'Dwang tegen Irak eventueel noodzakelijk'

In een toespraak tot de 45ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York heeft minister Van den Broek (buitenlandse zaken) gisteravond in bedekte termen gewaarschuwd dat militaire actie tegen Irak eventueel noodzakelijk kan worden. Hieronder een bekorte versie van Van den Broeks toespraak. Het is een somberstemmende paradox dat, terwijl ineen deel van de wereld, het Europese continent, een nieuw beleid, een proces van omvangrijke wapenvermindering in gang is gezet, op hetzelfde moment in een ander deel van de wereld weer bruut geweld wordt toegepast om politieke geschillen op te lossen. Welke geschillen Irak ook met Koeweit mag hebben gehad, er is niets dat zijn naakte agressie tegen deze soevereine lidstaat van de Verenigde Naties kan rechtvaardigen.

De essentie van het VN-Handvest, het onderhouden van de vrede en het voorkomen van agressie, staat op het spel. Het is hartverwarmend waar te nemen dat de Verenigde Naties eindelijk hun historische missie vervullen. De overeenstemming tussen de supermachten heeft hieraan meegewerkt. Gelukkig is men er nu op meer plaatsen van doordrongen dat meer macht meer verantwoordelijkheid met zich mee brengt. Nederland juicht daarom de reactie toe van de Veiligheidsraad van de VN op Iraks agressie, waarvan de kern is gelegen in de eis tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking van de Iraakse troepen uit Koeweit, het vrijlaten van de gijzelaars en de terugkeer van de wettige regering van Koeweit. Nederland verleent krachtige steun aan de uitvoering van de resoluties van de Veiligheidsraad. Marineschepen en vliegtuigen zijn naar de regio gestuurd om te assisteren bij de handhaving van het embargo tegen Irak en om aan de veiligheid in de Golf bij te dragen.

Chantage

Wij veroordelen het gedrag van Irak tegen buitenlanders in Koeweit en Irak en tegen de diplomatieke vertegenwoordigingen in Koeweit. Wij stellen de regering van Irak verantwoordelijk, onder het geldende internationale recht, voor het misbruiken van onschuldige burgers voor internationale chantage.

Wij hopen oprecht dat dit conflict op vreedzame wijze zal worden opgelost. Maar we moeten blijven beseffen dat het in de eerste plaats Irak was dat de vrede heeft verstoord. Zijn schaamteloze inlijving van Koeweit mag niet onbeantwoord blijven. Het is soms onvermijdelijk macht tegenover macht te stellen, zoals is onderstreept door de meer dan vijfentwintig VN-lidstaten die troepen hebben ingezet in de regio. Zij streven naar instandhouding van de wereldorde zonder zelf agressieve gedachten te koesteren. Het alternatief is chaos en anarchie waaronder allen, en niet alleen de kleinen en zwakken, zullen lijden. De trieste geschiedenis van de Volkenbond heeft de wereld geleerd dat we standvastig en eensgezind moeten zijn in het aangezicht van agressie.

Net als we dat in Europa nastreven, zouden we er de voorkeur aan geven als regionale geschillen in het Midden-Oosten regionaal worden opgelost. Daarom hebben we in beginsel begrip voor de roep om een Arabische oplossing voor dit conflict. We hebben hier echter te maken met de agressie van de ene Arabische staat tegen de andere. En het is op het verzoek van de Arabische staten die zich door Irak bedreigd voelen, dat landen van buiten de regio hen te hulp zijn gekomen. Bovendien overschrijden internationale agressie en verovering met geweld de grenzen van de regio, omdat zij de kern van het VN-Handvest raken.

En uiteindelijk blijft het legitieme belang bij stabiliteit in dit deel van de wereld zeker niet beperkt tot de betrokken regio. Het moet daarom duidelijk zijn dat een Arabische oplossing geen vervanging kan zijn voor de Resoluties van de Veiligheidsraad, maar alleen vorm kan krijgen op voorwaarde dat Irak deze volledig uitvoert. Intussen biedt een embargo dat strikt wordt nageleefd en op juiste wijze wordt toegepast de meeste hoop, als het al niet de enige nog resterende hoop is om tot een vreedzame oplossing van dit conflict te komen.

In dit verband zijn we verheugd over de in de Veiligheidsraad aangenomen resolutie 670 over de verdere aanscherping van het embargo. Deze resolutie is een duidelijk signaal aan Irak, dat de tijd niet in Iraks voordeel werkt en dat agressie niet wordt beloond. Daarentegen betekent deze agressie wel menselijk leed en rampzalige schade aan de internationale economie en in het bijzonder schade aan de meest kwetsbare landen.

