ALBERTO MORAVIA 1907-1990; Hij en ik en zij

Begin dit jaar had ik het voorrecht gedwongen te worden in korte tijd meer dan de helft van de romans te lezen die Alberto Moravia schreef. Moravia zou in mei naar Nederland komen en daaraan voorafgaand zou ik hem in Rome interviewen. Ik wilde graag, maar durfde nauwelijks. Ik had zijn debuut De onverschilligen (1929) gelezen, Vrouw van Rome (1947) en De conformist (1951), maar dat was jaren geleden. En ook al had ik die boeken beeldschoon gevonden, mijn belangstelling voor het werk van Moravia verloor ik sinds ik ooit begonnen, en opgehouden, was in Io e lui (1970). De dialogen van de hoofdpersoon met zijn geslachtsdeel, de opschepperij over de omvang en het gebrek aan onderscheidingsvermogen van die gesprekspartner, het irriteerde me mateloos. Geen vrouw of 'hij' vond wel een reden voor enthousiasme en na een bladzijde of honderd ging dat vervelen. Voor de vertaling was de titel Io e lui omgekeerd in Hij en ik, met 'hij' voorop. Het leek me indertijd een adequate ingreep.

Hij en ik was het laatste boek waar ik aan begon, eer ik naar Rome vertrok voor het gesprek met Moravia. De irritatie die ik me herinnerde laaide weer op rond pagina honderd, maar zwakker omdat ik inmiddels zoveel moois van hem gelezen had, bijvoorbeeld La noia ('De verveling' uit 1960 wanneer wordt dat nu eens in het Nederlands vertaald?). De uitgever van de vertalingen had me gewaarschuwd: 'Moravia zegt zelf dat hij altijd hetzelfde boek schrijft. Daarom moet je die boeken eigenlijk niet achter elkaar lezen. Daar zijn ze ongeschikt voor.'

Ik vond ze juist steeds mooier worden naarmate ik meer inzicht kreeg in de twee personages die de boventoon voeren in Moravia's boeken. De Moravia-vrouw is geboren om te overleven, alleen al omdat ze niet anders kan dan zich laten leiden door de natuur. Daarom ook heeft ze vanzelf lak aan burgerlijke waarden en daaraan inherente zwakheden. De Moravia-man is per definitie een sufferd en op zijn best een zwakkeling. Hij voelt zich te goed om zijn instinct te volgen, hij kijkt neer op de vrouw die dat wel doet, of is om die reden boosaardig jaloers op haar. Hij verliest zichzelf in zijn intellectuele spelletjes, hij schrikt van de macht en kracht van zijn driften. Hij eindigt als een sukkel omdat er niets anders opzit dan zich te laten overweldigen door een vrouw voor wie hij naar zijn vaste overtuiging meestal zelfs geen begeerte voelt.

Uitgerekend in het slot van Hij en ik bleken die twee samen te komen op een exemplarische manier. De vrouw is de echtgenote, een gewezen prostituee, telkens met walging bekeken door de man, 'ik', en vooral door 'hem'. Maar zij sleurt hen allebei het slordige appartement in en de lezer weet dat man en deel nergens beters hun plaats zullen vinden dan juist daar. De hele roman werkt ijzingwekkend precies toe naar dat ijzingwekkende moment. Daarom durfde ik Alberto Moravia aan te spreken.

Alberto Moravia, die gisteren als 82-jarige overleed, heette eigenlijk Alberto Pincherle. Die naam liet hij vallen eer hij in 1929 zijn eerste roman had gepubliceerd. Zijn eerste werk was een fel essay tegen het niveau van de Italiaanse romankunst en een professor met de naam Alberto Pincherle haastte zich met een ingezonden brief vast te stellen dat hij niets met het artikel van dat heethoofd te maken had. De professor is vergeten.

Moravia was de zoon van een bekende joodse architect. Zijn literaire roeping openbaarde zich al toen hij negen jaar oud was. Uit die tijd is een schemaatje bewaard gebleven waar zijn latere debuut De onverschilligen al in was uitgestippeld. Door een jarenlang verblijf in een sanatorium in de Alpen (hij leed aan bottuberculose in zijn been) ontwikkelde hij noodgedwongen al heel jong een uitgelezen literaire kennis. Zijn vader dacht zijn zoon een dienst te bewijzen met een eenpersoonskamer en de kleine Alberto kon de eenzaamheid slechts te lijf gaan door het lezen van Dostojewski, Flaubert, Balzac, en Dickens. 22 jaar jong publiceerde hij het boek dat later werd onderkend als de eerste existentiele roman. Er zouden meer dan vijftig banden volgen: romans, verhalenbundels, toneelstukken, essays.

Al in De onverschilligen toonde hij een inzicht in de vrouwelijke psyche en lichamelijkheid, dat al nauwelijks voorstelbaar is voor een man en helemaal niet voor een man die nog een net volgroeide jongen was. Toen ik het herlas betrapte ik me meermalen op de gedachte 'hoe kan hij dat weten?' Moravia zou die gave cultiveren in de romans waar hij zich, door de ik-vorm te hanteren, volledig identificeerde met vrouwen. Het bracht hem tot prachtig werk zoals Vrouw van Rome en La Ciociara (1957). Moravia hield van vrouwen. Hij had ze altijd om zich heen. In 1986 trouwde hij voor het laatst met de ruim veertig jaar jongere Spaans Carmen Llera. Het huwelijk vond plaats twee maanden na de dood van zijn eerste vrouw, de grote schrijfster Elsa Morante, van wie hij in 1962 was gescheiden. In datzelfde jaar ging hij samenwonen met Dacia Maraini, een actieve feministe en veelbelovend schrijfster.

De romans die Moravia wijdde aan de liefde hebben, te beginnen met de wonderschone novelle Agostino (1944), meestal een man als hoofdpersoon. Hun obsessie voor een vrouw verklaren ze zelf als angst voor verveling en het maakt ze gemankeerde kunstenaars: dichters die geen gedicht uit hun pen kunnen krijgen (1934 een roman uit 1983, of De reis naar Rome uit 1988); scenarioschijvers die tot niets komen (Hij en ik) een schilder die een leeg doek signeert (La noia).

Alberto Moravia werd, met een gemiddelde van een boek per twee jaar een van de meest bepalende schrijvers van de Italiaanse literatuur. Niet dat hij grif erkenning vond. Zijn boeken werden bestsellers om hun sociale realisme en seksuele vrijgevochtenheid. Vooral dat laatste was in 1952 voor het Vaticaan reden op Moravia's werk op de Index te plaatsen: 'Samen met dat van Andre Gide', zei hij trots. En daar bleef het, tot de Index in 1962 werd afgedankt. Ook door mensen buiten de kerk wordt het werk van Moravia tot op de dag van vandaag nog wel als pornografisch betiteld. Belachelijk vond hij dat. Seks is geen porno. 'Een stoel is een stoel, een roos is een roos en seks is seks' zei hij, met helblauwe blik en ritmisch getik van zijn wandelstok.

Afgelopen zondag bevatte de Corriere della Sera een voorpublicatie van Moravia's autobiografie die volgende maand bij Bompiani verschijnt. Het is het resultaat van een samenwerking met de Italiaanse journalist en schrijver Alain Elkann. Moravia vertelt er bijvoorbeeld in hoe hij bij Carl Gustav Jung op de divan zat. Ze spraken over de duivel.

    • Joyce Roodnat