Nederlandse premiere van twee orkeststukken in de Beurs van Berlage; Het uitdijend heelal van Pierre Boulez

ROTTERDAM, 26 sept. 'De sterkste culturen zijn culturen zonder geheugen, die in staat zijn tot complete vergetelheid', aldus de Franse componist en dirigent Pierre Boulez in 1975. ..Zij zijn zo sterk, omdat ze weten dat ze het vernietigde, kunnen vervangen. Onze huidige muzikale cultuur is niet sterk; zij vertoont ernstige sporen van verwelking.'

Boulez houdt van stevige uitspraken. Ooit was hij van mening dat de operagebouwen in de wereld maar beter konden worden afgebroken. Hij stelt zijn krachttermen echter even gemakkelijk bij. Zo dirigeerde hij zonder probleem een van de meest spraakmakende naoorlogse uitvoeringen van Wagners Ring des Nibelungen in het heiligdom Bayreuth. Van de gevestigde muziek-instituten moest hij lange tijd niets hebben, maar toen hij het aanbod kreeg om in 1971 chefdirigent te worden van het New York Philharmonic Orchestra als opvolger van Leonard Bernstein, weigerde hij die functie niet.

Boulez is een pragmaticus, maar een pragmaticus met een duidelijk doel voor ogen: zich inzetten voor een levende, actuele muziekcultuur. Wanneer dat moet door te besturen, dan bestuurt hij; als artistiek leider van het IRCAM, het Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique in het Centre Georges Pompidou in Parijs, of als vice-voorzitter van de commissie die de totstandkoming van de Opera Bastille begeleidde. Wanneer dirigeren het doel dichterbij brengt, wordt hij chef van de Newyorkers, voor wie hij vervolgens plannen bedenkt die ertoe moeten leiden dat de afstand tussen moderne muziek en publiek wordt verkleind, of van het Ensemble InterContemporain, waarmee hij zich echt kan beperken tot hedendaagse muziek.

Als hij het nodig vindt zijn autoriteit te laten gelden in woorden, zal hij ook dat niet laten zijn geschreven oeuvre is veel groter dan zijn gecomponeerde. Onlangs waarschuwde hij in Early Music, een tijdschrift voor oude muziek, voor wat hij ziet als de kwalijke gevolgen van de authentieke uitvoeringspraktijk: 'We leggen een laagje vernis van conservering en restauratie over een periode, en over mensen die boven alles waren vervuld van de deugd der vooruitgang.'

Zijn grootste bijdrage aan de actuele muziekcultuur levert Boulez echter met zijn compositorische werk. In 1943 vroeg hij aan zijn leraar Olivier Messiaen: 'De muziekesthetiek is uitgeput, wie zal haar nieuw leven inblazen?' Messiaens antwoord aan de achttien-jarige Boulez was kort: 'Jij, Pierre.' En Messiaen kreeg gelijk. Boulez werkte op basis van de ideeen van Schonberg en Webern aan een nieuwe muzikale taal. Het streven was, volgens de componist: 'het zoeken naar een grammaticale uitdrukkingswijze die de taal nauwkeurig vast zou leggen. (...) Dat was niet alleen een kwestie van een stijl vinden voor een bepaald seizoen, zoals een couturier misschien zou doen, maar van het vinden van oplossingen voor de lange termijn.' Dat die lange termijn bij iemand als Boulez nooit al te lang is, viel te verwachten.

Brokstukken

Een van zijn laatste grote composities is Repons, een werk voor instrumentale solisten, orkest en de IRCAM-computer. Hierin zijn nog slechts brokstukken van de muzikale grammatica uit de jaren vijftig terug te vinden. In Repons experimenteert Boulez met klank en ruimte. Het orkest bevindt zich in het midden van de zaal, de zes solisten zitten langs de wanden. Ze reageren op elkaar en hun geluiden worden, gemangeld door een computer, de ruimte in gestuurd. Het effect is groot. Sunday Times-criticus David Cairns beschreef de premiere in 1981 in Donaueschingen van het toen nog onvoltooide werk als een 'betoverend tintelen van overlappende en zich vermengende timbres. (...) Het is alsof we plotseling op de drempel van een enorme grot staan waar rijen stalactieten myriaden lichtpatronen weerkaatsen; maar het effect is ook dat van vertraagde geluidswatervallen.'

Vooral het gebruik van de computer heeft Boulez de laatste jaren, als leider van het IRCAM, verder ontwikkeld. 'We kunnen ons veel meer zaken voorstellen dan we in werkelijkheid, dus concreet kunnen realiseren, ' zei Boulez onlangs in een interview. De computer is voor hem de machine die kan helpen bij het maken van ongekende klankvoorstellingen. Met die nieuwe klanken werkt Boulez verder aan zijn muzikale taal die hij, in tegenstelling tot de taal van vroegere componisten, beschouwt als 'een universum dat zich constant uitbreidt'.

Iedere momentopname uit dat universum, zoals het concert in de Wang-zaal, is daarom van groot belang.

Morgen en vrijdag dirigeert de Franse componist Pierre Boulez zijn Ensemble InterContemporain in Amsterdam, in de Wang-zaal in de Beurs van Berlage. Uitgevoerd worden Dialogue de l'ombre double en Repons, twee composities waarin Boulez traditionele instrumenten laat 'discussieren' met de computer.

    • Paul Luttikhuis