Rus Ilja Kabakov maakt installatie van afval in Stedelijk; Bij ons is geen grens tussen vuilnis en nuttige dingen

AMSTERDAM, 26 sept. Alleen kleine mensen kunnen ongehinderd de ruimte betreden waarin 'The Rope of Life' staat opgesteld, de bijdrage van de Russische kunstenaar Ilja Kabakov (1953) aan de tentoonstelling van recente Sovjet-kunst in het Amsterdamse Stedelijk Museum. De rest van de bezoekers moet bukken voor de touwtjes die Kabakov

langs de muren en over de deuropeningen heeft gespannen en waaraan hij afvalmateriaal als flessedoppen, oude paperclips en restanten van verpakkingsmateriaal heeft bevestigd. Onder al die stukjes afval hangen kleine papiertjes met tweeregelige Russische teksten. Op de grond liggen de Engelse vertalingen. Het lijken huishoudelijke mededelingen of flarden uit alledaagse gesprekken, zoals: 'Don't stomp so loud on the floor! Can't you put down your feet more carefully?' Ook in de andere onderdelen van de installatie een kist met afval, een stoel en een prop in een hoek komen teksten voor: gescheld ('Now, you cunt, I'll kill you') of beschaafde herinneringen ('Winter, 1973. We live at the studio. I make Albums.') De enige Nederlandse tekst die, voor de opening van de tentoonstelling althans, voorkwam in Kabakovs ruimte, was een aanwijzing voor de schoonmakers: 'NIET WEGGOOIEN' stond er geschreven op een vel ruitjespapier dat bij de verfspullen op een kartonnen plaat lag.

'Mijn installatie gaat over de mentaliteit van de gemiddelde Rus, ' zo licht Kabakov in het restaurant van het Stedelijk Museum zijn kunstwerk toe. 'Ik registreer het banale, alledaagse leven, ik ben een soort archeoloog van het Sovjetleven. In mijn projecten combineer ik beeldende kunst met teksten, omdat de Russische cultuur in de eerste plaats een verbale, literaire cultuur is. Nu ik in het Westen kom, valt me op dat de cultuur hier veel visueler, veel beeldender is. In de Sovjet-Unie worden de problemen in de eerste plaats in de literatuur behandeld. In andere kunstvormen, zeker in de beeldende kunst, komen ze minder intensief aan de orde.

'Afval is de uitdrukking van ons dagelijkse leven. Al die onbelangrijke stukjes afval in 'The Rope of Life' hebben een eigen geschiedenis, ze belichamen een herinnering. In de Sovjet-Unie zijn alle plaatsen, of het nu woningen of kantoren zijn, eigenlijk verzamelingen van oud papier, kapotte machines en half functionerende apparaten. Bij ons is er geen grens te trekken tussen vuilnis en nuttige dingen: alles is een mengsel van oud en nieuw, goed en slecht, kapot en heel. Dat zie je bijvoorbeeld heel goed op een bouwplaats in de Sovjet-Unie. Het is daar volstrekt onduidelijk of er iets wordt opgebouwd of juist wordt afgebroken.'

Illustrator

De installaties van Ilja Kabakov zijn het voorlopige eindpunt van een ontwikkeling die eind jaren vijftig begon. Hij begon toen naast zijn officiele werk als illustrator van kinderboeken met het maken van absurde tekeningen. In de jaren zestig voorzag hij zijn tekeningen van geschreven commentaren en in het volgende decennium voegde hij teksten en tekeningen samen tot zogenaamde albums, waarvan hij er een stuk of vijftig maakte.

Zijn eerste installatie uit 1983 bestond ook uit tekeningen en teksten en was nauwelijks meer dan een opgehangen album. Intussen was Kabakov ook begonnen te schilderen. Zijn grote schilderijen hebben, net als zijn installaties, het gewone Sovjetleven tot onderwerp. 'Als stijl koos ik het officiele socialistisch realisme, ' vertelt hij erover. 'Maar dan niet het socialistisch realisme van het hoge niveau van de schilderijen die je wel in de Tretjakov-galerie ziet, maar van een banaal, amateuristische niveau.'

