Vierkante kieuwen

Misschien zal straks elke vis die Nederland binnenkomt moeten beschikken over een paspoort. Dit glorieuze perspectief kan zich voordoen als het Tweede-Kamerlid Van der Linden (CDA) inderdaad staatssecretaris wordt op het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. Wat hem als staatssecretaris van buitenlandse zaken in de jaren 1986-1988 niet lukte de invoering van een fraudebestendig paspoort voor mensen heeft op visgebied misschien wel kans van slagen. Destijds was het paspoortproject voor Van der Linden 'een kar met vierkante wielen' ; mocht hij, na een onderbreking van twee jaar, opnieuw staatssecretaris worden, onder meer belast met vraagstukken van genetische manipulatie, dan zal het misschien een vis met vierkante kieuwen zijn waardoor hij in moeilijkheden komt.

Welke zijn de maatstaven op grond waarvan een wegens een vertrouwensbreuk afgetreden bewindspersoon opnieuw minister of staatssecretaris kan worden en wanneer? Hoeveel tijd moet er inmiddels zijn verstreken? Een jaar, twee jaar of tien jaar? Precies te zeggen is zoiets niet. In februari 1916 trad de befaamde minister van financien mr. M. W. F. Treub af wegens aanneming van een hem onwelgevallige motie in de Tweede Kamer, maar een jaar later, in februari 1917, was hij tot verbazing van velen weer terug als minister op hetzelfde departement. Overigens zijn er niet zo gek veel precedenten, althans wat individuele bewindslieden betreft.

Op zichzelf heeft premier Lubbers geen ongelijk als hij zegt het een onjuiste conclusie te vinden dat een afgetreden bewindspersoon op een ander departement bij voorbaat ongeschikt zou zijn voor een andere portefeuille; daarbij rijst echter wel de vraag onder welke omstandigheden de betrokkene indertijd aftrad. In het paspoort-debat dat de Tweede Kamer op 21 september 1988 hield werd zelfs van CDA-zijde gezegd: 'Er is veel mis gegaan en het had allemaal veel beter gekund. Er is geknoeid en er is geklungeld. De Kamer is een aantal malen met een kluitje in het riet gestuurd.' Natuurlijk droeg Van der Linden hiervoor niet als enige de politieke verantwoordelijkheid, maar wel was hij medeverantwoordelijk.

'Eerlijk zullen we alles delen' toen het derde kabinet-Lubbers vorig jaar november, met Sinterklaas voor de deur, werd gevormd, spraken de coalitiepartners (CDA en PvdA) een paritaire verdeling van de portefeuilles af: wat de ministerschappen betreft 7-7 en wat de staatssecretariaten aangaat 5-5. Mocht nu het aantal staatssecretariaten stijgen van tien tot elf door benoeming van een uit het CDA afkomstige staatssecretaris op een departement dat tot dusverre geen staatssecretaris had, dan zou er reden zijn voor de woorden: 'Eerlijk zullen we alles delen, ik een beetje meer dan jij!' Mocht op Landbouw een christendemocratische staatssecretaris komen, dan zou de PvdA om het evenwicht te herstellen de benoeming van een partijgenoot op een ander departement, bijvoorbeeld het departement van algemene zaken, kunnen claimen. Een goede bestuursjurist of staatsrechtdeskundige afkomstig uit de PvdA zou zich als staatssecretaris op Lubbers' eigen departement wellicht verdienstelijk kunnen maken.

    • Mr. B. C. L. Waanders