Onmogelijke verlangens stapelen zich op in Albert Lubbers'De Misantroop'; Een wereld van luxe en opportunisme

AMSTERDAM, 27 sept. In 1984 voerde het Publiekstheater Molieres De Misantroop op in berijmde alexandrijnen. Laurens Spoor die de komedie indertijd vertaalde, heeft een nieuwe vertaling van het stuk gemaakt, nu in rijmloze, 'blanke' alexandrijnen. Albert Lubbers, die De Misantroop bij Het Nationale Toneel wilde regisseren, had hem daar om gevraagd. Lubbers: 'Ik heb me geergerd aan de berijmde vertaling die Karst Woudstra zes jaar geleden gebruikte. Het stuk werd daardoor zo voorspelbaar. Het rijm leidt af van de inhoud van de tekst, het geeft er iets onschuldigs aan. De associatie met Sinterklaasrijm drong zich op. Door de nieuwe vertaling is het stuk meer de kant van proza opgegaan. Het is toegankelijker geworden, maar ook harder.'

De Misantroop is een grimmige komedie waarin Alceste de wereld van luxe en opportunisme blootlegt. Alle personages zijn zo op zichzelf gericht dat ze geen oog hebben voor de ander. Ook Alcestes liefde voor de jonge, rijke weduwe Celimene is ingegeven door zelfzucht en dat komt hem duur te staan.

In het in koele grijstinten uitgevoerde kantoor van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag legt Albert Lubbers uit wat hem aantrekt in het stuk: 'Het is een boos stuk. Ik houd van boze stukken die het komische niet uit het oog verliezen. De Misantroop is een tragi-komedie. Die combinatie bevalt me, als regisseur kan ik daar het best mee overweg. Ik heb nog nooit een onschuldig blijspel geregisseerd.

'De Misantroop is niet voor niets een klassieker: al repeterend ontdek je er steeds meer lagen in. Die kun je niet allemaal onmiddellijk doorgronden, maar dat hoeft ook niet. Het is voor mij een garantie voor een goede voorstelling en een voorwaarde om me drie, vier maanden lang ergens in te storten. Het is een stuk over hypocrisie en het verlangen naar eerlijkheid het zou dan ook over de wereld van het toneel kunnen gaan. Als acteurs elkaar ergens op een avond ontmoeten, weten ze dat ze vaak niet eerlijk zijn tegen collega's. Het gaat om de simpele, banale leugens die iedereen kent. Dit is een van de aspecten die ik wilde benadrukken en ik denk dat het voor een aantal spelers een ingang voor hun rol is geweest. Ze vonden het plezierig om een klassieke komedie op een meer rechtstreekse manier te spelen doordat ze uit hun eigen ervaringen konden putten.'

U zei: het is een boos stuk. Wat is het boze van De Misantroop?

'Het boze schuilt in de eerste plaats in Alceste, ' zegt Lubbers. 'Zonder hem het gelijk van de wereld te geven, vind ik dat hij dingen zegt die iedereen zich kan aantrekken. Het boze erin is ook hoe mannen vrouwen behandelen. Ze willen vrouwen veranderen, maar zien niet in dat ze dat niet kunnen. Je merkt het aan de manier waarop Alceste met Celimene omgaat. Het treurige is dat hij onmenselijke eisen aan haar stelt. Zijn onmogelijke verlangens stapelen zich op. Het is een merkwaardige manier van liefhebben.

'De angel van het stuk is een statement die bijna alle figuren elkaar voorhouden: als jij zo bent als ik, ben ik tevreden met mezelf, maar als jij niet zo bent als ik en ook niet zo wil worden, komt er oorlog tussen ons. Dit stuk gaat over narcisme, over een verzameling misantropen die elkaar allemaal van hun eigen standpunt proberen te overtuigen. Niemand slaagt daarin omdat niemand bereid is tot concessies. Wat we in deze voorstelling proberen is alle figuren gelijkwaardig te behandelen. We vertellen de werdegang van de personages. Zo wordt onder anderen Celimene vrij belangrijk en min of meer de kern van de voorstelling.'

Lubbers heeft een voorkeur voor stukken waarin de auteur aanwezig is. 'Een stuk waarin je voelt wat de schrijver uitvecht een existentieel, reeel probleem. Het uitzoeken van dat probleem moet een speelstijl opleveren.' Een van de eerste voorstellingen die Lubbers maakte, heette Beproeving die ik haar oplegde bij Toneelgroep Centrum. Het was een voorstelling naar een novelle van Vestdijk, een verhaal waarin volgens Lubbers 'de sterke hand' van de schrijver 'voelbaar' is.

Lubbers heeft een tijd lang samengewerkt met regisseur, dramaturg, toneelschrijver en -vertaler Karst Woudstra, totdat hij door artistiek leider Hans Croiset werd benaderd om als regisseur bij Het Nationale Toneel te komen. Hoewel Lubbers er met plezier werkt, is hij niet erg tevreden over het gezelschap. 'Je kunt nog steeds merken dat er een breuk is tussen de mensen van de Haagse Comedie en mensen die er nieuw bij zijn gekomen. Een paar regisseurs hebben nu een aantal voorstellingen gemaakt, maar die voorstellingen hebben nog geen ensemble opgeleverd. Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat Hans Croiset niet met carte blanche kon beginnen.'

Gevraagd naar zijn mening over Toneelgroep Amsterdam, antwoordt hij: 'Ze maken provocerende, speelse, brutale voorstellingen, maar het is niet een klimaat waar ik me in thuis zou voelen. Ik heb een andere manier van denken. Ik houd van iets getrouwer, voorzichtiger theater.'

Wat is volgens u de taak van een regisseur?

'De regisseur moet de tekst ordenen in een mise-en-scene die de interpretatie ondersteunt en de conflicten zo helder en aangrijpend mogelijk weergeeft. De regisseur is de bewaker van de bekentenis van de schrijver, die moet hij koesteren en niet door de ego's van de acteurs laten vertrappen. Hij is degene die de acteerstijl aanbrengt, maar dat betekent niet dat je het acteren zelf moet gebruiken in een regie, dan raak je het spel kwijt.

'Ik spreek de acteurs aan op hun levenservaring, hun gevoel; ik help ze niet met de technische kant van het acteren, dat moet tot hun vakbekwaamheid horen. Ik ben niet geschoold als speldocent en ik vind het een pre dat ik me niet bezig hoef te houden met Stanislavski- en Grotowski-theater. De weg naar de voorstelling moet via de inhoud en niet via de technische hulpmiddelen gaan.'

Albert Lubbers noemt het zijn kracht dat hij de acteurs voor een deel hun eigen weg laat zoeken, maar het blijkt paradoxaal genoeg ook zijn zwakte. Lubbers: 'Ik merk dat ik ze soms te weinig hun emoties laat vormgeven, maar ik wil me er ook niet te veel mee bemoeien. Je moet daarin een balans zien te vinden. Ik houd niet van een stuk dat alleen via de vorm verteld wordt, met complexe decors, operamuziek, rook en paarden. De acteurs moeten het verhaal vertellen; zij zijn het belangrijkste instrument van de regisseur.'