Aangeslagen Olivetti speurt naar allianties

De Europese computerindustrie wordt geteisterd door lagere groei en lagere marges. De bedrijven zien hun marktaandeel dalen en hun verliezen stijgen. Het Italiaanse Olivetti zag de donkere buien samenpakken en besloot tot een ingrijpende reorganisatie.

Deel twee in een serie verhalen over Europese computerbedrijven die voor de keuze staan: samenwerken of tenondergaan.

IVREA, 26 sept. Twee jaar geleden had het Italiaanse Olivetti, Europa's grootste fabrikant van personal computers, nog de illusie dat het met een ingrijpende herstructurering, saneringen en een gerichte strategie vooruit liep op de turbulente veranderingen in de markt. Inmiddels moet dr. B. Lamborghini, vice-president strategische analyse en planning, erkennen dat het bedrijf door de marktontwikkelingen is ingehaald.

'We wisten wat de bedrijfstak boven het hoofd hing', zegt Lamborghini. 'Maar de snelheid van het proces heeft ook ons verrast.'

Twee jaar geleden splitste Olivetti het concern rigoureus in vieren. Voor Olivetti Office, fabrikant van kantoorapparatuur zoals schrijfmachines en kopieermachines, was tenslotte een andere manier van leidinggeven nodig dan voor Olivetti Systems en Networks, leverancier van computersystemen. En voor Olivetti Information Systems, de software-groep van Olivetti, golden nu eenmaal andere wetmatigheden dan voor Olivetti Technologies Group.

Tegelijkertijd bevestigde Olivetti Systems en Networks goed voor 54 procent van de concernomzet in 1989 zijn ambities als specialist. De groep wenste niet langer een gewone pc-boer te zijn, want in een wereld waarin de computer tot bulkgoed wordt is daarmee geen droog brood meer te verdienen. In plaats daarvan wierp de groep zich op als leverancier van systemen op maat, bij voorbeeld voor de banken of voor de overheid.

Vorig jaar wist Olivetti zijn omzet in de bankensector in een klap te verhogen tot 1,1 miljard dollar. Dat gebeurde door de overneming van ISC Systems Corporation in de Verenigde Staten. Kosten: 174 miljoen dollar. Vorig jaar boekte het concern in deze branche ook de grootste order uit zijn historie: een opdracht ter waarde van 750 miljoen gulden van de Nederlandse Rabobank.

Verder verstevigde Olivetti zijn financiele basis door een kapitaalsuitbreiding, ontdeed zich van de lastige Amerikaanse aandeelhouder AT en T, schrapte eerst 2.300, daarna nog eens 3.000 banen. En de onderneming bekende zich hartstochtelijk tot de zogeheten 'open systemen', die het mogelijk maken dat computers van verschillende fabrikanten met elkaar communiceren. Daarmee dacht Olivetti afdoende voor de toekomst te zijn toegerust.

Dit voorjaar nog verklaarde Carlo de Benedetti, president-directeur en grootaandeelhouder van Olivetti, dat deze 'stoutmoedige strategische en organisatorische maatregelen de onderneming in een positie hebben gebracht om haar voordeel te doen met de huidige fase van discontinuiteit' in de computerindustrie.

Hij verdeelde de bedrijfstak in drie groepen. Daar waren allereerst de fabrikanten, die zich niet snel genoeg hadden aangepast aan de lagere marges en de veranderende distributiemethoden, en 'die nu in een zeer kritieke situatie verkeren', zei De Benedetti. Verder had je de producenten van bedrijfseigen computersystemen proprietary systems die zich voorlopig relatief veilig konden wanen omdat hun klanten voor uitbreidingen op hen waren aangewezen. Hoewel ook zij door de opmars van de 'open systemen' uiteindelijk in problemen zouden komen. En dan had je nog de selecte groep bedrijven 'die zich hebben opgesteld conform de industrie-trends', zei De Benedetti. 'Olivetti is zonder enige twijfel een van de leiders van deze groep.'

Natuurlijk was ook Olivetti niet ongevoelig voor de moeilijke marktsituatie, zei De Benedetti. Dat was ook de reden dat de nettowinst over 1989 voor het derde achtereenvolgende jaar was gedaald: tot 306 miljoen gulden. Daarom was de omzet maar met 7,4 procent gestegen: tot 13,8 miljard gulden. En zo kwam het dat het aandeel van Olivetti op de Europese pc-markt van 7,6 naar 5,9 procent was teruggezakt.

Maar die resultaten staken altijd nog gunstig af bij de klappen die de meeste concurrenten moesten incasseren, verzekerde De Benedetti. 'Het jaar 1990 zal ons herstel markeren', voegde hij daar zelfverzekerd aan toe.

Nog geen half jaar later moet Lamborghini erkennen dat de Olivetti-top te optimistisch is geweest. 'De situatie op de Europese computermarkt is drastisch verslechterd', zegt Lamborghini. 'Zowel in omvang als in marges.'

Vorig jaar groeide de Europese pc-markt nog met ruim 30 procent. In het tweede kwartaal van dit jaar was die aanwas al gehalveerd. 'En de oliecrisis zal dit proces van stagnatie nog versnellen', meent Lamborghini. 'Je ziet nu al dat bedrijven hun investeringen beperken.'

Olivetti hoeft zich niet langer illusies te maken: opnieuw zal de winst dit jaar dalen. Zelfs is het de vraag of het concern een verlies kan voorkomen. Lamborghini: 'We doen heel erg ons best'.

Voor volgend jaar heeft Olivetti alvast een nieuwe drastische kostenverlaging in het vooruitzicht gesteld, die duizenden banen zal kosten. Toch twijfelt Lamborghini er geen moment aan dat de Italiaanse aanpak uiteindelijk tot succes zal leiden.

Anders dan Siemens, Europa's grootste computeronderneming, anders dan het Franse Bull, de nummer twee, wil Olivetti geen generalist zijn die zowel mainframes als minicomputers als personal computers maakt. Volgens Lamborghini zijn zulke molochs 'moeilijk te managen' en is het 'achterhaald om te denken in produkten'. 'Je moet oplossingen bieden, gebaseerd op je eigen kracht, je eigen specialisme. De rest van de apparatuur koop je in.'

Volgens Lamborghini zou een fusie van de grootste Europese computerbedrijven alleen maar contra-produktief werken en kunnen de firma's beter streven naar allianties. 'Het is makkelijk om te praten over acquisities', zegt Lamborghini. 'Maar het is moeilijk ze te leiden. Samenwerkingsverbanden zijn niet zo spectaculair, maar ze geven ook minder problemen.'

Inmiddels heeft Olivetti gezamenlijke bedrijven met onder meer Eastman Kodak en Kawasaki Steel (in optical disc drives), met Conner Peripherals (in Winchester disc drives), met het Japanse Y-E Data (in draagbare computers) en met Bull (in banksystemen). Maar pogingen tot verdergaande samenwerking met Europese firma's als Philips, ICL en Nixdorf zijn steeds weer mislukt 'omdat iedereen achter het stuur wilde zitten', zegt Lamborghini.

'We hebben we geen andere keuze dan te blijven zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking', zegt hij. 'Intussen lijdt iedereen.'