Gevraagd: eetlustopwekkend Engelstalig cultureel blad

Dutch Heights, het Engelstalige tijdschrift over Nederlandse cultuur, bestaat vanaf volgend jaar niet meer. De uitgever, het ministerie van WVC, zal het contract met de 'producent' van het blad, een Amsterdams reclamebureau, niet verlengen.

Dutch Heights verscheen sinds 1986 met een frequentie van vier nummers per jaar, in een oplage van 5.000 exemplaren. Een kleine veertig, vaak chic vormgegeven pagina's, gedrukt in vier kleuren, op een prettig soort papier. Onderwerpen in de laatste vier nummers waren onder meer: dirigent Ton Koopman en zijn internationaal furore makende Amsterdam Baroque Orchestra; Hugo Claus, ter gelegenheid van de juichend ontvangen Engelse vertaling van Het verdriet van Belgie; de dagboeken van Etty Hillesum; architect Rem Koolhaas; actrice Rene Soutendijk; beeldhouwer Martinus Boezem; Napoleon door de ogen van tekenares Charlotte Mutsaers; Poetry International.

Beweert WVC door het opheffen van Dutch Heights nu dat deze onderwerpen in tijdschriftvorm de moeite niet waard zijn? De reden die WVC opgeeft is prozaischer: het zou vooral schorten aan de distributie van Dutch Heights in het buitenland, waarvoor het ministerie van buitenlandse zaken verantwoordelijk was.

Daarbij kwam dat WVC 'niet alle buitenlandse lezers van het blad even interessant vindt', ook al bestaat er een cultureel verdrag met het betreffende land; WVC is nauwelijks geinteresserd in Engelstalige lezers in Afrika, maar weer wel in lezers in de Verenigde Staten. Die gedachtengang vloeit voort uit een oud conflict tussen BZ en WVC over 'het primaat van het exporteren van Nederlandse cultuur'. De diplomaten van BZ zien buitenlands cultureel beleid vanouds voornamelijk als een facet van het buitenlands beleid-in-het-algemeen, naast de economische, sociale en politieke. WVC hoopt echter dat van het buitenlands cultureel beleid een stimulans uitgaat voor de binnenlandse cultuurbeoefening.

De uitgave van een 'vreemdtalig' tijdschrift over Nederlandse cultuur maakt sinds jaar en dag deel uit van dezelfde controverse. Zo bestond van 1957 tot 1974 het door de overheid gefinancierde en verspreide Engelstalige culturele tijdschrift Delta. Dat werd gemaakt door een onafhankelijke redactie, die soms themanummers wijdde aan kwesties die BZ niet graag verspreid zag in het buitenland, omdat ze 'niet representatief voor de Nederlandse samenleving' zouden zijn.

Een nummer over euthanasie werd Delta noodlottig; de toenmalige minister van buitenlandse zaken Luns trachtte de uitgifte te verhinderen, en zijn collega van CRM, Engels, staakte vervolgens in 1974 de subsidie.

Nu wordt ook Dutch Heights opgeheven. WVC dat ook elders de principes van de terugtredende overheid in praktijk brengt zegt zich niet langer een geschikte uitgever te voelen. En hoewel men het nut van een Engelstalig tijdschrift over Nederlandse cultuur blijft erkennen, is de volgende zet aan het particulier initiatief. Kandidaten dienen zich bij WVC te vervoegen, waar hun plannen grondig tegen het licht zullen worden gehouden.

Misschien is het inderdaad beter wanneer de vestibule van Hare Majesteits Ambassade in Khartoem niet langer door oud papier wordt versperd. Maar als het gaat om een doelmatige verspreiding, kan WVC op het 'eigen' territorium precies hetzelfde verweten worden: waarom was Dutch Heights niet te koop in de Nederlandse kiosk? Honderdduizenden Engels-sprekende toeristen, zakenlui, bibliotheekbezoekers, journalisten en buitenlandse studenten in Nederland om een paar voor de hand liggende groepen te noemen zouden iets aan Dutch Heights hebben gehad, als het niet vier jaar lang zo goed als onzichtbaar was geweest.

