THEMA-EXPOSITIE OPENT NIEUW SEIZOEN INSTITUT NEERLANDAIS INPARIJS; De 'zachte' kunst van jong Nederland

Het is nog maar net een jaar geleden dat het Institut Neerlandais in Parijs de onheilstijding binnenkreeg: de Nederlandse regering zag niets meer in exploitatie van het peperdure gebouw en zegde het samenwerkingsverband op. Een opheffing dreigde, maar werd na uitgebreide onderhandelingen voorkomen.

Als om het sombere regeringsvoornemen van vorig jaar te tarten, opende het instituut op 15 september het nieuwe seizoen met een opvallende tentoonstelling van moderne kunst. Onder de titel 'Le Vent du Nord VI. A softer edge' presenteren drieendertig pas afgestudeerden van Nederlandse kunstacademies zich aan het Franse publiek. Het is de zesde maal dat het instituut een tentoonstelling inricht met werk van beginnende kunstenaars. Koos men aanvankelijk voor het beste dat Nederland te bieden had, sinds twee jaar selecteert men op thema. Lidewij Edelkoort, verantwoordelijk voor 'A softer edge' van dit jaar: 'Het is belangrijk voor de buitenwereld dat je stelling neemt, dat je een bepaalde visie laat zien. Het geeft de mensen houvast en lokt reacties uit.' Edelkoort signaleert als trend voor de komende jaren een (zachte) verronding van vormen en een hernieuwde vraag naar introspectieve kunst, naar kunst die ruimte biedt voor associaties. Dekt de term 'soft' deze lading? Edelkoort: 'De hier verzamelde werken tonen aan hoe sterk iets softs kan zijn en vice versa. Dit kan verwijzen naar een keihard schilderij op condoomachtig rubber, maar ook naar het ijzersterke doorzettingsvermogen van de exposanten, die soms met technisch uiterst beperkte middelen tot virtuoze prestaties komen. 'A softer edge' is beslist een opwindende tentoonstelling.' Verontrust doordeze vage uitleg, loop ik de tentoonstellingsruimtes van het instituut door. Maar wat te zien is stelt niet teleur. Dank zij het inzicht van Koos Flinterman, die in de vroege zomer de rondgang langs de Nederlandse kunstacademies maakte, is het merendeel van de geselecteerde werken van hoge kwaliteit. Alle disciplines zijn vertegenwoordigd. De toegankelijkheid van Wilma Diepens' geschulpte, 'vulkanische' wassculpturen contrasteert met de ongenaakbaarheid van een koperdraad-object, dat van dichtbij de vorm van Rembrandts 'Geslachte os' aanneemt maar van verre blijkt te zijn opgebouwd uit drie menselijke profielen.

Pieter Soolsma heeft met 'Robert en Anita' (1990) monnikenwerk verricht door talloze plaatjes multiplex op elkaar te lijmen en vervolgens af te steken totdat een fraai licht geribbeld matras ontstaat. Hoe sterk zacht kan zijn en omgekeerd? Ook heeft een van de exposanten zich op een dierenprojectgestort. Dieren vervelen nooit, lijkt Liesbeth Almekinders met haar opstelling van 62 uit zout gegoten olifantjes te willen zeggen. De slagorde ziet er aandoenlijk uit, maar het idee is niet origineel. Bijna ieder jaar wordt er een dergelijke menagerie op een van de kunstacademies geboren. Marcel Hermans' vlag siert de ingang van het gebouw. Roerloos hangt onze nationale driekleur aan het plafond. Het rood, wit en blauw is deels bedekt met perspex-plaatjes, waarop namen van bekende Nederlanders geschreven zijn: M.van Basten, W. F. Hermans, M.de Ruyter, A. Philips en nog vele anderen. Twee woest applaudisserende handen zijn overdreven groot afgedrukt tegen de achtergrond van de namen. Hermans' vaandel vormt een fraaie afsluiting van de tentoonstelling, omdat het de Nederlandse exportprodukten niet alleen bewierookt maar ze tegelijkertijd ironiseert.

    • Parijs 75007. Dag. 13-19U. Ma. Gesloten