'Er werd te weinig gelachen bij de Wende in de DDR'

BERLIJN, 27 sept. Sommigen zaten eerst in de gevangenis, anderen vonden minder dramatisch de weg naar het Westen. Een ding hebben de jonge DDR-auteurs die in de jaren tachtig in 'ballingschap' buiten de DDR leefden gemeen: niemand lijdt aan nostalgie naar de DDR. Evenmin hebben zij bij de Wende vorig jaar, waarbij intellectuelen zo'n opvallende rol speelden, serieus gedacht dat het moment voor terugkeer was gekomen. 'Ik heb het moment waarop ik dertig jaar had gewacht thuis voor de televisie gevolgd', bekent de sinds 1980 in West-Berlijn wonende Klaus Schlesinger.

De boodschap komt hard aan bij de enkele tientallen Oostberlijners die voor deze boekpresentatie naar een Oostberlijnse galerie zijn gekomen. Onder de Oostduitse intellectuelen die niet, zoals dat eufemistisch heette in de jaren tachtig, zijn 'uitgereisd' is de rouw om het verloren gaan van het 'beter' bedoelde Duitsland nog groot, net als de spijt dat door de overhaaste aansluiting bij de Bondsrepubliek er geen gelegenheid is geboden het betere Duitsland alsnog te realiseren.

Maar de DDR-schrijvers in ballingschap, die zich voor de bundel 'Wohin jetzt' hebben laten interviewen, maken korte metten. 'De echte politiek is niet de zaak van de kunstenaar, dat leek hier alleen maar veertig jaar zo', meent Frank-Wolf Matthies (sinds 1981 in West-Berlijn). Hij heeft tijdens de Wende wel even 'gekoketteerd' met de gedachte terug te gaan naar Oost-Berlijn, maar die gedachte al vlug opgegeven. Er werd te weinig gelachen bij de Wende, net als ten tijde van het 'reeel bestaande surrealisme', meent hij. Kunnen we het trouwens niet over iets anders hebben? Een van zijn goede herinneringen aan de DDR was dat je daar zo lang en ernstig over literatuur kon spreken.

Ook Andreas Sinakowski (sinds 1985 in West-Berlijn en Den Haag) herinnert zich met weemoed die avonden waar een urenlang gesprek over twee of drie versregels werd begoten met evenveel flessen. Als een van de samenstellers van de bundel, waarin twaalf schrijvers en een filmregisseur hun 'ballingschap' en huidige gevoelens over de DDR beschrijven, weet hij echter dat 'geen van hen werkelijk heimwee had naar de DDR, ze waren toch allemaal dolblij dat ze weg waren'.

'Literatuur was in de DDR zo belangrijk, omdat het in werkelijkheid over de maatschappij ging', merkt de Leipziger satiricus Adolf Endler (in de DDR gebleven) op. 'Die functie heeft literatuur nu niet meer, je kunt meteen rechtstreeks over de maatschappij spreken.' 'Balling' Sinakowski: 'Pas maar op dat het hier niet net zo gezellig wordt als vroeger. Ik tref hier zoveel escapisme, zoveel vertwijfeling aan. Literatuur was hier toch gewoon een drug.'

'Het stinkt in de DDR naar nostalgie', vindt een toeschouwster, die nota bene in 1969 uit de Bondsrepubliek naar de DDR is gekomen. De andere aanwezigen doen er het zwijgen toe. Slechts even komt er discussie op gang over het voor en tegen van de sociaal-economische omstandigheden in de oude DDR en onder het kapitalisme als Schlesinger opmerkt dat het wat hem betreft gaat om een keuze tussen 'pest en cholera'. Hij beklaagt zich dat hij in West-Berlijn steeds meer tijd nodig heeft voor broodwinning, zoals het schrijven van televisiescenario's, en steeds minder tijd overhoudt voor het schrijven van boeken. Maar ook hij blijkt, bij enig doorvragen, het leven in een Westberlijns kraakpand verre te prefereren boven een leven in een zeskamerflat van de DDR-schrijversbond.

Geen van de schrijvers ontkent dat de eerste kennismaking met het Westen moeilijk is geweest, Sinakowski kostte het een fles whisky per dag. Maar geen van de twaalf lijkt ook maar in het minst genegen een goed woord te doen voor de intellectuele 'scene' van Oost-Berlijn in de late jaren zeventig en tachtig, toen na de verdrijving van dichter-zanger Wolf Biermann de schroeven van censuur en politiedruk verder werden aangedraaid. Ook Biermann zelf, die wel een flat heeft betrokken in de Oostberlijnse boheme-buurt Prenzlauer Berg, veegde in een artikel onlangs met de DDR-intelligentsia de vloer aan.

'In de DDR was iedereen met iedereen bevriend omdat hij een zak cement nodig had, of een auto-onderdeel', meent Gunter Kunert (weg in 1979). In de Bondsrepubliek, waar de zaken met behulp van geld geregeld worden 'kun je bevriend zijn met wie je wilt. Voor de DDR-burger is dat een nieuwe ervaring.' Katja Lange-Muller (weg in 1984) begrijpt niet 'hoe men voor het inbrekende kapitalisme nu meer angst kan hebben dan voor veertig jaar socialisme'.

De sfeer bij de bijeenkomst blijft bedrukt. Dan is het gelukkig tijd voor een borreltje en het in oude stijl ophalen van herinneringen, anekdotes en roddels.

('Wohin jetzt' is het eerste boek van de Unabhangige Verlagsbuchhandlung Ackerstrasse in Berlijn. 12,80 DM) 'Er werd te weinig