WVC hanteert nog een ander minder openlijk uitgesproken motief om het contract niet niet te verlengen. Dutch Heights is een publikatie van het Amsterdamse reclamebureau Fieggen, Huesse en Partners ('FHp'), dat ook andere zogeheten sponsored magazines uitgeeft, zoals Expression (voor houders van een American Express-credit card), het Volvo Magazine (voor Volvo-rijders) en de Shaker, te vinden bij de erkende slijter.

Voor die vier jaarlijkse nummers van Dutch Heights ontving FHp van WVC een budget van 400.000 gulden; dat is per nummer twintig gulden, op het oog een tamelijk riante toelage, voor een blad van het type dat in de kiosk iets als fl.6,95 zou doen. De inkomsten uit advertenties mede in aanmerking genomen, moet het voor FHp door scherp calculeren toch mogelijk geweest zijn daarmee zonder al te veel kopzorg uit te komen.

WVC stelt de zaken voor eigen gebruik nog dramatischer voor; omdat hoogstens tweeduizend nummers daar terechtkwamen, waar ze volgens WVC terecht moesten komen, zou men zelfs vijftig gulden op elk nummer toeleggen. Door een inefficiente produktie en distributie in hetzelfde getal uit te drukken krijgt men alleen het gelijk van de boekhouder. De allergoedkoopste oplossing is om die vier ton gewoon in kas te houden, maar WVC erkent nu eenmaal de noodzaak van een cultureel magazine, en dat dat geld mag kosten. Dan is het kortzichtig, en ook een beetje flauw, om BZ de schuld te geven en zich vervolgens superieur af te wenden.

WVC zou niet moeten wachten totdat zich iemand aandient met een plan. Als het ministerie zichzelf al of niet door het tijdsgewricht niet langer als een geschikte uitgever beschouwt, zou het eens kunnen praten met de Vlaams-Nederlandse stichting Ons Erfdeel. Deze particuliere stichting, deels gefinancierd door de Vlaamse en Nederlandse overheden, stelt zich onder meer ten doel het uitdragen van de Nederlandstalige cultuur in het buitenland. Daartoe geeft zij onder meer het tijdschrift Ons Erfdeel en het Franstalige Septentrion uit. In 1984 diende de stichting bij WVC een plan in voor een op soortgelijke leest geschoeid Engelstalig tijdschrift, met als titel The Low Countries; Review of Arts and Society in Flanders and the Netherlands.

Vlaanderen steunde het initiatief; de toenmalige Nederlandse minister van cultuur Brinkman verwierp het. Culturele samenwerking met Vlaanderen werd (en wordt) vooral met de mond beleden, en over de levenskansen van de Nederlandstalige cultuur in een Verenigd Europa werd toen minder nagedacht dan tegenwoordig.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsonderzoek (WRR) pleitte in het rapport Cultuur zonder grenzen (1987) al eens voor 'aanhalen van de banden' met Ons Erfdeel. Ook E. H. Kossmann en J. L. Heldring deden kortgeleden een suggestie in dezelfde richting (NRC Handelsblad, 18-9-1990).

Het is niet gezegd dat WVC de stichting Ons Erfdeel zou moeten vragen de plannen uit 1984 opnieuw in te dienen. Het is ook niet gezegd dat WVC a priori zou moeten instemmen met de voorgestelde formule van negentig, betrekkelijk kleine pagina's met veel tekst, in een simpele typografie. Wel is het denkbaar dat deze particuliere stichting, die het vertrouwen geniet van Vlaanderen en Nederland, een geloofwaardige rechtspersoon zou kunnen zijn voor de uitgave van een eetlustopwekkend Engelstalig cultureel magazine, waarin beide kanten van de cultuur van de Lage Landen tot hun recht zouden kunnen komen.

Een andere oplossing is misschien te vinden bij de SDU, de verzelfstandigde Staatsdrukkerij en -uitgeverij, die in 1988 de tijdschriften overnam die tot dan toe werden uitgegeven door Openbaar Kunstbezit. Temidden van de tijdschriften Forum (architectuur), Entr'acte (muziek, dans), Skrien (film), Items (vormgeving), MetropolisM en Kunstschrift (beelende kunsten) zou een blad de cultuur in de Lage Landen-als-geheel zeker niet misstaan. Let op: de stichting Ons Erdeel heeft de titel The Low Countries reeds wettelijk gedeponeerd.

    • Hans Steketee