Een kous die niet kan ladderen

Wat is een illusie? Wat een idee fixe? Hebben ze met elkaar te maken, vallen ze samen of staan ze tegenover elkaar, als twee kanten van dezelfde droom? Een idee fixe is het mooiste dat er bestaat, leren we van de Argentijnse schrijver Roberto, hoofdpersoon van Luba. Maar moeten we hem geloven? Uit de rest van die film blijkt keer op keer hoe weinig er met zekerheid te zeggen valt. Zo verklaart een prostituee dat hoeren alle schrijvers zielige figuren vinden. 'Die zoeken bij ons naar liefde', smaalt ze. Vervolgens zien we Roberto de liefde vinden in een luxe bordeel-suite, bij haar en op haar initiatief. Zo wordt iedere stelligheid telkens afgestraft en worden pertinente uitspraken onderuit gehaald. De fantasiewereld van de film blijkt betrouwbaarder dan de tastbare werkelijkheid van jaartallen en plaatsnamen, want in Luba buigt de realiteit zich voor de droom. Omdat de droom flexibel is en van tijd tot tijd nieuwe ideeen of waanbeelden omhelst, kan die realiteit telkens opnieuw en anders op de knieen worden gedwongen.

De tovenaar die deze warreling van verzinsels en feiten vormgaf is de in Nederland wonende en werkende Argentijnse cineast Alejandro Agresti. Vorig jaar deed hij van zich spreken met het meeslepende liefdesdrama Secret Wedding. Agresti's films zijn onderling verbonden door de mannen om wie ze draaien. Vaak zijn ze op de vlucht en zoeken dan beschutting bij een vrouw, maar steeds zijn het sympathieke quasi-macho's. Zo nodig bedienen ze zich van een grote mond en van de vereiste body language, maar komt het op emotionele daadkracht aan dan zijn het onzekere jongens die weten nooit terug te hebben van de kracht en moed die ze bij vrouwen bespeuren.

Luba, Agresti's vierde speelfilm, vertelt opnieuw over een man die worstelt met het combineren van leven en liefde. Op de vlucht voor twee leden van 'de geheime politie' verschuilt Roberto (hologig en vol mooie wankelmoed gespeeld door Agresti's 'vaste' acteur Elio Marchi) zich in een weelderig bordeel. Met Luba, een Poolse prostituee, sluit hij zich een nacht lang op. Luba (helaas zwak gespeeld door de Poolse Bozena Lasota) confronteert hem met steeds een andere vrouwenrol met de bijpassende gedragsformules en Roberto is zelden in staat haar van repliek te dienen. Ze is beurtelings ordinair, verfijnd, verliefd op een andere man, hoer, dame, vreemde, vriendin en tenslotte de toegewijde minnares die niet kan leven zonder haar geliefde. Wanneer Roberto in de ochtendschemer de sleutel terugdraait, de deur opent en het bordeel verlaat, stapt hij samen met Luba een klassiek happy end tegemoet. Zelfs zo klassiek dat het potsierlijk zou zijn, ware het niet dat net voor hun kus (overigens de eerste die ze wisselen) de waarschijnlijkheid andermaal wordt overwonnen door de droom. Er voltrekt zich een onzinnig wonder, kan de scepticus zeggen. Het is een mogelijkheid die ik heb kunnen fantaseren en waar ik dus rekening mee wens te houden, antwoordt Agresti met zijn beelden.

