Ost-SPD levert zich vandaag uit aan Lafontaine en Brandt; Politieke amateurs uitgespeeld

BERLIJN, 27 sept. Ze zaten er een beetje zielig bij, die twee gisteren in het ICC, de Westberlijnse betonnen congrestempel waar hun partij haar opheffing besprak: Ibrahim Bohme, een half jaar geleden nog de hoopvolle kandidaat-premier, en Markus Meckel, die zelfs enkele weken geleden nog genoot van de rol van minister van buitenlandse zaken van de DDR. De warme woorden van oud-kanselier Willy Brandt konden de smart niet helemaal wegnemen.

Ruim een jaar geleden behoorden zij tot een groepje dissidenten dat op 26 augustus 1989, in het plaatsje Schwante nabij Berlijn, de Oostduitse SPD oprichtte. Dat was anderhalve maand voor de omwenteling in de DDR begon. SED-chef Honecker was nog oppermachtig en zij waren dus zeer moedig. Hun sociaal-democratische partij met domineesaccent floreerde snel. Zij was nadat de 'Wende' in oktober een feit was geworden en de Berlijnse Muur in november was opengegaan al vrij spoedig in de buurt van honderdduizend leden gekomen. Maar daarna volgde, mede door het verlies bij de verkiezingen voor de Volkskammer op 18 maart, een grote neergang.

Bohme is een paar maanden geleden ingerekend door het Stasi-spook, hoewel hij de afgelopen twintig jaar heel wat Oostduitse gevangenissen van binnen had gezien en het verwijt van Stasi-collaboratie eigenlijk nooit is gesubstantieerd. En Meckel, die in het milieu van collega-ministers als Baker (VS), Sjevardnadze (Sovjet-Unie), Hurd (Groot-Brittannie), Dumas (Frankrijk) en de Westduitser Genscher onbekommerd en met regelmaat de plank missloeg, werd slachtoffer van de kabinetscrisis die de DDR zich twee maanden geleden, tussen alle eenwordingsbedrijven door, ook nog permitteerde. Twee hooggestegen politieke amateurs raakten zo binnen een jaar alweer in ruste.

Hun partij behoort sinds vandaag wegens de Duitse eenwording weer tot het verleden. Zij heeft zichzelf, en de haar nog resterende circa 25.000 leden, ter fusie overgedragen aan de Westduitse SPD, aan de politieke professionals rondom Willy Brandt en Oskar Lafontaine dus.

In het verenigde Duitsland treedt de SPD namelijk als grootste (950.000 leden) en oudste partij aan. Klaar voor een volgende, vermoedelijk onvrolijke, etappe in haar bewogen geschiedenis. Want van de aanstaande Duitse parlementsverkiezingen (2 december) of de verkiezingen in de vijf Oostduitse Lander (14 oktober) heeft de SPD naar het lijkt weinig goeds te verwachten.

De verzekering van kanselierskandidaat Lafontaine dat de parlementsverkiezingen straks al geslaagd zijn als kanselier Kohls regeringscoalitie haar meerderheid verliest, was bemoedigend bedoeld maar klonk eigenlijk vooral defensief.

Pag.4: Vervolg

    • J. M. Bik