Kok bepleit compromis monetaire unie

WASHINGTON, 26 sept. Minister Kok (financien) voert deze week bilaterale gesprekken met zijn elf EG-collega's over de Europese monetaire eenwording. Kok tracht steun te krijgen voor een compromisvoorstel over de datum waarop de tweede fase van de Europese Monetaire Unie (EMU) zal ingaan en over de voorwaarden waaraan dan moet zijn voldaan.

In de marge van de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank in Washington tast Kok de mogelijkheden af voor een Nederlands compromis over de fasering van de monetaire eenwording. Op de eerstvolgende bijeenkomst van de EG-ministers van financien, 8 oktober, zal Kok zijn bevindingen aan zijn collega's voorleggen.

Begin deze maand in Rome liep het overleg van de EG-ministers over de EMU vast. Vier landen plus de president van de Europese Commissie pleitten voor 1 januari 1993 als ingangsdatum voor de tweede fase van de monetaire

wording. Andere landen eisten dat eerst een grotere overeenstemming in het financieel-economische beleid wordt bereikt, voordat een volgende stap naar een Europese munt kan worden gezet.

De eerste fase van de monetaire eenwording in de EG is 1 juli ingegaan. In de tweede fase zullen de EG-munten vast aan elkaar worden geklonken en zal een onafhankelijke Europese centrale bank worden opgericht. In een toekomstige derde fase zal een gemeenschappelijke Europese munt worden ingevoerd.

Nederland probeert met elementen uit de uiteenlopende standpunten de impasse te doorbreken en een compromis te formuleren dat voor alle EG-landen aanvaardbaar is. Daarbij wordt zowel tegemoet gekomen aan de landen die zich willen vastleggen op een datum als aan landen die inhoudelijke voorwaarden stellen aan het beleid.

Fase twee zou een evolutionair proces moeten worden, waarin op grond van opgedane ervaringen de monetaire eenwording verder wordt ontwikkeld.

De datum waarop de tweede fase ingaat zou verschoven worden van 1993 naar 1994. Dan zou moeten zijn voldaan aan institutionele voorwaarden en aan toetreding van alle EG-landen tot de smalle band van het Europese Monetaire Stelsel. De oprichting van een Europese centrale bank zou niet aan het begin, maar in de loop van fase twee moeten gebeuren.

Pas met de oprichting van de centrale bank zouden bindende afspraken moeten gelden voor criteria zoals inflatie en financieringstekorten. Tussen dergelijkemacro-economische grootheden kunnen geen grote afwijkingen meer bestaan als de wisselkoersen van landen aan elkaar worden gekoppeld.

Ondanks kritiek op elementen van het voorstel tekent zich steun voor het compromis af, menen betrokkenen. Hiermee zou de patstelling in de besluitvorming over de Europese monetaire eenwording doorbroken kunnen worden voordat in december de Intergouvernementele conferentie in Rome bijeenkomt. Op de conferentie zal worden gesproken over de de statutenwijziging van de EG die nodig is voor de monetaire unie.