Tot de 'tijd van de perestrojka' was Kabakov een 'onofficiele' kunstenaar, maar was hij als illustrator gewoon lid van de gehate Bond van Kunstenaars. 'Ik was een gespleten persoon. Als illustrator was ik geaccepteerd en zelfs gevierd, maar dat deed ik voor het geld. 'Onder water' werkte ik voor mezelf en voor mijn vrienden die zich vaak in dezelfde positie bevonden. Als onofficieel kunstenaar werd je bestempeld als bandiet, spion of tenminste als een knoeier.

'De onofficiele kunstenaars vormden een kleine, hechte gemeenschap die misschien nog het beste te vergelijken is met een klooster. We hadden geen contact met de buitenwereld. Over de kunst in het Westen wisten we nauwelijks iets. Iemand als Mario Merz kende ik alleen van naam, wat 'arte povera' is, zie ik nu pas. Ook onze eigen Sovjetkunst kenden we niet: de schilderijen van Malevitsj en Lissitzky bleven goed verborgen. Voor onze kunst bestond geen interesse, we hadden geen tentoonstellingen en geen kritieken. Noodgedwongen bekritiseerden we elkaar. We waren kunstenaar, toeschouwer en criticus tegelijk en vormden een wereld op zichzelf.'

Succes

Hoe weinig er verder ook van terecht is gekomen, in de kunst heeft de perestrojka in ieder geval geleid tot grote veranderingen. De 'onofficiele' kunstenaars hoeven geen ondergronds bestaan meer te leiden: het bijvoegelijk naamwoord 'onofficieel' kan worden geschrapt, ze zijn nu gewoon kunstenaars. Toch heeft de vroegere ondergrondse Sovjetkunst vooral succes in het buitenland en bestaat er in eigen land nauwelijks belangstelling voor. Dat geldt ook voor het werk van Ilja Kabakov. In de Sovjet-Unie komt hij nog nauwelijks. Vlak voor hij naar Amsterdam kwam, had hij in Berlijn een installatie gemaakt en deze week verblijft hij in Aken. Daarna gaat hij voor een paar maanden naar Parijs. Maar op zijn eerste tentoonstelling in de Sovjet-Unie wacht hij nog steeds.

Het succes in het Westen en de desinteresse in eigen land zijn voor de kunstenaar Vladimir Nemoechin, van wie nu ook werk in het Stedelijk Museum is te zien, aanleiding om over de huidige tijd te spreken als 'de moeilijkste periode voor de Russische kunst'. Evenals vele ander Sovjetkunstenaars lijkt hij een zekere nostalgie te hebben naar de tijd dat elke onofficiele kunstenaar een held was en elk abstract schilderij een daad van verzet.

Kabakov deelt Nemoechins pessimisme niet: 'De Sovjetkunstenaars hebben nog weinig ervaring met de markt en de hoge prijzen voor hun werk. Het gevaar van commercialisering is zeker aanwezig, maar we leren er snel mee omgaan. En zo groot is het geldelijke succes van de Sovjetkunst nu ook weer niet. De meeste kunstenaars werken nog steeds in de eerste plaats voor zichzelf. We hebben altijd zonder impulsen van buitenaf gewerkt en kunnen nog lang teren op onze innerlijke kracht. Misschien is deze typisch Russische gerichtheid op het innerlijk juist moeilijk te begrijpen voor het Westerse publiek.'

Dat laatste gaat misschien ook op voor Kabakovs installaties. Zijn zijn registraties van het dagelijkse Sovjetleven eigenlijk wel te begrijpen voor degenen die de Sovjetwereld niet kennen? 'Daar was ik inderdaad ook bang voor toen ik in de herfst van 1987 in Graz voor het eerst een installatie in het Westen tentoonstelde. Maar die angst bleek ongegrond. Natuurlijk is mijn werk echte Sovjetkunst, althans dat hoop ik. Er bestaan veel analogieen tussen het leven hier en dat in de Sovjet-Unie. Mijn installaties zijn niet alleen van etnografisch belang. Het leven in de Sovjet-Unie is een karikatuur, een intensivering van het banale leven. De problemen die erin aan de orde komen de vreemdheid van de wereld, de moeilijkheden in de communicatie en in de taal blijken ook voor het Westerse publiek interessant.'

De installatie 'The Rope of Life' van Ilja Kabakov is te zien op de tentoonstelling 'Binnen de USSR en erbuiten' in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Tot 4 november. Geopend: dagelijks 11-17uur.

    • Bernard Hulsman