Franse tijden

Normandie ten oosten van Rouen is geen opzienbarend gebied. Weilanden, maisvelden en bossen strekken zich uit over een licht glooiende ondergrond. Industrie is er nauwelijks en de dorpjes liggen verzonken in een tevreden dommeling. Langs de weg ziet men oude besjes bramen plukken. Hier situeerde Flaubert het drama van Madame Bovary. Het dorpje Ry, dat model zou hebben gestaan voor Yonville-l'Abbaye, is dan ook een literair pelgrimsoord. Maar ondanks het borstbeeld van de schrijver en ondanks het museumpje waar een mechanisch poppenspel de hele roman naspeelt, blinkt het nog steeds uit in verveling.

Het plaatsje Lyon-la-Foret daarentegen, een paar kilometer verderop, is een wonder van activiteit. Er wordt naar hartelust getimmerd en gezaagd en schilders putten zich uit om de gevels op te frissen. Het is duidelijk: de Lyonezen maakten zich op voor het volgende seizoen en geven het ganse dorp een facelift. De toeristen moesten het nu maar eens weten: hier is het gezellig, oud en rustiek. Wij hebben echte vakwerkhuizen, croissants uit grootmoeders tijd en de worst en pate maken we zelf.

In het cafe op het dorpsplein eet ik de dagschotel, maar wanneer ik weer buiten kom, kan ik mij niet meer orienteren. Dit is een ander dorpje, of een andere tijd, of allebei, of ik ben iemand anders geworden. Maar zoveel wijn had ik nu ook weer niet op. Het verzekeringskantoortje is verdwenen. Er staat nu een gemeentehuis met een portaal met zuiltjes. De bakkerij heeft een luifel en genoegelijke ruitjes waarachter David Copperfield of de familie Stastok hun kadetjes zouden kunnen kopen. Bij nadere inspectie zie ik dat hetgeen ik voor 'opknappen' of 'renovatie' had gehouden oplichterij is.

De huizen worden niet echt vernieuwd, ze krijgen domweg hele gevels voorgeplakt, met stoepen, schoorstenen, erkertjes, vochtvlekken, scheuren, met mos en al. In een klap wordt Lyon-la-Foret pakweg honderdvijftig jaar jonger. Zou Mitterrand een werkbezoek komen afleggen? Moet de president geconfronteerd worden met een blakend stadje, fris en vol energieke inwoners, waarbij alle zieken, bejaarden en oorlogsslachtoffers een uitgaansbevel krijgen. Die praktijken kende men bij keizerlijke bezoeken in Rusland, en nu nog steeds in de Derde wereld. Maar zoiets kan ik mij in Frankrijk niet voorstellen. Niet na Napoleon tenminste.

Het toeristenkantoortje is gesloten, maar tussen de aankondigingen van dansavonden en openluchtspelen hangt een briefje, dat alle bedrijvigheid verklaart. Madame Anne Colin vraagt dringend 'une babysitter' en wel gedurende enkele weken in september en oktober tijdens de opnames van Madame Bovary door Claude Chabrol. Aha, dat is het dus. Chabrol in de rol van Flaubert. Nu begin ik er systeem in te zien. Bij de patissier hangt een briefje waarin tijdens de draaidagen een 'femme de menage' wordt gevraagd. Ook figuranten zijn nog nodig. En 'herbergement' voor de technici. Eindelijk gebeurt er iets in Lyon-la-Foret. Isabelle Huppert zal de hoofdrol spelen, vertelt de drogist mij trots. Ik durf niet te vragen hoe het met zijn arsenicumvoorraad staat.

Hoewel de decorbouwers iets bedekken, onthullen ze ook iets, namelijk een visie op het verleden. Lyon-la-Foret is gestaag met zijn tijd meegegaan. Toerisme en middenstand hebben het dorpje tot welvaart gebracht. De bebouwing dateert uit de 18de en 19de eeuw en de meeste panden hebben een gedaanteverwisseling ondergaan die aan de gevel zichtbaar is. De ramen werden groter, de winkelruimtes zijn uitgebroken en een nieuwe dakbedekking en reclameborden deden de rest. Dat is niets bijzonders.

Maar op een bepaald moment moet er in het brein van sommige winkeliers iets zijn gaan knarsen. Er is een omslagpunt bereikt waarop zij beseffen: he, dit wordt te modern, dat willen de mensen niet. Dit is platteland en platteland betekent rust en gemoedelijkheid. Maar het kwaad is dan al geschied. De pui is verknoeid, en die leuke oude dakpannetjes zijn nergens meer te krijgen. Wat er dan gebeurt is iets, wat zich ook op het Nederlandse platteland als een pest heeft verbreid. Men gaat naar de houtzaak of de plaatselijke aannemer en vraagt of 'die typische oude sfeer' niet weer teruggebracht kan worden. Dat kan wel degelijk, luidt het antwoord.

En voor men het weet, hebben alle ramen en deuren van het hele huis van die bruine houten sponningen, met een nare vierkante onderverdeling waarin als het even kan nog groenig of vuilgeel knobbelglas is gezet. De deurknoppen, de deurklopper, het naambordje worden er in de verwante quasi-antieke sfeer bijgeleverd. En ter afronding krijgen winkel, woonhuis of boerderijtje ook nog eens hun naam in gesmede of uit dennestammetjes gezaagde gothische letters op hun gevel.

Deze pan-europese uniforme 'antiquisering', waar een hout- enijzerfirma verantwoordelijk voor moet zijn, had ook in Lyon-la-Foret toegeslagen. Zo kon ik drie verschillende Lyon-la-Forets bekijken. Ten eerste de normale, waarbij de bewoners af en toe iets hadden aangepast, maar de hoofdzaken intact hadden gelaten, ten tweede de bovengenoemde kitschaanpak, en ten derde het midden negentiende-eeuwse uit hout en gipsplaat opgetrokken Lyon van Madame Bovary.

Met versie een valt heel wel te leven, versie twee zal zijn deprimerende werking nimmer missen, met versie drie had ik het liefst geleefd. Moge Chabrol mij die illusie twee uur lang geven.

    • Roelof van Gelder