In het kader van de Verenigde Naties heeft effectieve internationale samenwerking een nieuwe dimensie gekregen. Door toepassing van de middelen die in hoofdstuk VII van het VN-Handvest worden vermeld toont de wereld haar bereidheid tot samenwerking voor de zaak van collectieve veiligheid. In het recente verleden hebben we succesvolle pogingen gezien van de VN om de vrede te handhaven. Deze pogingen hebben een kans gekregen door gunstige internationale politieke voorwaarden. Als Irak de resoluties van de Veiligheidsraad uitvoert en zich uit Koeweit terugtrekt, zou de situatie die dan ontstaat de inzet kunnen vereisen van een VN-vredesmacht.

Extra maatregelen

Zou Irak echter blijfven weigeren gevolg te geven aan de uitspraken van de Veiligheidsraad en volharden in zijn onwettige bezetting van Koeweit, dan zullen extra maatregelen noodzakelijk zijn. Het is duidelijk dat als die situatie zich zou voordoen en we hopen van niet we ons zullen richten tot de Verenigde Naties als de instelling om die dwang uit te oefenen. Dat wij vurig hopen een vreedzame oplossing te bereiken mag ons er echter niet van weerhouden ons op een dergelijke eventualiteit voor te bereiden.

Onze doelstellingen zijn duidelijk. Hoe we deze uiteindelijk zullen verwezenlijken weten we nu nog niet. Maar wat we wel weten, is dat deze crisis een toetssteen is voor de politieke wilskracht van de internationale gemeenschap en de VN. Hoofdstuk VII van het VN-handvest, dat werd beschouwd als een grote vernieuwing toen het werd geschreven, is nooit eerder zo uitgbreid benut. Deze crisis heeft bewezen hoe groot de mogelijkheden zijn voor multilateraal optreden ter verdediging van essentiele beginselen van een rechtvaardige mondiale orde.

Nederland blijft bezorgd over de structurele instabiliteit van het Midden-Oosten. Het Arabisch-Israelisch conflict, het Palestijnse vraagstuk en de situatie in Libanon zijn nog steeds onopgelost. Het leggen van een verband tussen de oplossing van deze problemen met de kwestie-Irak moet echter volstrekt worden afgewezen, omdat dit aan een onrechtvaardige zaak de schijn van rechtvaardigheid zou geven en daarbij de oplossing van de Golf-crisis zou frustreren.

Als we iets verder in de toekomst kijken rijst de vraag: Waarom is het Midden-Oosten zo'n kruitvat dat op elk moment kan exploderen? Waarom is er geen ontwikkeling naar stabiliteit en vreedzame verandering, vergelijkbaar met hetgeen we in andere delen van de wereld zien gebeuren? Het lijkt ons dat er nog een essentiele politieke vereiste ontbreekt zolang er partijen zijn die de werkelijkheid niet aanvaarden zoals zij is, maar die proberen te ontlopen. Ik doel hiermee op de minachting voor bestaande grenzen, op de ontkenning van bestaande staten en op het voorbijgaan aan legitieme politieke wensen. Het is moeilijk voorstelbaar dat er vrede komt in het Midden-Oosten zolang Israel zich onzeker blijft voelen doordat het door zijn Arabische buurlanden niet wordt aanvaard. Evenzo zal Israel geen vrede kennen zolang het geen Palestijnse zelfsbeschikking in de bezette gebieden toestaat.

Israel

Wij geloven dat een erkende situatie van non-belligerentie tussen de landen onderling een voorwaarde is voor de hervatting van het vredesproces in de regio. Daarom roepen we de Arabische landen formeel op de staat van oorlog met Israel te beeindigen en de verhoudingen met dat land te normaliseren in het kader van het vredesproces. Evenzeer roepen we Israel op te voldoen aan de resoluties 242, 338 en 425, in het kader van een gedetailleerde vredesovereenkomst.

Ook al moet onder ogen worden gezien dat de mogelijkheden die er de afgelopen jaren zijn geweest niet steeds zijn benut en dat vooruitzichten op het bereiken van vrede ondermijnd zijn door de opstelling die de PLO heeft gekozen in het Golfconflict, toch blijven wij overtuigd dat er geen andere weg voor Israel en de Palestijnen openligt dan die van wederzijdse erkenning van elkaars fundamentele rechten en legitieme wensen. Wanneer het Golfconflict zal zijn opgelost, zal een vernieuwde en vastbesloten poging door de internationale gemeenschap moeten worden ondernomen om beide partijen ertoe te brengen dit te aanvaarden en de eerste stap te doen op de lange en moeilijke weg naar een blijvende vrede. Bovendien blijft een dialoog tussen Israel en de Palestijnen noodzakelijk.

