Een en ander

Als Wim Kok het nog ooit tot voetnoot wil schoppen in de vaderlandse geschiedenisboekjes zal hij toch snel iets memorabels moeten zeggen.

Het dondert niet wat, al is het een banaliteit in de trant van tante Truus of belubberen of bepaaldelijk. Maar zoals het nu is blijft er niet een woord en dientengevolge ook niet een idee in je hoofd haken wanneer je de naam Wim Kok hoort.

Wim Kok is de oom die er op alle familiekiekjes onscherp bij staat. Hoe het komt weet je niet, oom is beslist geen druktemaker of spring-in-'t-veld, maar verdomd, op elke foto opnieuw lijkt het of iemand hem heeft uitgeveegd. Op de plek van oom zie je steevast alsof de duivel er mee speelt wat je vroeger zag als je met een bordewisser snel een drieletterwoord van het schoolbord had gewist, omdat onverwacht de bovenmeester was binnengestapt. Een vlekkig iets. Rookslierten.

'Waarom gebruik je nu nooit eens een uitdrukking die blijft hangen?' vroeg ik hem laatst, toen ik hem tegenkwam.

'Het mag niet zo zijn, vind ik', antwoordde hij, 'dat je het persoonlijkheidsplaatje sluitend moet zien te krijgen met een eenmalige formule. Wat nu speelt is dat keuzes in de sfeer van houdbare formules niet los kunnen worden gemaakt van een veel bredere problematiek van structurele achterstelling, dreigende vervreemding, het niet kunnen participeren in een samenleving met aan de ene kant het op zich natuurlijk niet onbelangrijke fenomeen van de welvaart en aan de andere kant een cumulatie in de sfeer van verpaupering, slecht wonen en de scheefgroei van wezenlijke criminaliteit. Het al dan niet weten te roepen van een houdbare formule vind ik in die sfeer sowieso een beetje flauwekul-discussie. Ik zou zeggen: mensen, laat ons toch verstandig zijn.'

'Maar het is toch geen flauwekul om als socialistisch politicus geassocieerd te worden met begrijpelijke taal, met een duidelijk woord desnoods?' wierp ik tegen, terwijl ik een geeuw niet kon onderdrukken.

'Laat ik het even niet over het socialistische element hebben', vervolgde Wim Kok onverstoord, 'al vind ik overwegingen in de sfeer daarvan natuurlijk niet zonder belang. Wat nu speelt is dat we ons moeten afvragen of we bepaalde keuzes in onze uitgangspositie sowieso moeten laten meewegen. Je praat dan maar over een deel van de grotere werkelijkheid die speelt. Ik wil wel eens beter tegen het licht houden wat we kunnen doen met een aantal structurele problemen in de sfeer van criminaliteit, wezenlijke onveiligheid, de slagschaduw van het milieu, tot en met het niet kunnen participeren van vrouwen, langdurig werklozen en arbeidsongeschikten in het arbeidsproces. Ik vind dat maatregelen in de sfeer van een dreigende overconcentratie aan houdbare formuleringen waarop we elkaar al of niet kunnen vinden niet mogen afleiden van die bredere samenhang. Ik zou zeggen: mensen, laten we met elkaar toch proberen dat samenhangsplaatje op voorhand vast te houden.'

'Is het dan', probeerde ik nog een keer, 'voor het imago van een politicus niet gewoon prettiger noem het een gezondeijdelheid om verbaal iets gedenkwaardigs op zijn naam te hebben staan?' Ik wist een nieuwe geeuw te onderdrukken.

'Mijn zorg bestaat hieruit', repliceerde 'slands vice-premier, 'om in de sfeer van de overheidstaken een zo sluitend mogelijke keuze uit de dreigende maatregelen samen te stellen. Dat is, vind ik, waarvoor ik sta. Laten we toch investeren in beleidsmatig flinke stappen en kijken hoe we, met behoud van de eigen verantwoordelijkheid, de processen in de sfeer van nadere initiatieven zodanig kunnen begeleiden dat we een aantal hoofdzaken intact laten. Ik vind dat de overheid niet alleen het recht maar zelfs de plicht heeft te zeggen: mensen, we staan de komende jaren in de slagschaduw van een structureel zware klus. Laten we het met elkaar toch niet hebben over dreigende kwaliteitsvragen die sowieso niet meespelen.'

Ik kan met de hand op het hart verklaren dat ik niet meer naar hem luisterde. Die verklaring kost me des te minder moeite omdat ik Wim Kok nog nooit ben tegengekomen. Wel droom ik soms over hem. Zodra Wim Kok in mijn droom verschijnt val ik in mijn slaap in slaap. Wim, een grapje, alsjeblieft!

Zo ongezellig hoeft het socialisme toch niet ten grave te worden gedragen?