijkste biografie over Lawrence is het driedelige werk van Edward Nehls waarin met fragmenten autobiografie, stukjes essay, brieffragmenten, herinneringen het leven van Lawrence wordt 'opgebouwd'.

En dan ligt er nu, nadat er al zo'n vijftien biografieen over Lawrence zijn verschenen (en er, helaas, een biografie over Lawrence niet is verschenen, namelijk die waaraan Dubin werkt in de prachtige roman Dubin's Lives van Malamud) andermaal een vuistdikke biografie voor ons van Jeffrey Meyers, die onder andere naam maakte met een voortreffelijke biografie over Hemingway. Was daar nu behoefte aan? Ik geloof het niet. Het leven van Lawrence is zo langzamerhand tot in de kleinste details bekend. Iets nieuws valt er over zijn leven niet meer te schrijven, noch ook te ontdekken. Toch meent Meyers, blijkens zijn voorwoord, dat hij dank zij ongepubliceerde essays en brieven, nieuwe informatie kan verstrekken over Lawrence's Congregationalistische achtergrond, over zijn ouders, over de dood van zijn moeder, en over diverse andere aspecten van Lawrence's leven. Uit de biografie blijkt echter dat Meyers weinig nieuws aandraagt; hij brengt slechts hier en daar wat accentveranderingen aan. Zo is hij van mening dat de moeder van Lawrence, die overigens naar de fraaie nieuwtestamentische naam Lydia luisterde, maar een onmogelijk mens was, niet echt van betere stand dan de vader van David Herbert, iets dat wellicht juist is. Van groter belang is echter dat moeder Lydia zichzelf wel zag als iemand van betere stand en daarnaar handelde.

Wie vergeet dat eerdere biografieen zoals die van Moore, Nehls, Sagar en Delavenay een nieuwe levensbeschrijving overbodig maken, heeft met het werk van Meyers een uitstekende, goed leesbare, lichtelijk hagiografische biografie in handen. Meyers is geneigd Lawrence steeds van zijn beste kant te laten zien. Zijn fouten vergoelijkt hij, zijn antisemitisme roert hij nauwelijks aan, zijn griezelige antidemocratische denkbeelden en bloedbewustzijnstheorieen worden door hem zodanig behandeld dat ze niet griezelig lijken. Anders dan Daniel Schneider die in Lawrence een kampioen zag voor, zoals hij schrijft, 'the weak or the burdened or the handicapped', laat Meyers zich niet verleiden tot extatische verheerlijking van de man die door sommigen nog steeds als profeet wordt gezien.

Meyers beschrijft Lawrence vooral in zijn verhouding tot anderen. Daardoor levert dit omvangrijke boek ook vrij gedetailleerde portretten van Frieda, de Duitse vrouw van Lawrence, van Katherine Mansfield, van John Middleton Murry en van de vele anderen die het pad van de door vele landen zwervende Lawrence kruisten. Wie dit boek leest, krijgt het gevoel alsof het leven van Lawrence bestond uit sociale contacten. Van de plaatsen waar Lawrence leefde (Italie, Cornwall, Capri, Mexico e.d.) geeft Meyers vrij vage beelden. Wel behandelt hij tamelijk uitvoerig de romans van Lawrence, waarbij hij net als zoveel andere biografen de hoofdpersonen uit die romans determineert als bepaalde figuren uit het leven van Lawrence. Ik vind dat Meyers en de meeste van zijn voorgangers daar te ver in gaan. Dat Gerald Crich uit Woman in Love John Middleton Murry zou zijn ik geloof er niets van. Natuurlijk zal Lawrence hem trekken van Murry gegeven hebben, maar er is geen schrijver die bestaande personen onveranderd opneemt in zijn werk. De biografie en de romankunst van een schrijver dienen strikt gescheiden behandeld te worden.

Groot schrijver?

