Een Pools patsparadijs

Duizenden Polen staan elke zondagochtend in een lange file voor de 'Gielda Samochodowa', de autobeurs in de grauwe en grijze buitenwijk Bemowo. Voor de meeste Polen is het kopen of verkopen van een auto een familiegebeuren. De auto is niet alleen een statussymbool maar ook een belangrijke investering waarmee de rijkdom of armoede van het gezin is gemoeid.

Op de markt zit vader trots achter het stuur, op de voorruit staat het bouwjaar van de auto aangegeven en de verkoopprijs. Moeder zit met de kinderen achterin, wachtend op een koper die vele miljoenen zloty op tafel moet leggen. Een doorsnee tweedehands Polonez kost al snel dertig miljoen zloty, dertig gemiddelde maandlonen.

Voor andere Polen is de beurs beroepsmatig de trefplaats voor de autohandel, een plek waar veel wordt gerommeld, gesjacherd of geritseld, het liefst buiten de bewaarders van 's lands schatkist om. Elke koper bekijkt een auto alsof het gaat om een paard op de markt.

Er wordt tegen de wielen getrapt, de motor wordt uiterst zorgvuldig bestudeerd en de vering wordt geduldig uitgeprobeerd. Overal kan namenlijk een verborgen gebrek zitten en de garantie die de verkoper verstrekt, loopt af zodra de autosleutels van eigenaars zijn gewisseld.

Pechdienst

Het vertrouwen in een handelaar van tweedehands auto's, doorgaans toch niet al te groot, is in Polen miniem. Het leergeld dat onkundige kopers betalen, voelen ze ten minste dertig maanden in hun beurs. En een trotse vader die een miskoop begaat, krijgt dat jarenlang te horen van de gezinsleden die met het voertuig aan de kant van de weg staan in een land waar de 'pechdienst' niet tot de meest doelmatige ter wereld kan worden gerekend.

De autobeurs is niet alleen het toneel van zenuwachtige gezinnen, ook de liefhebber van antieke auto's treft geregeld een voertuig aan dat alleen nog in een museum is te vinden. De Humber, een Britse auto die in de jaren zestig in Polen werd gebruikt als regeringsauto, wordt soms voor enkele miljoenen zlotys te koop aangeboden, evenals de Warszawa, een oude auto van Poolse makelij. De Warszawa, in de volksmond de 'bochel' genoemd wegens de hoge ronde vorm, werd tot 1973 geproduceerd op basis van een Russische licentie. In feite rijdt de Warszawa echter met een Opel-motor.

De Sovjet-Unie ontmantelde aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de fabrieken van Opel in Oost-Duitsland om met de machines en aan de hand van de modellen in eigen land een Sovjet-auto te produceren die de naam Pobeda, Overwinning, kreeg.

De Russen gaven Polen toestemming om het prototype van 'hun' Pobeda te gebruiken voor het fabriceren van auto's. De Polen kwamen met de Warszawa voor de dag en gebruikten de vooroorlogse motoren van Opel ook voor de produktie van de Zuk, een aftandse bestelauto.

De eigenaars van de Warszawa kunnen nog steeds met hun voertuigen uit de jaren vijftig de weg op omdat de onderdelen van de Zuk, die nog altijd in produktie is, ook in de Warszawa passen.

Herkomst

De Gielda Samochodowa is niet alleen autobeurs voor bonafide kopers, het is tevens een paradijs voor autodieven, helers van onderdelen en andere criminelen. Naar de herkomst van de voertuigen wordt nooit gevraagd, en als dat wel gebeurt komen de meesten met vage antwoorden.

Bij de ingang van de autobeurs staan, veelal gekleed in jeans met het opschrift US-army of gehuld in leren jasjes, de verkopers van de westerse auto's. De nieuwste Mercedessen, BMW's of Audi's staan er uitgestald, voorzien van prijskaartjes die indruk maken. Een niet al te oude Mercedes-200 kost al snel 250 miljoen zloty, een doos met 500 briefjes van een half miljoen zloty, het bankbiljet met de hoogste nominale waarde.

De winst voor de verkoper(s) is vaak maximaal: de westerse auto's zijn in veel gevallen gestolen in Duitsland of Oostenrijk door bendes autodieven. Als de originele autopapieren tijdens de diefstal in het voertuig liggen een nalatigheid die voor de autobezitter fataal kan zijn is het feest voor de dieven compleet: aan de grens doen zij alsof de auto is gekocht en brengen deze zonder formaliteiten aan de man op de autobeurs.

De Poolse politie, die toch al aan gezag heeft ingeboet nadat zij deze zomer op het Centraal Station van Warschau bij een ware veldslag werd verslagen door tientallen zakkenrollers, kan weinig uitrichten tegen de bendes autodieven. De politiemacht is slecht georganiseerd en beschikt niet over de apparatuur of de informatie om de herkomst van de voertuigen te achterhalen.

Onlangs kreeg de politie van Warschau echter steun van Oostenrijkse rechercheurs en douaniers omdat het aantal autodiefstallen in Wenen de spuigaten uitliep. De Poolse en Oostenrijkse politiemannen brachten een onverwacht bezoek aan de Gielda Samochodowa om de chassisnummers van de westerse auto's te controleren.

De verkopers sloegen en masse op de vlucht: vijftien voertuigen uit de dure prijsklassen werden naar Wenen teruggebracht.

    • Derk-Jan Eppink