'Nederland mengt zich in zaken Suriname'

NEW YORK, 27 sept. President Shankar van Suriname vindt de huidige druk van Nederland op hervormingen in Suriname 'een ongewenste poging tot inmenging in het besluitvormingsproces van onze maatschappij'. In zijn rede voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zei Shankar gisteren dat deze extrene economische en politieke druk afwijkt van plechtige overeenkomsten, zoals die zijn vastgelegd in een verdrag.

De Surinaamse president noemde Nederland niet bij naam. Suriname heeft aleen met Nederland plechtige verdragen gesloten over haar ontwikkeling.

In een eerste reactie zei de eveneens in New York verblijvende minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking gisteravond niet zo te zijn geschrokken van Shankars opmerkingen. 'Wij zijn in het verleden hier wel vaker door Suriname genoemd; dit is in vergelijking nog mild.'

Volgens Pronk zou de kritiek op inmenging van Nederlandse zijde wel eens kunnen zijn ingegeven door een verkeerde interpretatie van een brief die hij onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Die brief bevatte een verslag van Pronks reis in juli naar Suriname. 'Ik heb toen gezegd dat voor het verkrijgen van Nederlandse hulp op meer terreinen dan alleen onderwijs en gezondheidszorg eerst een economisch aanpassingsbeleid nodig is. Ook een EG-commissie heeft dat na afloop van een bezoek aan Suriname gezegd.'

Daar kwam volgens Pronk een verheugende reactie op van Surinaamse zijde, in de vorm van een 'moedig rapport' van een hoge ambtenaar, een positieve rede van president Shankar en een begroting met bijbehorende speech van minister van financien Munga. Daarop heeft Pronk aan de Kamer gemeld dat wat hem betreft het restrictieve hulpbeleid weer een stapje versoepeld kon worden, bijvoorbeeld ook naar de terreinen industrie en landbouw. 'Ik ben bang dat die brief aan de Kamer verkeerd is overgekomen in Paramaribo. Sindsdien krijg ik namelijk berichten dat men ons bijvoorbeeld een koloniale houding verwijt', aldus Pronk gisteravond in New York. Enkele dagen geleden had hij in Washington de brief aan minister van financien Mungo gegeven, die hem toen voor het eerst zei te zien.

In oktober/november gaat een tweede missie van deskundigen van de EG naar Suriname. Evenals de eerste missie gebeurt dat op verzoek van Suriname zelf, die liever als geassocieerd lid van de EG een Europese commissie op bezoek heeft dan een commissie van de Wereldbank. Voor Nederlandse hulp aan Suriname is per jaar 200 miljoen gulden beschikbaar. Door het restrictieve beleid gaat daarvan momenteel rondom de helft naar Suriname.

    • Rob Meines