Politie-inspecteur die werd vermoord is visum geweigerd

DEN HAAG, 27 sept. De Surinaamse politie-inspecteur Gooding is een visum voor Nederland geweigerd. Gooding werd begin augustus in Paramaribo in de nabijheid van het militair hoofdkwartier vermoord. In februari had hij een visum aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo omdat hij zich bedreigd zou hebben gevoeld.

Uit schriftelijke antwoorden van de ministers van justitie (Hirsch Ballin) en buitenlandse zaken (Van den Broek) op vragen van het Tweede Kamerlid Melkert blijkt dat uit de visumaanvraag van Gooding niet af te leiden viel dat politieke motieven een rol speelden.

De visumaanvragen van Gooding en zijn echtgenote zijn voor advies naar het hoofd van de politie van Hellevoetsluis gestuurd, aldus de beide bewindslieden. Dat was de gemeente waar Gooding en zijn vrouw in Nederland wilden verblijven. 'De nadien verkregen informatie was aanleiding om niet tot verlening van de betrokken visa over te gaan', aldus de bewindslieden.

De politie van Hellevoetsluis zegt nooit een advies te hebben uitgebracht over de visumaanvraag van de Surinaamse hoofdinspecteur Gooding. Volgens de plaatsvervangend korpschef R. Brouwer van de Hellevoetse politie was Gooding was vorig jaar samen met zijn dochter in Hellevoetsluis met een geldig visum. Gooding is teruggegaan, zijn dochter bleef. Zij vroeg een verblijfsvergunning aan waarop door de Hellevoetse politie positief gereageerd. Justitie heeft de aanvraag echter alsnog afgewezen. Tegen die beslissing is de dochter in beroep gegaan met een verzoek om herziening. Een nieuwe visumaanvraag door Gooding dit voorjaar heeft de politie van Hellevoetsluis nooit bereikt, aldus Brouwer. Visumaanvragen van zijn vrouw en dochter zijn wel ontvangen, maar teruggestuurd naar Justitie 'in afwachting van de beslissing op het beroep van de andere dochter'.