Waar de positieve tendens in de nucleaire en conventionele wapenbeheersing tussen Oost en West zeer bemoedigend is, ontbreekt die vooruitgang duidelijk in andere delen van de wereld, zoals de Golfcrisis ons leert. Vooral het Midden-Oosten vormt het toneel van een snelle wapenwedloop. Allerlei soorten wapens conventionele, chemische, biologische en, zoals moet worden gevreesd nucleaire zijn hier op grote schaal geconcentreerd.

Alle bestaande organisaties en middelen moeten worden gebruikt om een dam op te werpen tegen deze wapenwedloop zowel internationaal als regionaal. Wat betreft het gevaar van uitbreiding van nucleaire wapens, is er een wezenlijke behoefte aan de versterking van het Non-Proliferatie Verdrag. Alle landen in de regio moeten partij worden in het Verdrag. Het safe-guard system van het Verdrag moet volledig worden aangewend, met inbegrip van speciale inspecties. Op dezelfde wijze moet het Biologische wapenverdrag een dam opwerpen tegen proliferatie van biologische wapens.

Chemische wapens

De Golfcrisis kan de noodzaak van een wereldomvattend verbod op chemische wapens alleen maar versterken. Na twintig jaar onderhandelen komt een effectief controleerbare overeenkomst met universele medewerking eigenlijk al veel te laat. Uiterlijk in 1992 moeten wij onze doelstelling hebben verwezenlijkt. Nederland stemt volledig in met het Australische en Franse voorstel tot het houden van een overleg op ministerieel niveau begin volgend jaar om de noodzakelijk politieke impuls te geven.

Intussen zijn maatregelen om verdere proliferatie tegen te gaan van het grootste belang. Deze maatregelen moeten betrekking hebben op biologische en chemische wapens en materialen waarmee deze kunnen worden gemaakt, maar ook op raketten en raket-technologie. In dit verband is het van belang te vermelden dat Nederland onlangs is toegetreden tot het Missile Technology Control Regime.

Zoals de koude oorlog ons heeft geleerd is de bewapening vooral het resultaat en niet zozeer de oorzaak van spanningen. Dit verklaart dat we verwachten binnenkort een verdrag te kunnen ondertekenen over een drastische vermindering van de conventionele strijdkrachten in Europa.

Het verleden heeft ons, met name in Europa, geleerd dat democratie, meer respect voor de fundamentele mensenrechten en vrijheden, in combinatie met wapenbeheersing in plaats van bewapening, essentiele elementen zijn die nadrukkelijk van het Midden-Oosten-vredesproces deel zullen moeten uitmaken om een duurzame stabiliteit en veiligheid te bereiken. Daarom menen wij dat het van het grootste belang is dat de genoemde basisregels voor stabiliteit ook in het Midden-Oosten door alle betrokkenen worden aanvaard. Alleen dan zal het mogelijk blijken meer omvattende veiligheidsarrangementen te treffen, waarin vertrouwenwekkende maatregelen en conventionele wapenbeheersing een belangrijke rol kunnen spelen en die een belangrijke bijdrage zullen leveren aan inperking van proliferatie van wapens in de regio.

Kans

De Golfcrisis heeft de wereld wederom bewust gemaakt van de grote waarde van een goed functionerende Verenigde Naties. We hopen oprecht, dat na vele jaren van stagnatie de VN in staat zullen zijn hun rol in de bevordering van collectieve veiligheid en vreedzame verandering te versterken. De VN zouden deze kans moeten aangrijpen door de hervorming en stroomlijning van hun organisatie, waar men in de afgelopen jaren mee is begonnen, door te zetten.

De Amerikaanse oud-minister van buitenlandse zaken, Cordell Hull, een van de oprichters van de Verenigde Naties zei eens: 'Met al haar onvolkomenheden biedt de VN-organisatie de vredelievende naties van de wereld nu een werkend mechanisme dat hun vrede brengt, als ze vrede wensen. Echter, geen enkel onderdeel van het sociale bestel, hoe goed ook geconstrueerd, kan effectief zijn als het niet wordt gedragen door de wil en de vastberadenheid om het te laten functioneren'.

Wat gold in 1945, geldt niet minder in 1990. Laten we ervoor zorgen dat het functioneert.