Wie dit boek van Meyers leest, en daarbij in aanmerking neemt dat hij al zo'n vijftiental voorgangers had, zou gemakkelijk kunnen geloven dat Lawrence een van de grootste schrijvers van deze eeuw is. Voor mij is hij dat niet. Nadat ik zo'n vijfentwintig jaar geleden Lady Chatterley's Lover las en dat een teleurstellende roman vond nam ik mij voor nooit meer iets van Lawrence te lezen. Daar zou ik mij zeker aan gehouden hebben als Frans Kellendonk mij, toen wij samen op weg waren naar Maastricht om daar een literaire avond te verzorgen, in de trein niet had toegevoegd dat de persoon en het werk van Lawrence hem zo sterk aan mij deden denken. Toen ben ik, met grote verbaasde ogen, Lawrence weer gaan lezen. Het is waar, Lawrence ('one of the first writers in English of truly working-class origins' zoals Tony Slade in zijn boek over Lawrence zegt) en ik hebben een en ander met elkaar gemeen: afkomst, afkeer van overdreven preocupatie met vorm, waardering van spontaniteit, grote botanische interesse, eenzelfde visie op stijl, en, in feite letterkunde in het algemeen, waardering voor iemand die iets te zeggen heeft in plaats van waardering voor iemand die het mooi kan zeggen, maar toch zet ik vraagtekens bij het werk en de persoon van Lawrence. Wel heb ik veel waardering voor een aantal korte verhalen.

Ronduit schitterend zijn verhalen als 'Love among the Haystacks', 'The Daughters of the Vicar', 'The Fox', 'The Shades of Spring', 'The Rocking-horse Winner', 'The Prussian Officer', en 'Tickets, Please', maar er zijn ook drakerige verhalen, zoals 'The Border Line' of 'The Woman Who Rode Away'. Van de tien voltooide romans, zijn de eerste twee, The White Peacock en The Trespasser, onleesbaar, Sons and Lovers is een voortreffelijke Bildungsroman, maar Kangaroo, Aaron's Rod, The Lost Girl, en vooral The Plumed Serpent zijn zo rommelig geconcipieerd en bij gedeeltes zo ongeloofwaardig dat ze eigenlijk ook onleesbaar zijn. Bovendien is in al die romans de moraliserende profeet Lawrence nooit ver weg. Lady Chatterley's Lover is een geval apart. Ruim dertig jaar lang is het verboden geweest. Daardoor blijft het vrij moeilijk om het boek als een gewone roman te bekijken. Wie dat doet, leest een werk over een jachtopziener die een verhouding heeft met een adellijke dame waarin voornamelijk gepreekt wordt en waarin Lawrence dwaze denkbeelden ventileert zoals dit:

'We kwamen tegelijk klaar, deze keer', zei hij, 'het is goed, wanneer het zo is, de meeste mensen leven hun leven en leren het nooit kennen.'

'Komen de mensen niet vaak samen klaar?' vroeg zij.

'Heel velen nooit. Je kunt het zien aan hun oogopslag.'

Vooral dat laatste, dat je aan de oogopslag zou kunnen zien dat mensen niet tegelijk klaar komen, vind ik slaande waanzin. Maar ook de door Lawrence zelf beleden waanvoorstelling dat man en vrouw tegelijk klaar dienen te komen, vind ik absurd. Enfin, hij zat vol met zulke absurde ideeen.

