Intensieve begeleiding houdt Marokkaanse jeugd van destraat

AMSTERDAM, 27 sept. 'Heel nijpend', noemt de Amsterdamse kinderrechter mevr. mr. A. B. Leeser het probleem van de Marokkaanse jongeren die steeds vaker met Justitie in aanraking komen. De oplossing voor dit probleem zal het plan van het ministerie van justitie voor de nieuwe civiele kinderbeschermingsmaatregel 'Hulp en Steun' dat voorziet in intensieve begeleiding van ontspoorde jongeren niet zijn. 'Maar alle beetjes helpen', zegt ze en haast is geboden.

Tot halverwege dit jaar werden er in Amsterdam 329 kinderen door Justitie voorgeleid bij de kinderrechter. Eenvoudige fietsendieven zitten daar niet bij. 'Bij ons komen ze pas als ze regelmatig autokraken en dat loopt op tot moordgevallen. Ook zien we veel gevallen van tasjesroof, en zedenmisdrijven die meestal in groepen worden gepleegd', zegt Leeser.

Het aantal voorgeleidingen bedroeg op 30 juli al even veel als het totale aantal van het vorige jaar. En hoe schoorvoetend politie, hulpverleners en rechters er ook over praten de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongeren is opvallend. Meer dan een op de drie jongeren die wordt voorgeleid is van Marokkaanse komaf. Het percentage Turkse jongeren bedraagt vijf. In Amsterdam wonen ongeveer 3.000 Marokkaanse jongeren tussen de 12 en 18 jaar, 2.000 Turkse jongeren en 19.000 Nederlandse jongeren exclusief Surinamers en Antillianen.

De in het vandaag gepresenteerde Beleidsplan van Justitie aangekondigde maatregel 'Hulp en Steun' moet jongeren helpen 'die problemen hebben met hun integratie in de maatschappij'. In Amsterdam wordt sinds een jaar geexperimenteerd met deze maatregel. D. Karskens, coordinator van het Hulp en steun-beleid in de hoofdstad, zegt 'redelijk optimistisch' te zijn over de resultaten van de nieuwe aanpak.

Hulp en Steun is een mildere variant van de maatregel tot ondertoezichtstelling (OTS) die de kinderrechter, meestal gekoppeld aan uithuisplaatsing van de jongere, kan opleggen. OTS is een maatregel die vooral bedoeld is voor jongeren die 'met lichamelijke en zedelijke ondergang worden bedreigd'. Hulp en steun is gekoppeld aan een strafproces en wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde in plaats van celstraf of als schorsende maatregel voor voorlopige hechtenis.

'De maatregel is bedoeld ter begeleiding van jongeren die nog redelijk goed contact hebben met hun ouders en ook nog steeds naar school gaan. Vooral in hun vrije tijd gaan ze in de fout', zegt Karskens. Hij verwijst de jongeren naar een maatschappelijk werker die na een inventarisatie van de problemen 'zinvolle tijdsbesteding' voor de jongere zoekt. Dat kan een sportclub zijn of een training in sociale vaardigheden. 'Het werkt redelijk omdat jongere en ouders toch schrikken van de crisis-interventie. Er gebeurt ten minste wat voordat de boel escaleert'.

Ook in Amersfoort is de afgelopen twee jaar geprobeerd via intensieve begeleiding de problemen met ontspoorde Marokkaanse jongeren aan te pakken. Er is een Marokkaanse contactpersoon aangesteld die bemiddelt tussen ouders, scholen, politie en de Marokkaanse jongeren. 'De problemen worden besproken en partijen raken vaak weer 'on speaking terms', zegt de Amsterdamse criminoloog C. van 't Hoff die het project heeft onderzocht.

Of jongeren als gevolg van de bemiddeling ook niet meer met de politie in aanraking komen, kan Van 't Hoff gezien de korte tijd dat het project loopt niet zeggen. 'Maar heel belangrijk is dat ouders benaderd worden in dit geval ook nog door een vertrouwenspersoon die hun taal spreekt. Marokkaanse ouders leven vaak in een enorm isolement. Ze hebben beperkte communicatieve vaardigheden en bezoeken bijvoorbeeld ook geen ouderavonden op school. Daardoor weten ze vaak niet eens dat er iets mis is met hun kind.'

De plannen van het ministerie van justitie om er nadrukkelijker op toe te zien dat ook etnische minderheden zich houden aan wettelijke normen ook al kunnen die afwijken van de in eigen kring geldende moraal, noemt het Nederlands Centrum voor Buitenlanders (NCB) prima. 'Het leggen van de nadruk op normhandhaving vinden wij een goede zaak', zegt directeur W. Jansen. Hij noemt de benadering evenwel sterk eenzijdig. 'Gelijkberechtiging is de andere kant van de medaille. Verbetering van de positie van minderheden moet ook aandacht krijgen. Dat draagt ook bij tot meer respect voor normen.'

De gemeente Amsterdam is zich daar ook al enige tijd van bewust. Begin dit jaar presenteerde de gemeente een nota over de aanpak van de problemen die de 'relatief veel maatschappelijk ontspoorde Marokkaanse jongeren' veroorzaken. In de nota 'Een stevige handgreep' werd gesproken over 'een dreigende explosieve situatie'.

Het onderwijs, aldus de gemeente, blijkt Marokkanen niet in voldoende mate te kunnen helpen. Op het gebied van huisvesting bevinden Marokkaanse gezinnen zich over het algemeen 'op de onderste sport van de ladder'. Het welzijnswerk was evenmin in staat Marokkanen te helpen. De gemeente kondigde een op 'de specifieke problemen' toegesneden Plan van aanpak aan dat 8,5 miljoen gulden zou gaan kosten.

Volgens een woordvoerder van de gemeente is er nu, een half jaar later, nog niet veel van het plan terechtgekomen. Er is wel een medewerker aangesteld die inventariseert hoe er een Bureau voor Nieuwkomers kan worden opgezet. Die instelling moet erop toezien dat jongeren die voor gezinshereniging naar Nederland komen 'in het scholingscircuit worden ondergebracht zodat ze niet doelloos door de stad zwerven'.

Meer staat er voorlopig niet te gebeuren. 'De gemeente Amsterdam heeft al 200.000 gulden op tafel gelegd', zegt de woordvoerder. 'De rest moet van het rijk komen en dat heeft nog niets van zich laten horen.'

    • Marcel Haenen