Jubilerend Balletorkest mag de rollen een keer omkeren

Het Nederlands Balletorkest vierde gisteravond in het Amsterdamse Muziektheater het 25-jarig bestaan met een voorstelling, waarbij werd gedanst door de twee gezelschappen die het vanuit de orkestbak gewoonlijk begeleidt: Het Nationale Ballet en het Nederlands Danstheater. De keuze en uitvoering van het slotnummer, Verdi's ouverture La forza del destino, waren veelzeggend: Nederlands meest onbekende orkest tartte de macht van het noodlot door de orkestbak te verlaten en zelf op het podium te gaan zitten.

Tevoren was het programma een gedeeltelijke illustratie geweest van de moeilijke positie waarin het halfverscholen werkende orkest verkeert: choreografen bepalen de keuze van de muziek meestal wel mooi, vaak zelfs hedendaags, maar ook heel lastig uit te voeren waarop de dansers, en in het bijzonder de solisten, willen dansen in een door hen vastgesteld tempo, dat dan vaak wordt aangegeven door de dirigent van het balletgezelschap.

Gisteravond werd het Nederlands Balletorkest geleid door de eigen dirigent, Roelof van Driesten, die in Strauss' Vier letzte Lieder vooral zijn strijkers kon laten horen, waarna voornamelijk de koperblazers aan bod kwamen in Janaceks Sinfonietta. Technisch en artistiek is het veeleisend repertoire dat zelfs bij het Concertgebouworkest niet gegarandeerd een ideale uitvoering krijgt en waarbij men bovendien in de Vier letzte lieder het liefst niemand minder dan Jessye Norman aanwezig zou wensen.

Maar ook als het criterium is dat het muzikale aandeel een zo goed mogelijke en wezenlijke bijdrage levert aan het geheel van de dansvoorstelling, bleef de bleke uitvoering van de Vier letzte Lieder gisteravond problematischer dan in het verleden wel het geval was. De tempi lagen aanvankelijk zo hoog dat ik dacht dat sopraan Alison Hargan geen lange noten kon zingen. Later bleek ze die ondanks een gebrek aan draagkracht daarin in ieder geval te kunnen suggereren. Het ontbrak vooral, door onvoldoende rust en intensiteit, aan de breekbare sfeer van verstilling, weemoed en afscheid, nog geaccentueerd doordat begin en slot van de liederen al te abrupt klonken.

Sinfonietta werd gelukkig uitgevoerd met vaart en flair. Al kregen in dit grillige en fascinerende werk de broeierige entremets iets te weinig relief, Van Driesten wist het stuk samen met zijn koperblazers competent naar een zinderende finale te voeren.

Maar de macht van het noodlot dat heeft het orkest goed begrepen is inderdaad niet te breken. Vroeger, met trompetters en trombonisten die in de Amsterdamse Stadsschouwburg hun noten vanaf het bovenste balkon de zaal inpompten, klonk het slot enerverender. En het akoestische probleem van het Muziektheater bleek uiteindelijk ook niet op te lossen door zelf eens op het podium te gaan zitten.

Voorstelling: Nederlands Balletorkest o.l.v. Roelof van Driesten: Vier letzte Lieder van Richard Strauss; choreografie: Rudi van Dantzig; dans: Het Nationale Ballet; Sinfonietta van Leos Janacek; choreografie: Jiri Kylian; dans: Nederlands Dans Theater; Intermezzo voor musici en dansers/ La forza del destino; muziek: Giuseppe Verdi; choreografie: Hans van Manen; dans: Nederlands Dans Theater. Gehoord: 25/9 Muziektheater, Amsterdam. Herhaling 26/9 AT en T Danstheater, Den Haag.