Agaath Witteman regisseert Anton Tsjechovs Drie Zustersanders dan anders; 'Ik vind het drie krengen van meiden'

Najaar 1988 schreef Anton Tsjechov aan zijn uitgever Soeworin: 'De kunstenaar observeert, gist, kiest, combineert, - alleen al die handelingen veronderstellen een vraag; als hij zich van het begin af aan geen vraag had gesteld, zou er niets te kiezen of te gissen zijn'. Het citaat is opgenomen in de programmatoelichting bij de enscenering van Tsjechovs Drie Zusters door Theater van het Oosten.

Op de vraag waarom zij het stuk gekozen heeft, verwijst regisseur en artistiek leider Agaath Witteman (48) impliciet naar Tsjechovs brief aan Soeworin. 'De band die ik heb met het stuk kwam pas na weken van studie tot stand. Vooral Tsjechovs korte verhalen en een reis naar de Sowjet-Unie hebben me geinspireerd. Voordien dacht ik: wat een gezeur zeg, die drie van mannen afhankelijke vrouwen die doodmoe in een niet bestaande toekomst blikken. Maar later besefte ik dat mijn afkeer vooral de gebruikelijke ensceneringen a la Stanislavski van het stuk betreft. Aan zuchtende romantiek heb ik geen boodschap. Door mijzelf vragen te stellen over het stuk vond ik uiteindelijk een interpretatie, die strookt met mijn hartstochten.'

Tsjechov, wiens personages in Leo Tolstojs ogen nooit verder kwamen dan 'de sofa (...), naar de eetkamer en weer terug', toont in Drie Zusters een elite in verval. Opgesloten op het platteland, speelt het verlangen naar Moskou hun parten, financieel en emotioneel berooid wachten ze op hun ondergang.

Volgens Witteman wordt de zieligheid van de drie zusters ten onrechte altijd benadrukt. 'Tsjechov was veel 'politieker': tussen aanhalingstekens, want hij was zich daarvan niet bewust, als ik zo arrogant mag zijn om dat te zeggen. Hij was een beetje laf, in het latere De Kersentuin durfde hij de aristocratie wel belachelijk te maken. Dat Tsjechov zijn afkeuring zo verhuld weergeeft, betekent voor ons dat wij hier en daar tegen de tekst in zullen moeten spelen. Dat zie ik niet als bezwaar, het is alleen hard werken, dat wel.

'Ik vind de drie zusters krengen van meiden en ik houd niet van de klasse waartoe zij behoren. Voor ieder van hen persoonlijk wil ik nog wel begrip hebben, maar als produkten van hun cultuur maken ze me opstandig. Ik heb de kans ze aan te pakken en zal die niet laten liggen. Zij zijn onderdrukkers en voor onderdrukking ben ik mijn hele leven al allergisch. Natasja, afkomstig uit de middenklasse, wordt altijd afgeschilderd als een del, materialistisch en gekleed als een nouveau riche. Altijd net de verkeerde trui aan, volgens de Gooise normen dan, en met een hysterisch stemgeluid. Mijn Natasja heeft weliswaar ook zulke trekken maar ze praat normaal en haar woorden zijn in mijn voorstelling in de eerste plaats reactie op de arrogantie van de anderen. Ik begrijp waarom ze is wie ze is: het onrecht heeft haar zo gemaakt. Daarom ben ik solidair met haar'.

Wittemans keuze voor Drie Zusters houdt ook verband met de ontwikkelingen in Oost-Europa, die volgens haar 'misschien wel de synthese tot stand brengen die Tsjechov voor ogen stond'. 'Tsjechov hield van de beschaving van de heersende klasse, van haar kennis en kunst. Anderzijds had hij bewondering voor het doorzettingsvermogen en de energie van de overheerste massa. Zijn ideaal was dan ook een samengaan van beide culturen, hetgeen duidelijk blijkt uit een van de slotreplieken van Drie Zusters.'

Witteman wil in haar enscenering nadrukkelijk commentaar leveren op Tsjechovs personages. Haar analyse is weliswaar psychologisch-realistisch, maar de vorm, de stileringen en de abstrahering van haar regie moeten de blik van het publiek kleuren. 'Het is de lafheid van onze tijd om de keuze aan het publiek over te laten. Daar ben ik niet in geinteresseerd, het publiek kiest voor de Tros. Wij worden gesubsidieerd om minder populaire standpunten in te kunnen nemen: onze voorstelling kiest en wel voor de onderdrukten.'

Een dwars standpunt innemen kost Agaath Witteman naar eigen zeggen geen enkele moeite: vanaf haar prilste jeugd is zij al in verzet. Geboren in de oorlog in een anarchistisch-katholiek gezin heeft zij al vroeg leren vechten. Ondanks haar milieu en sexe ging ze studeren en bracht twee doctoralen op haar naam: archeologie en theaterwetenschap. Alleen haar studies waren al verzet, tegen haar onderdrukte positie als vrouw. Als ik suggereer, dat haar visie op de drie zusters misschien wel botst met haar enigszins feministische kijk op de wereld, reageert ze snel: 'Laat dat 'enigszins' maar rustig weg, het feminisme is een hartstocht van me, een heilig geloof. Vandaar juist dat ik de zusters aanpak.'

Ooit was Witteman verbonden aan de politieke toneelgroep Sater en, minder lang geleden, aan de vrouwengroep Persona. Het uiteenvallen van Persona wijt zij aan haar destijds nog 'geringe mislukking-bestendigheid': ze was niet weerbaar genoeg. 'Als vrouw stapel je frustratie op frustratie, je wonden zijn het uitgangspunt van je werk. Die kwetsbaarheid vergt zoveel energie van je, dat je geen verdere tegenslagen kunt incasseren. Bij Persona ontstond een artistieke controverse, waartegen ik niet opgewassen bleek.'

'Ik heb jarenlang studentenregies gedaan, in het hele land, maar pas sinds kort durf ik mannen te regisseren. Begin jaren tachtig was ik nog bang voor mannen, ik durfde ze geen aanwijzingen te geven. Nee, ik was inderdaad geen meisje van zeventien meer: kun je nagaan hoe diep onderdrukking ingrijpt. Maar mijn moed neemt toe. Ik sluit me niet meer op in kwasi-zekerheid en ik gedraag me minder als man dan voorheen: ik waardeer wat ik noem 'de kennis van het niet-weten' meer dan vroeger.'

Onlangs werd Witteman benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Nijmegen. Zij gaat de leerstoel Kunst en Cultuur bekleden, als opvolger van choreograaf Hans van Manen. 'Eindelijk terug in de wetenschap, toneel is maar een hobby.' In die hobby raakte Witteman definitief verzeild door haar huwelijk met Hans Croiset, artistiek leider van het Nationale Toneel in Den Haag. Als ik haar vraag of het accepteren van de leerstoel in Nijmegen in de eerste plaats verband houdt met de mogelijkheid haar politieke standpunten uit te dragen, zegt ze: 'Nee, tien jaar geleden was dat mijn belangrijkste overweging geweest, maar dat vind ik nu te mooi klinken. Ik ben altijd doordrenkt van wetenschap geweest, mijn eerste doel is nu mijn persoonlijke bevrediging. Wie weet, keer ik definitief terug naar de universiteit.'

    • Agaath Witteman
    • Artistiek Leider van Theater van het Oosten