Wit vuur

De twee romans die in Engeland als zijn beste werken worden beschouwd, The Rainbow en vooral Women in Love, ontberen net als al het andere werk van Lawrence ieder sprankje gevoel voor humor. Dat is, geloof ik, het grootste bezwaar dat ik tegen Lawrence heb. Het is zo totaal humorloos. Maar ja, profeten zijn dat meestal. Voeg daarbij dat in zijn beroemdste boek, Women in Love, de mensen voortdurend 'elektrisch' geladen zijn of dat in hen 'een wit vuur' brandt (He had the power of lightning in his nerves, she seemed like a soft recipient of his magical hideous white fire, en elders in de roman: 'He was such an unutterable enemy, yet glistening with uncanny white fire'). Dat 'witte vuur' vind ik onoverkomelijk. Mensen die glinsteren van respectievelijk 'hideous' en 'uncanny' wit vuur. Nou ja! Maar de meest absurde passage uit Women in Love is deze: 'Her large, perfectly subtle and intelligent hands upon the field of his living, radio-active body.' Wat is dit voor beeldspraak! Het is levensgevaarlijk om je hand te leggen op iets dat radio-actief geladen is. Van dit boek nu, met elektrisch geladen mensen die glinsteren van wit vuur en soms zelfs radio-actief geladen zijn, beweert Anthony Burgess in zijn overigens bijzonder aardige Lawrence-boek Flame into being, dat het een van de tien grootste romans van deze eeuw is. J. Stewart plaatst het werk in Cambridge History of English Literature zelfs boven Ulysses. Onbegrijpelijk, totaal onbegrijpelijk. Women in Love heeft zeker kwaliteiten, maar de twee zusters die, zoals zo vaak bij Lawrence, de hoofdpersonen zijn van het werk, hebben iets akelig geexalteerds en de twee mannelijke hoofdpersonen zijn holle vaten. Een verhaallijn bevat het boek niet, het is opgebouwd uit losse episodes, en uit scenes, zoals de worstelscene van de twee mannelijke hoofdpersonen die je heel goed bijblijven. Maar er is, zoals in al het werk van Lawrence, een griezelige hang naar geweld, en een al even griezelige waardering voor mensen die in staat zijn andere mensen te domineren. Niet voor niets schreef Lawrence: 'Leiders, dat is waar de mensheid naar hunkert. Maar de mens moet erop voorbereid zijn hun te gehoorzamen, met lichaam en ziel, zodra zij voor een leider gekozen hebben.'

Vervang het Engelse woord 'leader' door het Duitse woord 'Fuhrer' en die passage van Lawrence, geschreven een paar jaar voor Hitler aan de macht kwam, is even profetisch als schrikbarend. Niet voor niets schreef Bertrand Russell dat Lawrence 'de hele filosofie van het fascisme' anticipeerde 'voordat de politici eraan dachten'; niet voor niets karakteriseerde hij Lawrence' 'bloodconsciousness' als 'frankly rubbish' en terecht schreef hij in zijn autobiografie: 'Ik wist toen nog niet dat dit alles recht naar Auschwitz leidde.'

Wie Lawrence nu eert als iemand die anticipeerde op de seksuele revolutie van de jaren zestig, moet zijn werk herlezen. Lawrence was een uitgesproken puritein die heilig geloofde in het monogame huwelijk. Aan Lady Chatterley en haar jachtopziener is weliswaar een buitenechtelijke verhouding toegestaan, maar alleen omdat de man van Lady Chatterley invalide is. Bovendien wordt aan het einde van de roman duidelijk gesteld dat Lady Chatterley zal scheiden en met Mellors zal trouwen.

Lawrence is voor mij een raadsel. Hoe kan een nagenoeg humorloos schrijver, van wie het slagen en falen door Anthony West in zijn Lawrence-boek zo uitmuntend zijn beschreven, zoveel biografen lokken en zoveel bewonderaars rekruteren? Het eigenaardige is: zou ik nu het begin herlezen van het verhaal 'Odour of Chrysanthemums' of van 'Tickets, please', dan zou ik andermaal diep onder de indruk zijn. En als je de schitterende brieven leest van Lawrence en daarin kan hij een enkele keer wel humoristisch zijn raak je, ondanks het feit dat hij een puriteinse reactionair was met een bekrompen afkeer van wetenschap, op deze man gesteld. Hij was, kortom, als mens, net als zijn werk: hij stoot af en fascineert. Onberoerd laat hij niemand, en dat is een grote verdienste.

    • Maarten 't Hart Jeffrey Meyers
    • D. H. Lawrence
    • A Biography. Uitg. Knopf