New Foundland

De recente verwikkelingen op het Binnenhof zijn met aandacht gevolgd in New Foundland. De minister van agricultuur is er niet weggezonden, maar de visserij wordt ook daar duur betaald: het van oudsher 'eigen' deel van de Atlantische Oceaan is zo leeg gevist vooral door industriele vissers uit de Europese Gemeenschap dat de werkloosheid de twintig procent is genaderd.

Steven Wolinetz, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Memorial University in St. John's, New Foundland, Canada, let al twintig jaar op Nederland. Hij is gepromoveerd op de partijverhoudingen in dit land en is een kenner van het sociaal-economische onderhandelingsritueel. Wolinetz kijkt niet meer op van begrippen als 'loonruimte' en 'koopkrachtplaatje'. Het aftreden van Braks had hij niet zien aankomen, maar het verrast hem ook niet.

'Onjuist inlichten van het parlement is in het klimaat van de jaren tachtig met het RSV-syndroom en de paspoort-affaire, een gevoelig punt geworden', zegt hij. 'Het niet-houden van beloften raakt sowieso een typisch-Nederlandse, moralistische zenuw: het is belangrijker om de indruk te wekken dat je betrouwbaar bent dan dat het allemaal klopt wat je zegt. In dat opzicht is het vertrek van Braks niet verrassend.'

St. John's ligt op het uiterste zuidoostpuntje van het eiland New Foundland. Wolinetz moet van daar uit een goed zicht hebben op Europa, waarvan hij zich vooral met de kleinere democratieen bezig houdt. Nederland is daar niet de makkelijkste van, zegt hij. Niet alleen wegens de wirwar van partijen en partijtjes vooral voor het CDA ontstond , maar ook omdat 'wij' ons zelf niet goed verkopen, althans niet als onderwerp van studie.

'Als ik in Ottawa of Washington de Nederlandse ambassades bezoek mag ik blij zijn als men mij te woord staat. Ik heb altijd het gevoel dat ik nog beter ontvangen zou worden als ik kunsthistoricus was. Om toch iets te pakken te krijgen vraag ik dan maar naar Nederlandse kranten, want die zijn in dit deel van de wereld moeilijk te vinden. Ik heb de indruk dat de ambassades niet erg geinteresseerd zijn in het werk van de politicoloog die zich wil informeren over Nederland.'

De Zweden doen het in dit opzicht beter, vindt Wolinetz, zonder overigens een voorkeur voor enig land uit te spreken. Hij vergelijkt alleen maar, met kennis van zaken en zelfs een merkbare sympathie voor zijn onderwerp. En dan valt hem op dat in Nederland vergeleken met Zweden, en zeker met Noord-Amerika 'een zekere tendens bestaat zeer systematische oplossingen te zoeken, alles te plannen. Men wil bijvoorbeeld de verkeersproblemen voor het hele land ineens oplossen, door rekeningrijden of snelheidsbegrenzers te introduceren'. Ook die woorden kent de New Foundlander.

'De politiek probeert in Nederland alle denkbare gevolgen van voorgenomen maatregelen te reguleren. Het is in landen als Groot-Brittannie, de Verenigde Staten of Canada ondenkbaar dat je de hoogte van minimum-inkomens zo precies probeert fijn te regelen, voor en na belasting. Sociaal is dat aantrekkelijk, maar bij de concretisering van allerlei maatregelen wordt in Nederland vaak overdreven veel aandacht besteed aan details.'

Wolinetz is er van overtuigd dat het Nederlandse vermogen compromissen te sluiten er nog steeds voor zorgt dat de parlementaire democratie hier uiterst stabiel is. 'Canada is deze zomer bijna uit elkaar gevallen toen werd geprobeerd Quebec in de Canadese grondwet een plaats te geven. Het kost hier de grootste moeite eenstemmigheid te krijgen over wat voor verandering dan ook. We hadden al enorme ruzie over de invoering van btw. Het parlementair systeem in een dun bevolkt, slecht geintegreerd land als Canada doet een gering beroep op rationele overwegingen in de besluitvorming.'

In Nederland duurt besluitvorming wel erg lang 'Niemand heeft bij jullie ooit iets kunnen doen aan die crazy shopping hours'. Het kan tientallen jaren duren voor belangrijke wetten zijn aangenomen, geaccepteerd en ingevoerd, constateert Wolinetz, maar het voordeel is dat er uiteindelijk consensus wordt bereikt. Ook het eindeloos opmeten van de loonruimte heeft in zijn ogen iets zinvols: 'De discussie gaat in Nederland over wat de economie kan dragen, wat verantwoordelijk is op lange termijn. In Noord-Amerika onderhandelen bonden over wat ze kunnen krijgen in vergelijking met andere groepen. Wij kennen geen plaatsen zoals de SER, waar je met je tegenstander in gesprek blijft via koffie after the meeting'.

De koppeling is een begrip om zuinig op te zijn, zegt Wolinetz. 'Amerika heeft het op een minimum-peil houden van de welvaart voor iedereen als doel laten vallen onder Reagan. Men aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor allen meer. Daar wordt in Nederland veel serieuzer over gepraat. Het is alleen de vraag of men de kosten van een eerlijker samenleving wil blijven betalen.'

In een groot overzichtsartikel over wat er in 25 jaar wel en niet is veranderd in de Nederlandse politiek van na de verzuiling (te verschijnen in het november-nummer van Acta Politica) stelt Wolinetz vast dat de verhouding tussen partijen en regering in die periode niet sterk is veranderd, maar de partijen zelf zijn wel anders gaan opereren. Na een periode van grote beinvloedbaarheid zijn zij weer meer prioriteiten gaan formuleren. Bovendien werken zij in een vrijer veld, zij hebben minder vaste banden met lobbies en achterbannen.

Belangengroepen weten zelf de weg te vinden naar de overheid. De media, die niet of nauwelijks meer partijgebonden zijn, zorgen dat politici aan permanent onderzoek blootstaan. Aan de andere kant gebruiken politici die vrijere media ook om zich direct tot tegenstander en publiek te richten. Aldus Wolinetz in Acta.

Lubbers maakte van deze nieuwe verhoudingen gebruik toen hij misschien iets te hoog van het Torentje blies ter verdediging van Braks. Met het inmiddels bekende boemerang-effect, opgekrikt zelfvertrouwen van de PvdA en iets grimmiger verhoudingen binnen de coalitie. In zijn artikel schrijft Wolinetz dat het lijkt of de meer pragmatische en flexibele PvdA heeft bijgedragen tot restauratie van het vroeg na-oorlogse politieke systeem. Lijkt, want de partijen concurreren nu om de 'gunst van een veel opener en beschikbaarder kiezersvolk'.

Na het vertrek van Braks voegt hij daar mondeling aan toe: 'Wat mij echt blijft verbazen is dat de PvdA en de VVD geen kans zien hun onderlinge blokkades te overwinnen. Als Voorhoeve zijn fractie meer in de hand had gehad, als de PvdA completer had afgerekend met het mislukte radicalisme van de jaren zeventig dan hadden beide partijen hun gemeenschappelijke frustraties over de almacht van het CDA kunnen overwinnen. Het zou me verbazen als Frits Bolkestein, hoewel hij beschouwd wordt als een man van de rechter vleugel, niet zou inzien dat het die kant uit moet. Het was ook beter dat Nixon China ontdekte dan dat een Democraat dat deed'.

    • Marc Chavannes