Bull heeft de buik vol van overnemingen

De Europese computerindustrie verkeert in moeilijkheden. De branche wordt geteisterd door lagere groei en lagere marges. De bedrijven zien hun marktaandeel dalen en hun verliezen stijgen. Het Franse Bull gokte op een Grote Sprong Voorwaarts.

Deel drie van een serie verhalen over Europese computerbedrijven.

PARIJS, 27 sept. 'Nee, we hebben ons niet overeten', zegt Didier Ruffat, president-directeur van Bull International, een van de vier werkmaatschappijen van de Franse Bull-groep. 'Nee, we zijn niet te gulzig geweest.'

Maar hij kan niet verhelen dat het opslokken van eerst het Amerikaanse Honeywell en later het Amerikaanse Zenith Data Systems de onderneming zwaarder op de maag ligt dan voorzien was. Dat het verlies van Bull dit jaar weer oploopt, is ook geen geheim.

Niets dan onheil, terwijl het juist zo goed met Bull leek te gaan sinds de Franse staat zich in 1983 over het bedrijf had ontfermd. Daarvoor had Bull, genoemd naar de Noorse uitvinder van een reken- en sorteermachine, twintig jaar lang een moeizaam, onzeker bestaan geleid. Het bedrijf wisselde sneller van eigenaar dan een goedkope maitresse. En elke keer weer kwam er een nieuwe leiding. Elke keer opnieuw moest het beleid worden bijgesteld.

Eerst belandde Bull in 1964 in handen van het Amerikaanse General Electric. Maar zes jaar later had het grote GE zijn interesse in computers alweer verloren: Bull ging over naar het Amerikaanse Honeywell.

Intussen had de Franse staat besloten dat Frankrijk een leidende rol moest spelen in mainframes, de grote computers. En omdat zelfs het grote Frankrijk dat niet op eigen kracht kon, zou er een Europees samenwerkingsverband worden gevormd: Unidata. Daarin zou de Franse Compagnie Internationale pour l'Informatique (CII) samengaan met Siemens en Philips.

Maar in het allerlaatste stadium strandde het initiatief op Frans nationalisme, wantrouwen en kortzichtigheid. Het was voor de hele Europese computerindustrie een traumatische mislukking, die diepe littekens heeft nagelaten. De Fransen gaven liever de voorkeur aan een fusie tussen Bull en CII. Zo kwam Bull in 1976 toch weer in Franse handen, ook al hield Honeywell in de combinatie een belang van 47 procent.

De vijf jaar die volgden verliepen ronduit rampzalig, zowel voor CII Honeywell Bull als voor het Amerikaanse moederconcern. In 1982 was de Franse firma met een verlies van bijna een half miljard gulden bij een omzet van 2,8 miljard gulden technisch bankroet. Dat was het moment waarop de Franse overheid opnieuw de teugels aantrok. Om het bedrijf te redden breidde ze haar belang uit tot 97 procent. En om het concern een bredere basis te geven voegde ze er de minicomputer-tak van Thomson aan toe.

Ruffat vindt staatsbemoeienis eigenlijk uit den boze, maar hij zegt dat Bull er alleen maar voordeel van heeft gehad. 'Eindelijk kwam er continuiteit in de leiding. Eindelijk kregen we de financiele steun om te expanderen.'

Sinds 1983 heeft de Franse overheid ruim twee miljard gulden richting Bull gesluisd. Mede daardoor wist het bedrijf de omzet in zeven jaar tijd te verviervoudigen tot 11,4 miljard gulden. Mede daardoor ontwikkelde Bull zich van middelgrote Franse firma, die het voornamelijk moest hebben van overheidsorders, tot een volwaardig internationaal concern.

Bull deed dat deels op eigen kracht, maar meer nog door twee geruchtmakende overnames. Eerst ontfermde de onderneming zich in drie etappes over Honeywell Information Systems, de computerdivisie van het voormalige Amerikaanse moederconcern. In 1987 nam Bull nog genoegen met een minderheidsbelang, terwijl ook het Japanse NEC een aandeel kreeg van 15 procent. In de twee jaren daarna breidde Bull zijn invloed uit tot 69,4 procent.

Daarna sloeg het concern vorig jaar zijn tweede slag met de aankoop van Zenith Data Systems, Amerika's grootste fabrikant van draagbare computers, voor circa een miljard dollar. In een klap schoot Bull naar de achtste plaats 'in de eredivisie van de computerbedrijven', zoals Ruffat het uitdrukt. Heel eventjes mocht Bull zich de grootste computeronderneming van Europa noemen. Dit jaar zal het concern weer door de Duits-Duitse combinatie Siemens Nixdorf Informationssysteme worden voorbijgestreefd.

Ruffat erkent dat de snelle expansie riskant was. Dat Bull 'voor een gigantische opgave' staat om de verschillende bedrijfsonderdelen in elkaar te passen, zoals het organisatiebureau Arthur D. Little in een studie over de computerindustrie constateert, wil hij ook best onderschrijven. Zelfs beaamt hij dat Bull een weinig gelukkige start heeft gemaakt met Zenith. Het Amerikaanse bedrijf ziet zijn marktaandeel dalen en zijn verliezen stijgen. Dat komt vooral, meent Ruffat, omdat de Amerikaanse overheid, traditioneel de belangrijkste klant van Zenith, stelselmatig minder orders plaatst sinds het bedrijf in Franse handen is.

Maar Bull had geen andere keuze dan de Grote Sprong Voorwaarts te wagen, zegt Ruffat. Want om uiteindelijk als een van de grote ondernemingen in de computerindustrie te overleven, moet je actief zijn in alle belangrijke marktsegmenten, moet je een positie hebben in alle vitale regio's, is zijn stellige overtuiging. Bull haalt nog maar 30 procent van zijn omzet in Frankrijk, 33 procent in de rest van Europa, 30 procent in de Verenigde Staten. 'Dank zij de overnames hebben we dat strategische doel bereikt.'

Intussen zijn de zeven vette jaren voor Bull voorbij. Echt vet zijn ze eigenlijk nooit geweest. Op het recordverlies van 1982 volgden weliswaar twee jaren van lagere verliezen en zelfs vier jaren van winst. Maar ook met het topresultaat van 1988 reikte de onderneming niet verder dan een procent van de omzet. Vorig jaar schoot Bull weer bijna 94 miljoen gulden in het rood. En in het eerste halfjaar van 1990 heeft het concern al een verlies van 660 miljoen gulden geincasseerd.

Zelfs de Franse staat begint zich zorgen te maken. Anderhalve week geleden, vijftien jaar na het echec van Unidata, verklaarde Roger Fauroux, de Franse minister van industrie, dat Bull maar naar een Europese samenwerking met Siemens of Olivetti moet streven. 'De onderneming heeft weinig andere keuzen', voegde hij daar dreigend aan toe.

Ruffat zegt alleen dat Bull eerst de tijd moet tijd krijgen om de overnemingen 'te verteren'. En daarna? 'De kunst zal zijn om in de eredivisie te blijven zonder onze zelfstandigheid op te geven', luidt zijn diplomatieke repliek.