De Vries: strenger optreden tegen arbeidsongeschikten

DEN HAAG, 26 sept. Wat zou dr. B. de Vries (52) zelf hebben gedaan als hij geen minister van sociale zaken was geweest, maar een langdurig werkloze in Stadskanaal die van het arbeidsbureau een brief kreeg met het verzoek tweehonderd kilometer verderop bollen te gaan pellen? 'Ik zou naar het arbeidsbureau zijn gegaan', zegt hij, om er diplomatiek op te laten volgen: 'Maar niet om er net als boze werklozen in Stadskanaal te protesteren, maar om erachter te komen of het voor mij passend werk zou zijn.'

De minister zegt 'niet in alle opzichten zijn vreugde uit te kunnen spreken' over de wijze waarop in Oost-Groningen is geprobeerd langdurig werklozen aan werk te helpen. 'Maar de affaire kan wel de discussie op gang brengen over de vraag hoe om te gaan met 130 a 140 duizend vacatures versus 350 duizend werklozen.'

Bijna elf maanden bestiert de voormalige voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer het departement van sociale zaken en werkgelegenheid. Maar niet iedereen is even enthousiast. 'Er zit een schim op Sociale Zaken', kritiseerde de vakcentrale FNV 'de afzijdige houding' van de bewindsman ten aanzien van de grote werkloosheid en almaar stijgende arbeidsongeschiktheid. 'Ik heb inmiddels begrepen dat de minister van sociale zaken voldoende body moet hebben om anderen in staat te stellen zich tegen hem af te zetten', repliceerde hij twee weken geleden afgemeten in het weekblad Vrij Nederland.

Dezer dagen ligt de minister opnieuw in de vuurlinie. Het kabinet wil in het Najaarsoverleg van komende dinsdag afspraken maken met de sociale partners over loonmatiging. Werkgevers vrezen dat daarmee de deur naar geleide loonpolitiek op een kier wordt gezet. Werknemers zeggen wel te willen matigen op voorwaarde dat er 'harde afspraken' komen over meer banen en minder arbeidsongeschikten.

Het strijdtoneel overziend probeert de minister 'de situatie te taxeren'. Docerend onderscheidt hij drie 'dossiers'. Ten eerste: de onrustbarende stijging van arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim. Ten tweede: de etnische minderheden, de moeilijkste groep onder de werklozen. En ten derde: de werkloosheidsproblematiek in algemene zin. 'Over de onderwerpen van overleg bestaat geen ruzie, maar ik ben wat minder gerust op het resultaat.'

De Vries zegt dat hem er veel aan gelegen is om concrete afspraken te maken met werkgevers en werknemers. De Tweede Kamer zal op 9 oktober tijdens de Algemene en Politieke Beschouwingen zijn daadkracht willen beoordelen.

Maar wat heeft hij in petto om de dreigende impasse rondom het Najaarsoverleg te doorbreken? Voor het eerste 'dossier' heeft de minister 'een pakket maatregelen' op de plank liggen als de sociale partners niet tot concrete afspraken komen. Op dit moment telt Nederland ruim 860 duizend arbeidsongeschikten. Jaarlijks komen er meer dan 20 duizend bij. Tegenover 100 duizend nieuwe arbeidongeschikten staan 80 duizend mensen die doorstromen naar bijvoorbeeld de AOW of een baan vinden. De minister wil voor 1993 een stabilisering bereiken. 'Dat is al een heel ambitieuze doelstelling, want het betekent dat op elke vijf personen die op dit moment arbeidsongeschikt worden verklaard, er een aan het werk moet worden gehouden. Als we dat echter niet halen, komen we nooit over de bult heen.'

Over de maatregelen wil hij niet in detail treden, maar in hoofdlijnen komen ze neer op meer aandacht voor voorkoming van arbeidsongeschiktheid en een strengere uitvoering van de bestaande regels. 'In de praktijk heeft een zekere verruiming plaatsgehad, maar we willen de teugels aantrekken.' Koppeling van de hoogte van de uitkering en de uitkeringsduur aan het aantal gewerkte jaren, waar de vakbeweging mordicus tegen is, wijst de minister op dit moment af. Evenmin is hij er voorstander van om bedrijven wettelijk te verplichten een minimum aantal (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten in dienst te hebben, waartegen de werkgevers fel gekant zijn. 'Structuurwijziging noch quotering hebben mijn voorkeur. Een deal maken is doelmatiger dan nieuwe regelgeving. Maar ze komen wel aan de orde als de sociale partners het pakket afwijzen', aldus De Vries, die met deze uitspraak beide partijen onder druk denkt te zetten.

Bij het tweede 'dossier' (minderheden) is de minister veel sceptischer. De werkloosheid onder etnische minderheden bedraagt bijna veertig procent. 'Een ernstig en hardnekkig probleem', verzucht De Vries. Toch wil hij de aanpak ervan in eerste instantie overlaten aan werkgevers en werknemers. Komen ze er niet uit, dan wil hij de Wet bevordering arbeidskansen bij het parlement indienen. Geen pressiemiddel waarvan de sociale partners erg onder de indruk zullen raken, zo beseft de bewindsman.

De kritiek op het derde 'dossier' (extra banen) van de minister is het felst. Werknemers verwijten hem 'passiviteit', werkgevers zijn bang voor 'bemoeizucht'. De Vries zegt sympathie te hebben voor de opstelling van de vakbeweging, die heeft aangeboden een deel van de loonruimte te gebruiken voor het nieuwe banen. 'Ik betreur dat de werkgevers zich zo afwachtend opstellen.' Maar volgens de minister overschatten de vakbonden zijn mogelijkheden om de werkgevers onder druk te zetten. 'Ik sluit geen CAO's.'

De bewindsman realiseert zich dat de afwachtende opstelling van de werkgevers het risico in zich bergt dat er bij decentrale onderhandelingen in bedrijven en bedrijfstakken loonsverhogingen worden afgesproken die de koppeling (van uitkeringen en ambtenarensalarissen aan de loonontwikkeling in de marktsector) onbetaalbaar maken. Werkgevers zouden hun afwijzing van centrale afspraken 'beloond' zien met de afschaffing van de door hen verfoeide koppeling. 'Maar ik ga er niet vanuit dat werkgevers een dergelijke strategie voeren.' Het Najaarsoverleg is in zijn optiek geslaagd als er krachtige aanbevelingen aan de CAO-partners uitkomen.

Voor de werkkamer van de minister ijsbeert een delegatie van het midden en kleinbedrijf, in afwachting van (voor)overleg met de minister. Voorzitter Kamminga van het KNOV zegt desgevraagd dat de minister er alles aan gelegen is om het Najaarsoverleg niet te laten mislukken. 'Als de partijen niet tot concrete afspraken komen, dan beschouwt de minister dat persoonlijk als een blamage van de eerste orde', meent Kamminga.

    • Joop Meijnen
    • Cees Banning