China: opgelegde rouw om dood maarschalk

PEKING, 26 sept. 'Zet rouw om in kracht' is het motto waarmee de Chinese media sterfgevallen onder de topleiding presenteren. Na vijf jaar is afgelopen weekeinde weer een gerontocraat uit de hogere regionen overleden: de 88-jarige maarschalk Xu Xiangqian, een van de laatste twee overgeblevenen van de tien maarschalken van de Chinese revolutie.

De voorpagina's van alle Chinese kranten staan al dagen vol met herdenkingsartikelen over de maarschalk, maar de officiele rouw wordt getemperd door de feeststemming rondom de Aziatische Spelen en door het feit dat hij wegens zijn gezondheid niet meer tot de acht hoogste, nog actieve 'onsterfelijken' behoorde. Onder die acht wil het 'sterfte-seizoen' almaar niet beginnen.

Maarschalk Xu trad in 1982 af als minister van defensie, een post die hij in 1978 op 76-jarige leeftijd overnam. Tijdens het voor de hervormers succesvolle dertiende partijcongres in 1987 verscheen hij voor het laatst in het openbaar. Hij werd toen het erepodium opgedragen, zakte weg in zijn zetel en werd kort daarop weggevoerd. Maar hij speelde opnieuw een verrassende rol achter de schermen in de dagen van hoogspanning die voorafgingen aan de militaire campagne tegen de protestbeweging voor democratie in mei/juni vorig jaar.

Na de uitroeping van de staat van beleg door premier Li Peng op 19 mei 1989 steunde maarschalk Xu een manifest van 100 hoge officieren, onder wie ex-chefs van de generale staf en andere ex-ministers van defensie, dat de inzet van het leger tegen burgers veroordeelde. Een groep studenten trok daarop naar het huis van de maarschalk om meer expliciete steun te zoeken, maar werd slechts door een adjudant te woord gestaan.

Deze verzekerde hun dat het leger alleen vreedzame middelen zou gebruiken. De andere nog in leven zijnde maarschalk, Nie Rongzhen, nu 91, heeft zich ook naar vermogen ingespannen om een bloedbad te voorkomen, maar de invloed van geen van beiden bleek groot genoeg. Chinese bronnen zeggen dat de rouw voor Xu niet in overeenstemming is met zijn rang en verdiensten juist omdat hij het bloedbad vorig jaar gekritiseerd heeft. De rouw om Xu zal dus niet in al te veel kracht kunnen worden omgezet en geen directe gevolgen hebben, maar zijn dood heeft toch een bijzondere betekenis. Zijn heengaan verandert voor het eerst in vijf jaar de sterfte-statistieken onder China's bejaardenkliek. Het laatste en enige echte sterfte-seizoen was in 1976. In dat jaar gingen eerst premier Zhou Enlai (76), daarna maarschalk Zhu De (90), de stichter van het Rode Leger die een paar maanden eerder staatshoofd was geworden, en ten slotte Voorzitter Mao Zedong (82) heen. Sindsdien zijn er nog maar twee sterfgevallen van bejaarde leiders geweest, maarschalk Liu Bocheng en maarschalk Ye Jianying.

Bij elke dood wordt het cliche herhaald dat het 'opnieuw een groot verlies is voor de partij, het leger en het volk van het hele land'. Intellectuelen voegen daar sarcastisch aan toe dat hoe ouder ze worden, hoe groter de verliezen voor het land.

Maar de dood van maarschalk Xu heeft de sterfelijkheid van de acht actieve 'onsterfelijken' onderstreept. De nieuwsverhalen rondom de dood van de maarschalk melden dat er namens Deng Xiaoping slechts een telefoontje van zijn secretaris aan de familie van de maarschalk is geweest, terwijl drie andere hoogbejaarden afgezanten naar het ziekenhuis hadden gestuurd en 31 leiders het sterfbed bezochten.

Over de redenen wordt druk gespeculeerd. Of Deng is nog steeds boos over de kritiek die Xu vorig jaar op zijn bevel tot bloedvergieten heeft geleverd, of hij is fysiek niet bij machte om meer te doen. Deng heeft China's moment van glorie, de grandioze opening van de Aziatische Spelen, niet bijgewoond en evenmin de buitenlandse staatshoofden en leiders ontvangen, wat de tongen weer in beweging heeft gezet, niet alleen over zijn fysieke, maar ook over zijn politieke gezondheid.

Volgens de meeste geruchten vecht hij dagelijks achter de schermen voor zijn historische reputatie en een restauratie van de hervormingen, maar voor de toekomst van China is het een irrelevante strijd geworden. 'Wat wij nodig hebben is rouw, hoe meer rouw, hoe meer kracht.' Zo parafraseerde een Chinese bron het officiele propaganda-motto.

    • Willem van Kemenade