Rechtbank Roermond houdt zaak aan tegen verdachte Ira-aanslag

ROERMOND, 27 sept. De Rechtbank van Roermond heeft vanmorgen besloten de behandeling van de rechtszaak tegen de Ier Paul Hughes aan te houden tot 27 november. Hughes wordt ervan beschuldigd te hebben deelgenomen aan de IRA-aanslag in Roermond, die twee Australische toeristen het leven kostte.

Ook wordt hem deelneming aan een criminele organisatie, de 'Provisional' IRA, ten laste gelegd. Hughes was pro forma gedagvaard omdat zijn termijn van inbewaringstelling dezer dagen verstrijkt. Volgens officier van justitie mr. H. Laumen is het uitstel nodig omdat het gerechtelijk vooronderzoek nog niet is afgerond. Laumen liet duidelijk blijken dat het onderzoek, dat zich tot diverse andere landen uitstrekt, nogal moeizaam verloopt. Hij maakte een bedekt verwijt aan het adres van de Ierse justitie die wel gegevens over de drie verdachten, die in Nederland gevangen zitten, heeft toegezegd, maar die nog steeds niet heeft bezorgd. Ook moest Laumen toegeven dat het wel erg lang duurt voordat de Belgische justitie de vingerafdrukken vrijgeeft die op de auto en de wapens zaten, die na de arrestatie van de IRA-verdachten in de bossen bij Turnhout zijn gevonden. Hij verklaarde dat uit het feit dat een van de gearresteerden, Donna Maguire, in Belgie gevangen zit.

Hughes heeft tot nu toe geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Officier van justitie Laumen vond desondanks dat in het onderzoek genoeg belastende aanwijzingen waren gevonden, die de verdenking tegen Hughes moeten staven. In de Opel Kadett, die door een zekere Marshall op 21 mei in Den Haag is gehuurd, is een wegenkaart gevonden met een afdruk van de handpalm van Hughes en vingerafdrukken van Maguire. Op de auto zelf zijn vingerafdrukken van medeverdachte Sean Hick gevonden. Hughes zou bovendien daags voor de aanslag ook herkend zijn door een vrouw uit Venlo, in de buurt van de plaats waar de Mazda werd gestolen die bij de aanslag is gebruikt.

De advocaat van Hughes, mr. W. van Bennekom, vroeg vanmorgen de onmiddellijke invrijheidstelling van zijn client, omdat volgens hem alle aanwijzingen eenvoudig waren te weerleggen. De Venlose vrouw, die een maand later Hughes van een foto herkende, had de dag na de aanslag nog verklaard dat zij niet wist of de persoon die zij gezien had een man of een vrouw was. Volgens Van Bennekom herkende zij hem later op de foto, omdat die in alle kranten en op de televisie was getoond. De advocaat heeft ook drie beedigde verklaringen van vrienden van Hughes geproduceerd, die beweren hem op 27 mei tot half drie 's nachts te hebben gezien. De drie getuigen zullen eind november op de terechtzitting verschijnen. De officier van justitie trok het alibi bij voorbaat in twijfel omdat de jurist, die de verklaringen heeft opgenomen, blijkens de handtekening dezelfde persoon is als de Ierse advocaat van Hughes.

Van Bennekom laakte de verdenkingen die de uitgebreide veiligheidsmaatregelen oproepen. Hughes zou daardoor bij voorbaat al worden afgeschilderd als IRA-lid, terwijl hij steeds ontkend heeft tot die organisatie te behoren.

De zaak wordt nu terugverwezen naar de rechter-commissaris, die het vooronderzoek in handen heeft. Volgens de raadsman zal Hughes binnenkort uitleggen wat hij op 18 juni, de dag van zijn arrestatie, in Chaam deed. De politie gaat ervan uit dat hij daar op zoek was naar Sean Hick, die twee dagen eerder aan de Belgische politie was ontsnapt.

In de loop van het verdere onderzoek moet ook duidelijk worden wat de Duitse politie aan sporen heeft gevonden in een flat in Hannover. Tot nu is daar niet meer over gezegd dan dat het om een schuilplaats van de IRA ging, maar bekend is dat Hughes de sleutel van die flat op zak had.