Tolerantie en realiteit

DE DIAGNOSE van minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Kosto in het brede beleidsplan voor de justitie, dat zij vandaag officieel presenteren, liegt er niet om: met name de tweede en derde generaties etnische minderheden dreigen tussen wal en schip te belanden. De bewindslieden stellen dat het zou getuigen van 'een geheel misplaatste interpretatie van het begrip tolerantie' indien zij de ogen zouden sluiten voor wat zij betitelen als onderdeel van 'een treurige en grimmige realiteit'.

Daarom wordt een aantal gerichte maatregelen aangekondigd als intensievere jeugdreclassering en een nieuwe wettelijke vorm van begeleiding, versterking van het vreemdelingentoezicht en meten met gelijke maat bij de handhaving van leerplicht en gelijkberechtiging van man en vrouw. De geloofwaardigheid van de rechtshandhaving in de ogen van de autochtone Nederlanders, die de bewindslieden met name met dit laatste voor ogen hebben, brengt overigens ook mee dat de inheemse Nederlanders meer actie kunnen verwachten tegen discriminatoire praktijken.

NU GELDT zeker in het geval van een justitieel antwoord dat niet minderheden voor problemen zorgen maar mensen. Met name wat betreft de vreemdelingenproblematiek dreigt staatssecretaris Kosto dat de laatste tijd in de dagelijkse praktijk wel eens uit het oog te verliezen. De toonzetting van het beleidsplan is gelukkig beheerst, al is er wel enige discrepantie tussen analyse en aangekondigde maatregelen. Het appel van de bewindslieden de problemen niet uit de weg te gaan verdient in elk geval navolging, al was het alleen om elke inhaalmanoeuvre in de richting van politiek-extremisme de pas af te snijden.

Bestrijding van discriminatie hetgeen overigens iets anders is dan een voorrangbeleid kan niet genoeg worden onderstreept. Ook de benadering van speciale, gemarginaliseerde groepen valt trouwens niet los te zien van het algemene klimaat waarin de autochtone burger zich beweegt. Het is fnuikend wanneer kinderen opgroeien in een besef dat zij geen eerlijke kans krijgen. Met reden herinneren Hirsch Ballin en Kosto er aan dat de eigen adat niet altijd boven de Nederlandse wet kan gaan. Maar het discriminatieverbod staat voorop.

DE DAADWERKELIJKE uitwerking van het beleidsplan wacht intussen zeker op dit delicate punt nog flinke valkuilen. Vergrote justitiele aandacht voor bepaalde probleemgroepen pleegt doorgaans te worden beantwoord met aversie en afsluiting ja mogelijk zelfs een soort autisme, dat de problemen alleen maar kan vergroten. Of de opstellers van het beleidsplan slagen hangt dan ook niet zozeer af van honderd internaatsplaatsen meer als van de kwaliteit, dat wil in de eerste plaats zeggen: de zorgvuldigheid van de overheidsinterventies als geheel.