Wanneer bovenstaande de indruk wekt dat Luba een lineair verhaal vertelt dan moet ik dat corrigeren. Eerder is er sprake van het in elkaar verglijden van momenten dan van verhaalverloop. Dat wil niet zeggen dat de film statisch is. Er gebeurt veel. Nu eens bevinden we ons boven bij het ongelijke paar, waar we getuige zijn van gesprekken over schrijverschap en over teleurgesteld idealisme, en waar we ontdekken wat toch dat plastic damesbeen te betekenen heeft dat Roberto steeds met zich meedraagt: behalve het schrijverschap oefent hij nog een op dromen gebaseerd beroep uit hij is uitvinder en bedacht een kous die niet kan ladderen. Vaak ook verlaten we het stel en verkeren we beneden, in de warme salon van het bordeel. Soms irriteert zo'n verplaatsing, bijvoorbeeld wanneer we een tango-lied couplet na smachtend couplet moeten aanhoren, terwijl we ons veel liever concentreerden op de personages. Maar we maken er tot ons genoegen kennis met Madame (een mooie rol van een middelbare, aangenaam schaamteloze Viveca Lindfors). We ontmoeten, in zijn volgestouwde kantoortje, de cynisch-weemoedige baas die zijn bijnaam 'Professor' probeert te neutraliseren met een consequent gedragen ronde rode feestneus. Adrian Brine speelt hem geniaal bitter, charmant, gevoelig en tot in zijn kleinste vezel de gemankeerde schrijver die nooit meer loskwam van het bordeel waar hij ooit, net als Roberto nu, een vrijplaats voor vervolging vond. Soms ook gaan we even naar buiten, om een enkel gesprekje af te luisteren tussen de twee Amerikaanse communistenjagers die merkwaardig geciviliseerd afwachten tot hun prooi, intellectueel en per definitie subversief, naar buiten zal komen. Als alle anderen praten ook zij over zichzelf, bijvoorbeeld over het feit dat ze nooit een letter hebben gelezen van de schrijver die ze zo gebeten najagen.

Agresti gaat met Luba in verschillende opzichten een stap verder dan in zijn eerdere films. De belangrijkste ontwikkeling is de al opgemerkte nadrukkelijke breuk met de aannemelijkheid. Secret Wedding vertelde een uitzonderlijk verhaal maar was nog gesitueerd in een voorstelbare werkelijkheid. Luba wordt gedateerd met de woorden 'Rotterdam 1941' en Agresti laat wat soldaten met Duitse helmen voorbij stampen. Verder lapt hij alle feiten van de Tweede Wereldoorlog met een breed gebaar aan zijn laars, net als de conventies van de hier te lande zo uitgekauwde oorlogsfilm. Hij husselt tijden, personages en incidenten door elkaar. De terreur komt niet van de Gestapo maar van die twee in verfomfaaide regenjassen gehulde Amerikanen op communistenjacht die zich eerder in de jaren vijftig laten situeren. Nederland wordt samengevat als een klont glurende buren op de overloop. Interieur en bewoners van het bordeel suggereren hooguit een Latijnsamerikaanse grote stad in een niet nader te definieren periode, maar eigenlijk zijn ze onbestaanbaar, samengesteld uit schilderijen, tekeningen en foto's uit alle windstreken. Zelfs de in 1942 jonggestorven Argentijnse schrijver Roberto Arlt, die Agresti zo na aan het hart ligt dat hij de film Luba aan hem opdroeg, en in de hoofdpersoon een alter ego van hem creeerde, ontkomt niet aan die vrijmoedige omgang met historische gegevens.

Agresti toont zich met Luba een bespiegelend romanticus die melancholie niet ondergaat als een neerdrukkend sentiment maar als een opzwepende drang. Hij geeft zich over aan een sensueel en dartel spel dat liever emoties tegen elkaar afzet dan zich te bekommeren om logica en doorsnee toegankelijkheid. Het spel dat hij speelt hangt sterk samen met de vormgeving van zijn film en hier moet met nadruk debuterend art director Dorine de Vos worden vermeld. Zij bedacht hartstochtelijke decors vol schelp- en vismotieven, ze omringde Agresti's personages met een feestelijke omgeving die barok is als een zwaar en ouderwets parfum zonder dat ze opdringerig werd. Het ritme van de acteurs, de cadans en kaders van de camera, ze zijn bepaald door de muziek, die zachtjes bijna alles begeleidt wat we zien en horen. Maar zo te zien drijft (vooral) de vormgeving van Dorine de Vos Agresti's camera tot zwierig wentelen. Agresti houdt stil in absurdistische standpunten, waar een onverwacht wijde lens de personages samenbrengt en tegelijk van elkaar scheidt.

Fantasie, illusie en idee fixe. Wie Luba zag is op de hoogte van hun onbetrouwbaarheid en weet toch zeker dat ze een zegen zijn.

    • Alfa 1
    • Michael Matthews
    • Viveca Lindfors
    • Adrian Brine
    • Alejandro Agresti. Met
    • Elio Marchi
    • Babylon 3
    • Calypso 3
    • Bozena Lasota
    • Joyce Roodnatluba. Regie
    • Alex van der Wyck. Amsterdam