Het huwelijk als valkuil

Het bekendste voorbeeld van wat je naar analogie van de sociale wetenschappen een 'longitudinale' documentaire zou kunnen noemen is het project van de Engelse regisseur Michael Apted, bekend onder de titels 14 Up, 21 Up, 28 Up enzovoorts. Apted koos een aantal kinderen uit van 7 jaar met totaal verschillende achtergronden wat betreft milieu, woonplaats en sociale omstandigheden. Elke zeven jaar legt hij in een documentaire vast hoe het dan met ze gaat. Deze werkwijze veroorzaakt niet alleen een uniek inzicht in de ontwikkeling van de samenleving op, maar bewerkstelligt ook een grote betrokkenheid bij de kijker, die alleen al uit nieuwsgierigheid elke nieuwe aflevering wil zien.

De Nederlandse filmer Gerard d'Olivat is op bescheiden schaal aan een vergelijkbaar project op lange termijn begonnen. In 1984 begon hij in het Noordhollandse dorp Grootschermer de belevenissen en opvattingen vast te leggen van alle inwoners die op dat moment rond de twintig jaar oud waren. Er bleven er uiteindelijk zeven over, die d'Olivat zes jaar lang regelmatig volgde en die hij hoopt over tien jaar opnieuw te portretteren. Het voorlopige resultaat heet Noordeinde Zuideinde, naar de twee straten die het dorp telt.

Aan het begin van de film staan de hoofdpersonen voor keuzes, die de rest van hun leven zullen beinvloeden. Klaas wil boer worden, net als zijn vader. Ina is werkloos, op het rondbrengen van de krant na. De grondwerker en amateur-archeoloog Libbe heeft nog geen uitgesproken ideeen over de toekomst. De dochter van de cafebaas, Annelies, helpt haar vader en is daar niet helemaal tevreden mee. Haar broer Andre droomt van een leven als kok op de grote vaart. Elske staat op het punt een wereldreis te maken, en is zich ervan bewust dat dit wel eens de grootste onderneming uit haar leven zou kunnen worden. Haar zusje Mart woont in Alkmaar met een vriend en heeft moeite om met een onvoltooide opleiding werk te vinden.

Zes jaar later is er veel veranderd. Klaas heeft na een ernstige ziekte besloten dat vroeg opstaan en zeven dagen per week werken niets voor hem is. Hij volgt een opleiding in Amsterdam en is een echte stadsbewoner geworden, evenals Mart, die een vriend, een hond en af en toe werk heeft. Haar zusje is na omzwervingen met een kind en een man teruggekeerd naar haar geboortedorp. Andre is veel op reis als vertegenwoordiger, Libbe trouwde met groot ceremonieel en stelt vooral belang in de architectuur van zijn tuintje en Ina is huisvrouw zonder enige ambitie op professioneel terrein. Annelies heeft de spannendste verandering ondergaan en straalt naar mate de film vordert steeds meer zelfbewustzijn en kracht uit. Ze werkt zo'n twaalf uur per dag als assistent-bedrijfsleidster bij het Van der Valk-concern en is vastbesloten carriere te maken in de horeca.

Voor zover dat valt na te gaan, want de film laat bij het selecteren van de informatie uit de onafzienbare hoeveelheid mogelijke wetenswaardigheden, soms essentiele gegevens weg, wonen vijf van de zeven in de directe omgeving van hun geboortegrond en twee zijn opgegaan in de grootstedelijke massa. Die keuze tussen verbondenheid met de plaats van herkomst en de zuigkracht van een metropool is een van de hoofdthema's van de film. De camera van Peter Brugman filmt de rechte wegen en sloten, de nevels over de weilanden en de saaie eenvormigheid van de huizen in een stijl die daar goed bij aansluit. Het uitgangspunt lijkt te zijn geweest dat de hoofdpersonen en hun omgeving ten koste van alles in hun waarde gelaten moesten worden. Daarom worden de interviews ook met zachte hand gevoerd en prikt de vragensteller niet echt door naar onderliggende motieven. De stemming van de film is even lauw, egalitair en vlak als de Nederlandse samenleving anno 1990. Een mogelijke reactie op dit waarheidsgetrouwe portret van Hollandse gezapigheid is de wens zo snel mogelijk te emigreren.

Aan de andere kant heeft de liefdevolle, van respect doortrokken benadering het effect dat de kijker de hoofdpersonen in zijn hart sluit. Men neemt kennis van de lange zondagen van een huisvrouw, die na het opheffen van de damesvoetbalclub nog slechts dragelijk gemaakt kunnen worden door het huren van een videootje. In plaats van ergernis wekt haar gelatenheid eerder compassie en begrip voor het feit dat ze haar leven niet anders kan inrichten.

Het tweede hoofdthema is de bijna onvermijdelijke valkuil, waar vrouwen in tuimelen, wanneer ze trouwen en kinderen krijgen. Zelfs als je andere voornemens koesterde, betekent dat in de praktijk in Nederland een voorlopig einde van elk beroepsperspectief. Alleen een zeer sterke persoonlijkheid met grote doses energie en doorzettingsvermogen is in een dergelijk 'huisje, boompje, beestje'-milieu in staat zich aan de voltrekking van het vonnis te onttrekken. Annelies vervult in Noordeinde Zuideinde die heldenrol, en het is jammer dat de film geen uitsluitsel geeft over de manier waarop ze haar carriere combineert met prive-omstandigheden.

In ambachtelijk opzicht is d'Olivats film degelijk gemaakt, zonder ooit uit de band te springen. De opzet is echter zo innemend, intrigerend en soms ontroerend, dat de film tot de belangrijkste Nederlandse documentaires van de gisteren beeindigde Nederlandse Filmdagen gerekend moet worden. Als rontgenfoto van de Lubbers-era zou het zelfs wel eens een klassieker kunnen worden.

    • Klaas. Amsterdam
    • Hans Beerekampnoordeinde Zuideinde. Regie
    • Gerard D'Olivat. Met