Frankrijks particularisme breekt Europa op; Frans-Duitse topwerd 'flop'

Mag men de Frankfurter Allgemeine Zeitung geloven, dan is de Frans-Duitse top vorige week in Munchen een 'flop' geweest, dat geldt in het bijzonder de veiligheidspolitiek. Want, zo weet het blad te melden, over de naar Duitse mening belangrijkste kwestie een gemeenschappelijke strategische conceptie is helemaal niet gesproken. En aan twee belangrijke Duitse wensen is niet voldaan.

De Fransen hebben afwijzend gereageerd op het Duitse verzoek ook Duitse eenheden in Frankrijk te stationeren om het politiek en psychologisch aanvaardbaar te maken, dat Franse troepen op Duits grondgebied blijven. Bovendien bleef Frankrijk vasthouden aan zijn voornemen uiteindelijk al zijn troepen die in Zuid-Duitsland zijn gelegerd terug te trekken.

Zelfs van het veel minder ver gaande Duitse voorstel slechts regelmatig officieren te velde uit te wisselen wilden de Fransen niet weten. De Franse bezwaren hiertegen waren volgens de FAZ de Duitse conceptie van zelfstandig denkende officieren en voorts onwil om de Duitse partners een te omvattende blik in het eigen denken te geven.

Het de laatste tijd wel geopperde idee om een Frans-Duits legercorps te vormen is naar Duitse mening daarmee van de baan. Waarbij er tevens op wordt gewezen, dat er al moeilijkheden waren gerezen bij de opbouw van een Frans-Duitse brigade: aangezien Frankrijk weigert de verdediging van Duitsland op te nemen in het takenpakket van zijn strijdkrachten is het onmogelijk gebleken deze brigade een operationele taak te geven.

Achtergrond van deze afwijzende houding zou naar Duitse mening vooral zijn een toeneming van de Franse reserves tegenover gemeenschappelijke militaire activiteiten na de Duitse eenwording. Hierbij kan er op worden gewezen, dat de thans in Duitsland gestationeerde Franse troepen niet onder de geintegreerde samenwerking van de NAVO vallen, maar daar zijn gelegerd krachtens bilaterale verdragen die de Gaulle met de Bondsrepubliek heeft gesloten nadat hij de Franse strijdkrachten aan het Atlantische opperbevel had onttrokken.

Reserves

Reserves tegenover het idee van een multilaterale Europese strijdkracht waren trouwens al eerder dit jaar geuit door de Franse mininster van defensie, Chevenement. Hij meende dat de Frans-Duitse brigade een niet te ontkennen symbolische waarde heeft, maar op operationeel gebied haar grenzen heeft. Hij achtte het onmogelijk dit experiment te generaliseren. Wel zou het op strikt bilaterale basis en alleen tussen Europese landen kunnen worden herhaald

Berichten als deze wijzen er op, dat Frankrijk er minder dan ooit aan denkt de zelfstandigheid van zijn strijdkrachten op te geven ten behoeve van een werkelijk gemeenschappelijke Europese defensie. 'Frankrijk kan misschien niet beweren dat het in industrieel opzicht op het zelfde niveau staat als het nieuwe Duitsland. Daarom heeft het er alle belang bij, in welk internationaal klimaat dan ook, zijn onafhankelijk verdedigings- en veiligheidssysteem te bewaren (...) want het gaat hier om een essentiele troefkaart, waardoor het de garantie heeft, dat de grote internationale beslissingen niet zonder Parijs worden genomen.' Aldus prof. Paucot van de Parijse Ecole des Hautes Etudes Internationales in het jongste nummer van Le Monde Diplomatique. En dat standpunt kan worden beschouwd als de in Frankrijk ook op regeringsniveau heersende leer. Het komt er op neer, dat het industrieel bij Duitsland achtergebleven Frankrijk West-Europa blijft balkaniseren met zijn voorkeur voor bilaterale regelingen en een werkelijk Europees veiligheidssysteem onmogelijk blijft maken. Een veiligheidssysteem waarvan ook velen in Frankrijk weten, dat het slechts als deel van een Atlantisch veiligheidssysteem mogelijk zal zijn.

