Mitterrand volgt in Golf zijn eigen logica

ROTTERDAM, 26 sept. De toespraak die de Franse president, Mitterrand, maandag hield tot de Algemene Vergaderivan de Verenigde Naties heeft weer eens duidelijk gemaakt dat het Franse buitenlandse beleid in de Golfcrisis wordt gekenmerkt door een dialectische logica. De Franse president, die drie weken geleden verklaarde dat 'we gevangen zitten in een logica van oorlog', probeerde in zijn toespraak toch weer een opening te maken naar een 'logica van de vrede', naar een dialoog en mogelijk een compromis met de Iraakse leider Saddam Hussein.

Het had de Franse regering begin augustus al moeite genoeg gekost om na de Iraakse inval in Koeweit volledig mee te doen aan de internationale maatregelen tegen het bewind van Saddam Hussein. De hechte banden van jaren her tussen Parijs en Bagdad konden niet zo maar worden doorgesneden. Zo wilden de Fransen aanvankelijk niet meedoen aan eventueel militair optreden tegen schepen die het afgekondigde handelsembargo zouden doorbreken, zoals Amerikanen en Britten dat wilden. Ook schrok Frankrijk ervoor terug grondtroepen naar het Golfgebied te sturen en beperkte het zijn militaire aanwezigheid tot, niet eens volledig bewapende, marineschepen.

De Iraakse inval in de residentie van de Franse ambassadeur in Koeweit, waarbij vier Fransen, onder wie de militaire attache, werden meegenomen, leek voor Parijs de deur naar Bagdad toch definitief te hebben dichtgedaan. Frankrijk stuurde jachtvliegtuigen, helikopters en vierduizend man grondtroepen naar Saoedi-Arabie om Irak duidelijk te maken dat er wel een grens is aan het Franse geduld.

Mitterrand gaf te kennen dat Parijs voortaan een lijn zou trekken met Britten en Amerikanen: 'Wij hechten aan de naleving van de internationale beslissing die is genomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Frankrijk heeft volstrekt geen daden van agressie gepleegd. We kunnen dit (de schending van de residentie in Koeweit) dan ook alleen interpreteren als een poging om uit te proberen hoe hecht de bondgenoten aaneengesloten zijn.' Hij wekte de indruk zich daarmee definitief van Saddam Hussein te hebben afgekeerd.

Met zijn toespraak in de Verenigde Naties heeft Mitterrand echter duidelijk gemaakt dat Frankrijk toch een eigen, onafhankelijke koers blijft varen in het Golfconflict. Overduidelijk was dat hij zich, ondanks alle verbale verontwaardiging over het Iraakse optreden, voorzichtig loswrikte uit de enkele weken geleden beleden 'logica van solidariteit'. In zijn voorstel voor een regeling van het conflict zei hij dat 'alles mogelijk wordt' als 'Irak zijn intentie bevestigt zijn troepen terug te trekken' uit Koeweit. Daarmee nam hij afstand van de resoluties van de Veiligheidsraad waarin de onvoorwaardelijke en onmiddellijke terugtrekking van alle troepen een absolute eis wordt genoemd. De intentie is genoeg, vindt de Franse president nu.

Vervolgens pleitte Mitterrand voor een democratische beslissing door het Koeweitse volk over de politieke toekomst van het land. Resolutie 665 van de Veiligheidsraad, waarmee ook Frankrijk instemde, spreekt van 'het herstel van de legitieme regering van Koeweit'. Daarmee laat de president nu in het midden of de familie Al-Sabah wel op de Koeweitse troon moet terugkeren, iets waarnaar Amerikanen en Britten nog altijd zeggen te streven.

Bovendien toonde de Franse president begrip voor die stemmen in de Arabische wereld die er telkens weer op wijzen dat de steun van vele Arabieren voor Saddam Hussein te maken heeft met het feit dat hij eigenlijk nog de enige Arabische leider is die zegt bereid te zijn het tegen Israel op te nemen. In zijn vier-puntenplan koppelde Mitterrand de regeling van de kwestie-Koeweit aan een regeling van onder andere het Palestijns-Israelische geschil, een koppeling die de Amerikanen in ieder geval niet willen en die een Iraakse ontruiming van Koeweit op de lange baan zou kunnen schuiven.

Opvallend was verder ook dat Mitterrand, bij alle pleidooien voor naleving van de internationale rechtsregels, iedere rechtstreekse aanval op president Saddam Hussein of het Iraakse regime in het algemeen zorgvuldig vermeed. De Franse president hamerde opnieuw op de oude vriendschapsbanden tussen Frankrijk en Irak en hij onderstreepte, zoals hij dat ook op eerdere persconferenties had gedaan, dat het juist Frankrijk was geweest dat Bagdad militair en politiek had bijgestaan in de strijd tegen Iran. 'Ik heb nog steeds hoop', aldus de president. Vanuit Bagdad liet men gisteren dan ook merken ingenomen te zijn met de niet-agressieve toon van Mitterrands toespraak.

Het merendeel van de Fransen steunt van harte het beleid dat Mitterrand in de Golfcrisis voert. Slechts drie procent van de bevolking staat achter de opvatting van extreem-rechts en de communisten dat het beleid 'misplaatst, niet doelmatig en negatief' is. Het merendeel van de Franse politici van links en rechts hecht echter ook aan onafhankelijkheid in het buitenlandse en defensiebeleid en dat komt treffend in Mitterrands VN-toespraak tot uiting.

Die gehechtheid kwam het afgelopen weekeinde nog eens tot uitdrukking in een vraaggesprek met de gaullistische oud-premier Jacques Chirac, die van de regering de zekerheid wilde dat bij een eventuele gewapende confrontatie de Fransen niet onder Amerikaans commando zouden komen te staan. De centrum-politicus senator Jean Lecanuet noemde de Franse zelfstandigheid in geval van een gewapend conflict 'een illusie'. 'Maar zoiets tergt de Fransen, die de fictie willen handhaven van hun onafhankelijkheid in het conflict', zo voegde hij daaraan toe.

    • Herman Amelink