De wereld na de Golf

DE GOLFCRISIS wierp zijn schaduw deze week over de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank in Washington. Terwijl de olieprijzen naar boven en de financiele markten naar beneden spiraalden, probeerden de ministers van financien van arme en rijke landen de schade op te nemen en hun antwoord op de economische gevolgen van de Golfcrisis te formuleren. Ironisch genoeg stond deze 45ste jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank in het teken van het einde van de ideologische confrontatie tussen markt- en planeconomie. Bulgarije, Tsjechoslowakije en Namibie werden als nieuwe leden verwelkomd. De Sovjet-Unie bereidde zich op lidmaatschap voor door dit jaar als speciale gast de vergadering bij te wonen.

Maar met de bekering van Oost-Europa tot de markteconomie is geen einde aan de economische geschiedenis gekomen. De Golfcrisis fungeert als een vergrootglas dat de zwakheden van de internationale economie meedogenloos versterkt. Slechts enkele landen waaronder de Sovjet-Unie hebben een meevaller dank zij de sterk gestegen olieprijzen. In de meeste landen vergroten de hogere energieprijzen de onzekerheden. De keuze tussen groei en prijsstabiliteit is moeilijker geworden. In Oost-Europa zullen de kosten van de hervormingen oplopen doordat de Sovjet-olie binnenkort tegen harde, hoge marktprijzen zal worden afgerekend. Voor de ontwikkelingslanden betekent de Golfcrisis een miljardenverlies aan schaarse harde valuta.

De industrielanden laten een uiteenlopend beeld zien. De sterke groei op het vasteland van Europa en in Japan zal afgezwakt doorgaan, maar in de Verenigde Staten en Groot-Brittannie is een recessie aanstaande. Dat is, ook al gezien de instabiliteit van het Amerikaanse bankwezen, een zorgwekkend vooruitzicht.

ANDERS DAN tijdens de jaren zeventig hebben de economische leiders van de wereld deze keer beheerst en vooral eensgezind gereageerd op de uitdaging van hogere energieprijzen. De industrielanden kiezen nu niet voor vraagstimulering, maar voor inflatiebestrijding, niet voor kunstmatig volgehouden groei maar voor een strak monetair en begrotingsbeleid. De collectieve verarming, als gevolg van hogere energieprijzen, zal niet worden gecompenseerd.

Hetzelfde recept wordt voorgeschreven aan ontwikkelingslanden die bij de vorige oliecrises eveneens hun consumptieniveau op peil trachtten te houden. Nu moeten ook de ontwikkelingslanden de schok van hogere energieprijzen met verdere aanpassingen verwerken. Alleen voor de meest direct getroffen landen in de Golfregio is extra steun toegezegd.

ER IS VOOR een harde aanpak gekozen, maar het is de beste aanpak. Stimulering, tekortfinanciering, bankleningen en toegeven aan inflatie in de jaren zeventig zijn uiteindelijk uitgelopen op een diepe recessie in de industrielanden en in een schuldencrisis in de Derde wereld die nog steeds voortduurt. De vastbeslotenheid om direct krachtig op te treden, zal leiden tot kortstondige economische pijn. Maar snelle aanpassing legt de basis voor duurzaam herstel zodra de wereldwijde bekering tot de markteconomie in de loop van de jaren negentig zijn vruchten zal afwerpen.