Kamer onderzoekt overschrijdingen bij basisonderwijs

DEN HAAG, 27 sept. De Tweede Kamer stelt een onderzoek in naar de overschrijdingen bij de bekostiging van het basisonderwijs via het zogenoemde Londo-stelsel.

Twee weken geleden concludeerden de organisatiebureaus Berenschot en Moret, Ernst en Young dat een overschrijding van circa 350 miljoen gulden voor materiaal en gebouwen door de voormalige bewindslieden Deetman en staatssecretaris Ginjaar-Maas had kunnen worden voorzien. Dit voorjaar ontdekten de huidige bewindslieden op Onderwijs de overschrijding. Zij besloten de organisatiebureaus in te schakelen.

De Kamercommissie voor Onderwijs besloot vanmorgen gevolg te geven aan het verzoek van het PvdA-Kamerlid De Cloe nader onderzoek te doen naar de overschrijdingen. De organisatiebureaus concludeerden dat oud-minister Deetman de Tweede Kamer in 1988 onjuiste gegevens heeft verstrekt over de uitgaven via het Londo-stelsel.

Volgens de bureaus wist het ministerie dat er in het basisonderwijs 9,2 miljoen vierkante meter in gebruik was (naar later bleek zelfs 9,5 miljoen), maar nam in de begrotingen 1986 en 1987 het getal 7,9 miljoen op. De hogere uitgaven werden pas in juni 1989 aan de Tweede Kamer gemeld. De Cloe noemde dit 'buitengewoon ernstig'.

De onderwijscommissie zal samen met de vaste Kamercommissie voor de rijksuitgaven een aantal vragen formuleren, die vervolgens aan de Rekenkamer worden voorgelegd. De beantwoording van de vragen zal naar verwachting ongeveer twee maanden in beslag nemen. Daarna zal mogelijk een aantal van de betrokken personen worden gehoord.

Oud-staatssecretaris Ginjaar-Maas, nu plaatsvervangend voorzitter van de Kamercommissie voor onderwijs, is 'zeer tevreden' met de beslissing een onderzoek in te stellen. Volgens haar zullen nu 'alle feiten boven tafel komen'. 'En dan zul je kunnen vaststellen dat beide bewindslieden, in beide kabinetten Lubbers, de Kamer naar vermogen hebben geinformeerd.' Als staatssecretaris voor basis- en voortgezet onderwijs was Ginjaar-Maas nauw betrokken bij de invoering van het Londo-stelsel, dat in 1986 het tot dan toe vigerende declaratiestelsel verving. Het Londo-stelsel heeft van meet af aan met problemen gekampt, eerst wegens de moeizame invoering van alle relevante gegevens in de computer, later doordat bezuinigingen op de vergoedingen leidden tot protesten.

Toen de bevindingen van Berenschot en Moret, Ernst en Young twee weken geleden bekend werden zei oud-minister Deetman, nu voorzitter van de Tweede Kamer, nooit verantwoordelijk te zijn geweest voor de invoering van het stelsel, dat immers onder zijn staatssecretaris viel. Volgens Deetman heeft hij in 1988 juist 'intern druk uitgeoefend' om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over de daadwerkelijke uitgaven onder het Londo-stelsel.

VVD-Kamerlid en onderwijsspecialist J. Franssen nam het voor zijn fractiegenoot Ginjaar-Maas op door te verklaren dat Deetman de schuld niet op zijn staatssecretaris kan afschuiven. Volgens Franssen blijft de minister verantwoordelijk. Deetman was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar.