DODE MUS

Halverwege de jaren tachtig was ik een jaar lang werkloos. Het was zo'n ervaring waarvan je achteraf beweert dat je blij bent dat je haar hebt gehad. Ik herinner me vooral wachtkamers. Eerst die van het Arbeidsbureau, vervolgens die van de Bedrijfsvereniging. En na een half jaar, als apotheose: de voornamelijk met 'hopeloze gevallen' bemensde zalen van de Gemeentelijke Sociale Dienst. Toen had ik me al ontwikkeld tot een geroutineerde wachter, met stevig zitvlees, alle benodigde papieren in de binnenzak, en altijd een interessant boek bij de hand.

In zo'n jaar verandert langzaam maar gestaag je visie op jezelf en op de wereld om je heen. Ik heb gemerkt dat de normale werkende mens die gladjes van baan naar baan is gesprongen, geen enkel begrip kan opbrengen voor dat psychologische proces. Aan iemand die zit te snakken naar een paar dagen vakantie is bij voorbeeld moeilijk uit te leggen hoeveel energie het kost een onafzienbare reeks vrije dagen te vullen. Een kennis van me zat jarenlang te worstelen tegen die overmaat aan vrije tijd. Tot ze op stel en sprong een baan kreeg. Binnen een paar weken kon ze aan de slag. 'Nog maar veertien dagen vrij', klaagde ze, 'net nu ik er eens echt van kan genieten'.

Gedurende het jaar dat ik ingeschreven stond bij het Arbeidsbureau heeft deze instelling, afgezien van routinematig drukwerk, een keer een heuse brief aan me gestuurd. Het was een aanbod om mee te schrijven aan een leerboek voor de middelbare school. De initiatiefnemer, een slimme docent maatschappijleer, had het volgende bedacht: werkloze academici zouden de hoofdstukken aanleveren. De leraar was de eindredacteur. Alleen zijn naam kwam op het omslag van het boek. De anonieme schrijvers konden mogelijk enige betaling voor hun werk ontvangen wanneer het boek een groot succes werd. Ik ging langs op het GAB om te melden dat ik aan dit project niet meedeed. 'Erg jammer', zei de functionaris van het Arbeidsbureau, 'het leek ons zo'n goede kans voor u om eens wat werkervaring op te doen'. 'Ik heb vijf jaar werkervaring', zei ik. 'Ach', zei de man, 'is dat zo? Tsja, we kunnen voor zo'n briefje natuurlijk niet ieders dossier lichten. Tot ziens, en gaat u vooral door met solliciteren'.

D e berichtgeving over het GAB in Stadskanaal doet vermoeden dat er in de wereld van de Arbeidsbureaus sinds mijn tijd weinig veranderd is. Het gaat er nog altijd even onpersoonlijk, even tactloos en even ongeorganiseerd aan toe.

De heer Drijfhamer (directeur van het GAB in Stadskanaal) heeft een brief laten sturen naar 250 oudere werklozen in de regio Oost-Groningen, met de mededeling dat bollenpellen in de buurt van Hoorn ook voor hen tot 'passend werk' zou worden verklaard.

En wie 'passend werk' weigert, kan gekort worden op de uitkering.

Het project dient onder andere, zo meldt de brief, om deze oudere werklozen wat werkervaring te bezorgen. Dat schrijft de heer Drijfhamer aan mensen die tientallen jaren achter een draaibank hebben gestaan bij Philips-Stadskanaal, tot een reorganisatie hen overbodig maakte. Wat ook de reden is dat ze niet meer aan de slag komen, werkervaring hebben ze genoeg. Een aantal van deze ouderen is, toen het collectieve ontslag werd goedgekeurd, expliciet beloofd dat ze niet door het Arbeidsbureau zouden worden lastiggevallen met tijdelijke aanbiedingen van tweederangs baantjes. Maar ja, voor zo'n briefje kan je natuurlijk niet ieders dossier lichten.

Enkele weken geleden veroorzaakte de heer Drijfhamer al rumoer door het bollenpellen in Noord-Holland tot passend werk te verklaren voor jonge, alleenstaande werklozen uit Oost-Groningen. Onder druk van vooral de vakbeweging moest het GAB de dreiging met strafkortingen inslikken. Alleenstaande werklozen die graag wat extra's wilden verdienen, konden zich natuurlijk wel vrijwillig aanmelden. Veertig werklozen bleken bereid in Hoorn aan de lopende band te gaan staan. Maandagochtend 17 september zouden ze uit Stadskanaal vertrekken. Maar de bus reed niet. Het Arbeidsbureau verklaarde dat de animo te gering was. Maar dat is slechts de helft van het verhaal.

Volgens de Volkskrant van afgelopen maandag stelt Drijfhamer dat hij beschikt over 'een volledige en correcte lijst van vacatures bij bollenboeren in Hoorn en omgeving'. Helaas klopt dat niet. Het Arbeidsbureau in Hoorn is, samen met het overheidsuitzendbureau START, namelijk nog tot komende vrijdag bezig na te lopen welke bollenboeren de werklozen acceptabele arbeidsomstandigheden kunnen garanderen. Pas wanneer die inventarisatie gereed is, kunnen werklozen uit Oost-Groningen naar Noord-Holland vertrekken. Daarom reed die bus niet, op 17 september. Nu hebben we dus twee groepen teleurgestelde werklozen in Stadskanaal: mensen die niet naar Hoorn willen maar zich door het GAB onder druk gezet voelen en mensen die graag naar Hoorn willen, maar voorlopig niet kunnen vertrekken doordat het Arbeidsbureau zijn zaakjes niet goed regelt.

A ch, het zijn maar kleine slor digheidjes. De heer Drijfhamer had een leuk plan en dat wil hij snel uitgevoerd zien. Hij heeft namen nodig van werklozen die in aanmerking komen voor het bollenproject. Lopende band werk, dat is iets voor handarbeiders, in Arbeidsbureau-jargon: 'produktiemedewerkers'. Dus laat hij zijn personeel 250 jonge, en 250 oudere produktiemedewerkers uit de kaartenbakken lichten. Het moet allemaal snel, want het project is toch al vertraagd. Dus is er geen tijd om eens even op die kaarten te kijken om welke mensen het nu precies gaat. Het is allemaal heel begrijpelijk. Waar gehakt wordt vallen spaanders, nietwaar? Misschien maak ik me ook alleen maar kwaad over die details omdat ikzelf een jaar lang van de verkeerde kant tegen de loketten van het Arbeidsbureau en de Sociale Dienst heb mogen aankijken. Er is een gedachte die dergelijke instellingen niet mogen oproepen bij de mensen in de wachtkamer: het idee dat hun persoonlijkheid, hun arbeidsverleden en hun ideeen over de toekomst niet terzake doen.

    • Sander Kooistra