Brits pond iets dichter bij monetaire stelsel

LONDEN, 27 sept. De toetreding van het Britse pond tot het Europese systeem van vaste wisselkoersen (EMS) lijkt ondanks aanzienlijke economische problemen in Groot Brittannie een stapje naderbij gekomen. Terwijl premier Thatcher in Wales de angst voor een aanstaande recessie bagatelliseerde als doemdenken van de media, poogde haar minister van financien, John Major, bij het IMF in Washington de markt gerust te stellen door de criteria voor toetreding van sterling tot het EMS te verzachten. Major liet doorschemeren dat toetreding een feit kan worden op het moment dat de nog immer stijgende inflatie in Groot Brittannie op zijn retour lijkt en nog voordat cijfers daarover zijn gepubliceerd. Op Majors ministerie wordt tot nu toe aangenomen dat het dieptepunt in de economische teruggang in december aanstaande gepasseerd zal zijn, waarna economisch gezien de weg voor toetreding wordt vrijgemaakt.

De politieke beslissing is in handen van premier Thatcher. De premier gaf gisteravond het afvallige CBI, de organisatie van Britse industrielen, lik op stuk door ze voor te houden dat zij zichzelf te veel betaalden. Ook gaf Thatcher te kennen nog 'gedurende enige tijd' vast te houden aan een beleid van hoge rentes. Het CBI heeft eerder deze week de noodklok geluid over het regeringsbeleid om door hoge rente (15 procent) de inflatie (nu 10,6 procent) terug te dringen. De werkgevers hebben zich altijd achter dat beleid opgesteld, maar pleiten nu voor een ogenblikkelijke renteverlaging om een recessie af te wenden. Volgens Thatcher is een vergelijking tussen de huidige situatie en de economische teruggang uit het begin van de jaren tachtig niet aan de orde. 'Het zakenleven, de hele geest van ondernemerschap in de economie, staat er veel gezonder voor dan tien jaar geleden', hield ze de CBI in Wales voor. De opositie beschuldigde haar er ogenblikkelijk van dat ze probeert de economische teruggang, met stijgende werkloosheid en teruglopende investeringen, 'weg te praten', door ze te bagatelliseren als 'korte termijn problemen'. Major verheelt niet dat de komende maanden voor de Britse economie somber zullen zijn, maar verwacht dat het inflatiecijfer in enkele maanden zijn hoogtepunt bereikt zal hebben en dan scherp zal dalen naar het Europees gemiddelde (dat wil zeggen naar 5 procent).

De inzet van die dalende lijn, en niet de publicatie van het bureau voor statistiek achteraf, maakt wat Major betreft de weg vrij voor toetreding tot het EMS. De beslissing over het moment van toetreding heeft voor de Britse regering een extra politieke lading, nu premier Thatcher het juiste moment dient te kiezen voor aanstaande verkiezingen. Aangenomen wordt dat zij de voorkeur geeft aan de zomer van volgend jaar, na de voor haar gebruikelijke ambtsperiode van vier jaar. Haar partijvoorzitter, Kenneth Baker, heeft liever verkiezingen op het laatst mogelijke moment, in de zomer van 1992. De economische teruggang, die mogelijk nog zal worden verhevigd door de gebeurtenissen in de Golf, maakt het in zijn ogen onwaarschijnlijk dat de Conservatieven al in 1991 voor een vierde achtereenvolgende maal de verkiezingen kunnen winnen. John Major heeft immers herhaaldelijk uitgesloten dat hij ertoe bereid zou zijn om zijn harde politiek van inflatiebestrijding te verlaten door in het zicht van verkiezingen de gebruikelijke financiele bonussen aan de kiezers uit te delen. Majors toespraak in Washington geeft nu aanleiding tot speculatie over 'het openzetten van een deur' naar verkiezingen in 1991. Een neerwaartse trend in inflatie, gevolgd door toetreding tot het EMS, gevolgd door een daardoor veroorzaakte verdere daling van inflatie zou de regering de kans geven de rente te verlagen en de benauwenis van hypotheekhouders te verlichten. Premier Thatcher zou, indien ze op het juiste moment toeslaat, opnieuw naar de stembus durven gaan op grond van de verdiensten van haar regering om inflatiebestrijding niet te schuwen en de kiezer bij gezond economisch beleid toch een financieel meevallertje te geven.

    • Hieke Jippes