Directorium

Welke gevaren voor Europa hieruit voortvloeien is onlangs zeer welsprekend geschetst door de voormalige Franse minister van buitenlandse zaken Francois-Poncet, op een aan de Golf-crises gewijde bijeenkomst van centristische parlementariers. Hij betoogde daar, dat de wereld afstevent op een directorium van de grote mogendheden met de Sovjet-Unie en zeker ook Japan. Dit directorium zal, zo zei hij, onder de dekmantel van de Verenigde Naties telkens optreden als dat mogelijk is. Zeker is naar zijn mening, dat een verdeeld Europa van dit directorium geen deel zal uitmaken. Hij wees in dit verband op het gevaar van de balkanisatie van Europa, waar ieder tot het uiterste zijn eigen bijzonderheid cultiveert. Een dergelijk gebalkaniseerd Europa, zo betoogde hij, zou door Saddam Hussein op de knieen worden gedwongen. De Franse ex-minister Deniau betreurde op dezelfde bijeenkomst het geringe gewicht van Europa dat in de Golf-affaire gebleken was. Ook was hij van mening, dat als men Koeweit laat gebeuren, er morgen geen grens meer zal zijn die standhoudt, de grenzen in Europa daarbij inbegrepen.

Het Franse particularisme staat niet alleen de vorming van een werkelijk Europees veiligheidssysteem in de weg, het breekt Europa nu al op in de Golf-crisis. Zoals Joseph Rovan onlangs in Le Monde betoogde, hebben sommige leden van de Europese Gemeenschap geweigerd deze kwestie in het Atlantische kader te behandelen en men mag gevoeglijk aannemen, dat Frankrijk tot die sommige heeft behoord. Dit betekent, dat men willens en wetens de kans heeft laten passeren de NAVO te gebruiken als coordinatie-orgaan in een situatie die voor alle leden van de NAVO bedreigend moet worden geacht, voor het Navo-lid Turkije, dat aan Irak grenst, in het bijzonder.

Dat drie weken na het begin van de crisis dan toch nog een begin van coordinatie van de Westeuropese inspanningen in het kader van de Westeuropese Unie, de WEU, tot stand is gekomen, is een schrale troost, ook al wordt in de ministeriele verklaring van 21 augustus verklaard 'dat de coordinatie binnen de WEU ook de samenwerking moet vergemakkelijken met andere staten die strijdkrachten in het Golf-gebied stationeren, waartoe ook de Amerikaanse strijdkrachten behoren'.

Grote stap

Bovendien heeft president Mitterrand er op gewezen, dat de 'besprekingen van de WEU' niet van nut zijn ontbloot. Maar van daar tot een organische interventie, zo voegde hij er aan toe, ligt een grote stap, die niet kan worden gezet aangezien de juridische fundamenten en de noodzakelijke structuren ontbreken. En tegenover een optimistische uitlating van de Franse minister Dumas ('De WEU heeft getoond wat op den duur een gemeenschappelijke veiligheid zou kunnen zijn') antwoordde zijn Britse collega Hurd: ' (...) er is niet gesproken over een nieuwe structuur'.

Uit de omgeving van de Franse president was de opmerking te horen 'dat om te coordineren er ook iets te coordineren moet zijn'.

Weinig overtuigend is dan ook een recente verklaring van de Italiaanse minister van buitenlandse zaken in het kader van de Europese Gemeenschap, waarvan overigens alle leden van de WEU ook deel uitmaken. Hij betoogde, dat de Gemeenschap vastbesloten is in de Golf-crisis autonoom en direct op te treden en niet via een ander land, al is dat land ook onze geallieerde. Waaraan hij toevoegde, dat de Amerikanen alleen hun beslissing hadden genomen en dat het thans de taak van de Gemeenschap is een eigen actie te ondernemen, ter aanvulling van de Amerikaanse.

Een dergelijke opmerking zou zin hebben als Europa werkelijk autonoom in de Golf zou kunnen handelen, dat wil zeggen als het autonoom Irak in bedwang zou kunnen houden. Daar is geen sprake van. Zoals Rovan in zijn reeds eerder geciteerde artikel in Le Monde opmerkte: de gebeurtenissen in het Golf-gebied zijn bezig op overtuigende manier te bewijzen, dat de Europeanen op hun zuidelijke en zuid-oostelijke flank te maken hebben met problemen en gevaren waaraan zij evenmin alleen het hoofd kunnen bieden als veertig jaar geleden aan de dreiging van de Sovjet-Unie.